Max Verstappen blijft niet zo graag hangen in het verleden

Formule 1

Een jaar geleden werd Max Verstappen met zijn winst in Barcelona definitief een nieuwe Nederlandse sportheld. Maar hij wil er eigenlijk niet meer te veel mee bezig zijn.

Max Verstappen gaat op de foto met fans aan de vooravond van de Grand Prix van Barcelona, die hij vorig jaar won. Foto Frits van Eldik/ANP

Aan Daniel Ricciardo de vraag, als hij goed en wel is gaan zitten in het vertrek van Red Bull in Barcelona, in hoeverre hij vindt dat teamgenoot Max Verstappen beter is geworden sinds een jaar geleden. „Nou ja, eh, niet.” Hij begint te lachen. „Hij won die race, hè? Sindsdien heeft hij geen race meer gewonnen.”

Even daarvoor had Lewis Hamilton tijdens een persconferentie al eenzelfde grapje gemaakt met Verstappen rechts van hem. „Wat vind je van zijn progressie het afgelopen jaar?” De Brit, met strak gezicht: „Best slecht.” En even later: „Hij heeft inmiddels zijn rijbewijs.”

Toen Max Verstappen deze week uit zijn privévliegtuig voet op Spaanse grond zette, ging hij terug in de tijd. Hij en iedereen om hem heen wordt eraan herinnerd wat er precies een jaar geleden hier in Barcelona gebeurde, het moment dat van het wonderkind op wielen definitief een sportheld maakte.

Eerste Pinksterdag 2016, 18 jaar en 226 dagen oud, door zijn vader Jos vanaf zijn jonge kartdagen gevormd tot een veel betere versie van zichzelf en klaargestoomd voor precies dat moment. Minder dan twee weken daarvoor uit de Toro Rosso geplukt waarin hij zich in de relatieve luwte kon onderscheiden en kon groeien, en in de grote Red Bull gezet. Het resultaat van het onbenullige, nerveuze rijgedrag van de Rus Daniil Kvyat in China en Rusland, of een genadeloze powerplay van Red Bull om iedereen die in slaap was gesust in het Mercedestijdperk eens goed wakker te schudden? Vast een beetje van beide. Opeens reed hij in Spanje voor het echte werk na een spoedcursus in een geheel nieuwe auto die alleen voor een Max Verstappen lang genoeg was.

Buitenkans

Na de derde bocht rijden de ongenaakbare Mercedessen van Hamilton en Nico Rosberg elkaar uit de race, een buitenkans waar niet Ricciardo, maar zijn debuterende nieuwe teamgenoot van mag profiteren door een handige pitstopstrategie van Red Bull. Nadat hij met een zeldzame volwassenheid elke aanval van ex-wereldkampioen Kimi Raikkonen van Ferrari heeft afgeslagen, rijdt hij tot zijn en de verbazing van heel zijn team de racegeschiedenis in. Jongste racewinnaar ooit in de Formule 1, eerste Nederlandse grandprixwinnaar ooit. Rood aangelopen staat hij juichend op het podium met champagne die hij pas net mag drinken.

Die race is de reden dat er dit jaar in Barcelona zoveel Nederlandse vlaggen met #GoMax aan de hoofdtribune van het Circuit de Catalunya hangen, dat er zo veel mensen in de pitlane staan die met niemand anders liever op de foto willen en van niemand anders liever een handtekening, en ook dat er zo veel meer Nederlandse journalisten zijn dan een jaar daarvoor. Maar die treffen een inmiddels 19-jarige landgenoot die eigenlijk helemaal geen trek heeft in die terugblikken, die dat bad van nostalgie waarin hij stapte sinds zijn aankomst al snel zat lijkt. „Het is 2017, het zou wel raar zijn als ik nog steeds bezig was met 2016″, zei hij donderdag al droogjes tijdens de persconferentie.

Even later zat hij licht onderuitgezakt in het Red Bull-vertrek met een groepje Nederlandse journalisten dat toch ook vooral herinneringen wilden ophalen met hem. Hoe het nou voelt terug te zijn. Of hij volwassener is geworden. Wat de race met hem heeft gedaan. Hij deed het overkomen alsof de zege van een jaar eerder vooral een mooie herinnering was, zoals hij meerdere mooie herinneringen heeft gehad in zijn korte tijd in de Formule 1. De trofee heeft hij ook niet thuis in Monaco staan, die staat bij zijn vader. Geeft-ie niet zoveel om. Even haalde hij toch het moment van vorig jaar terug dat hem het meest was bijgebleven. „Toen ik op het podium stond en rechtsonder mijn vader zag staan.”

De nuchtere houding is niet zozeer apathie. Hoe groot zijn overwinning ook is gemaakt, voor Verstappen is die nog steeds ‘slechts’ onderdeel van een proces, van een missie. Heeft hij al meer gewonnen, zoals Ricciardo grappend zei? Nee. Acht keer stond hij in totaal op het podium, maar Verstappen is vanaf het moment dat hij de Formule 1 binnenstapte een geboren kampioen, iemand die bovendien gewend is om veel te winnen. In het karten, in de Formule 3. „Ik ben hier niet voor één zege”, zei hij donderdag.

Bijrol

Het zal niet helpen dat zijn doel voorlopig ver weg is. Frustratie zal Verstappen het nooit noemen, maar blij zal hij niet worden van de status quo die er nu is: Red Bull is nog lang niet het team dat het Mercedes moeilijk kan maken, dat is Ferrari nu. Red Bull is tot nadere orde het derde team, Verstappen (en Ricciardo) lijken veroordeeld tot een kleurloze bijrol.

In Barcelona, als eerste Europese race van het jaar traditioneel het moment dat teams met upgrades aan de auto’s komen, rijdt Red Bull met een flink aangepaste auto rond. Maar iedereen daar – Verstappen voorop – tempert ook nu de verwachtingen: het gat is te groot, de rest zit ook niet stil. Het is wachten tot Renault eindelijk een betere motor kan leveren.

Verstappen heeft zijn verwachtingen allang getemperd en hij voelt zich geneigd dat ook voor anderen te doen. Voor de mensen met de vlaggen op de tribune, voor de mensen in de rij voor zijn handtekening. „Ik heb het gevoel dat veel mensen die hier nu zijn, hopen op een herhaling. Maar dat is niet realistisch.” Behalve, en hij zei het al eerder, als er weer auto’s uitvallen. Alleen nu niet twee, maar vier.