Hoe jouw bedrijf Nepal aan schoon water kan helpen

Liefdadigheid

Het oprichten van een fonds kan gunstig zijn voor het imago van een bedrijf. Maar het steunen van een goed doel zorgt ook voor loyale en productieve werknemers.

Foto Istock

De bouw van waterputten in Nepal, chronisch zieke kinderen die vanuit huis tóch klassikale lessen kunnen volgen en computeronderwijs voor kansarme tieners in de Filipijnen. Het zijn projecten die mede tot stand komen dankzij de steun van Nederlandse bedrijfsfondsen, ook wel bekend als ‘corporate foundations’. Het worden er steeds meer, want de afgelopen tien jaar verdubbelde het aantal in Nederland tot ten minste tachtig, vertelt onderzoeker Lonneke Roza (33) van de Rotterdam School of Management, die vorig jaar op het onderwerp ‘liefdadigheid in het bedrijfsleven’ promoveerde.

De redenen om een bedrijfsfonds te starten lopen nogal uiteen, concludeerde Roza. Om te beginnen is het voor bedrijven steeds belangrijker geworden om te laten zien dat ze iets doen voor de samenleving. Maar het werkt ook binnen het bedrijf motiverend: medewerkers die als vrijwilliger meewerken aan projecten van het eigen fonds voelen zich loyaler, productiever en meer verbonden met het bedrijf, zo blijkt ook uit het promotie-onderzoek.

Het aantal werknemers dat onder kantoortijd vrijwilligerswerk doet ligt momenteel op zo’n 100.000. Tien jaar geleden was dat nog maar de helft. Tienduizend mensen van die groep werkten zelfs nooit eerder als vrijwilliger. Tot slot trekken bedrijfsfondsen ook een jongere generatie werknemers aan, die het belangrijk vindt dat hun werkgever ook maatschappelijk nut heeft.

Eenzaamheid bestrijden

Om het grote publiek kennis te laten maken met de activiteiten van je fonds, kan een reclamefilmpje uitkomst bieden. Zo is in het spotje van het KPN Mooiste Contact Fonds te zien hoe chronisch zieke kinderen die niet naar school kunnen via een laptop en een speciale ICT-set toch contact houden met klasgenoten en de les in de klas volgen.

Dat project was niet bedoeld als gemakkelijk marketingtrucje, vertelt Michael Amiabel (61), adviseur en bedenker van het KPN Mooiste Contact Fonds. KPN worstelde in 2007 met de vraag hoe zij zich op een relevante manier konden verbinden met de samenleving. Toen het bedrijf Amiabel hiervoor benaderde was hij net vijftig, een leeftijd om te reflecteren, vertelt hij. „Ik was op zoek naar meer betekenisvolle samenwerkingen, het verzoek van KPN paste daar goed bij.” Ze besloten zich te richten op mensen in een sociaal isolement en het bestrijden van eenzaamheid. „Het sloot aan bij de kernactiviteit van KPN: mensen met elkaar in verbinding brengen.” 

Dat het tegelijkertijd goed uitpakte voor het bedrijfsimago, bleek uit de cijfers: de interne medewerkerstevredenheid nam na de lancering van het spotje toe, net als de sympathie voor het merk bij het grote publiek. De lancering van het spotje ging gepaard met maar liefst zeven jaar aan voorbereiding, vertelt Amiabel. „Als je zoiets doet, moet je verhaal authentiek zijn. Eerst doen, dan pas praten.”

Iedere euro die wordt besteed om de wereld beter te maken is natuurlijk mooi meegenomen. Maar, zegt imagodeskundige Zabeth van Veen, vergelijk de geïnvesteerde bedragen ook met de bedrijfsomzet. „Als je jaarlijks meerdere miljarden omzet, kun je je afvragen of een miljoen in een bedrijfsfonds stoppen niet een lachertje is. Als je goed winst maakt, investeer dan ook een fatsoenlijk bedrag.” Volgens haar zijn bedrijfsfondsen vaak bedoeld om het aanzien van een bedrijf te verbeteren.

Te hard van de daken roepen dat je zo goed bezig bent, kan dan ook averechts werken, zegt onderzoeker Lonneke Roza. „Ga maar na hoe kritisch we zijn op bijvoorbeeld directeuren van goede doelen die te veel verdienen.” Dat is ook de reden dat je er over het algemeen niet zo veel over hoort, meent ze. „Ik schat nu voorzichtig dat er zo’n tachtig fondsen in Nederland zijn. Maar fondsen zitten soms goed verborgen op de bedrijfswebsite.”

Schoon water

Bij de sociale onderneming Dopper, die sinds 2013 herbruikbare waterflessen verkoopt, prijkt de ‘foundation’ juist trots op de website. Van de netto verkoopomzet, in 2016 zo’n 9 miljoen euro, gaat 5 procent naar de Dopper Foundation. Als je het verhaal over Dopper vertelt, dan vertel je eigenlijk ook meteen over de missie van het fonds, vertelt Lonneke Craemers (37), die sinds dit jaar directeur van het fonds is.

„Het bedrijf en de stichting zijn als het ware om elkaar heen gebouwd. We hebben hetzelfde doel: schoon water uit de kraan en in de oceaan.”

Het bedrijf, met 34 medewerkers waarvan drie in de Verenigde Staten, verkoopt herbruikbare waterflessen om de productie van plastic te verminderen. Het fonds, met Craemers als enige vaste kracht, zoekt naar oplossingen voor plastic afval en zorgt in Nepal voor toegang tot schoon drinkwater.

Om die missie te bewaken zit Dopper-oprichter Merijn Everaarts tevens in het bestuur van de stichting. Of dat de onafhankelijkheid van het fonds in gevaar brengt? Craemers meent van niet. „De twee andere bestuursleden komen van buiten het bedrijf en hebben een andere expertise.”

Het ‘bewaken’ van die eigen missie is niet altijd vanzelfsprekend, vindt onderzoeker Roza. Te vaak bestaan fondsbesturen enkel uit zakenmensen uit het bedrijfsleven, die niet altijd verstand hebben van de filantropische sector. Typerend voor grote bedrijven die soms denken dat ze in hun eentje de hele wereld kunnen verbeteren, meent ze. „Zoek voor je bestuur iemand vanuit het werkveld waarin je opereert, zodat die mee kan denken over de maatschappelijke impact die je wil hebben.”

Onderwijsprojecten

Christel Keizer (49), ruim twee jaar directeur van de ASML Foundation, noemt nog een reden waarom het belangrijk kan zijn om experts van buiten het bedrijf in je bestuur te hebben. „Wij krijgen regelmatig voorstellen van eigen medewerkers die financiering zoeken voor hun project. Dan is het heel prettig dat je daar onbevooroordeeld, dus met de hulp van externe bestuursleden, naar kunt kijken.”

De chipmachinefabrikant stopt jaarlijks bijna een miljoen euro in hun bedrijfsfonds – geld dat vooral wordt besteed aan onderwijsprojecten in de landen waar het bedrijf actief is: van het verminderen van drop-outs in de Verenigde Staten en de opvang van migrantenkinderen in China en Taiwan tot het steunen van de IMC Weekendschool in Eindhoven, die aanvullend onderwijs voor kinderen uit achterstandswijken organiseert.

Vrijwilligersbeleid

Toch weet lang niet iedere medewerker van het bestaan van het fonds. Keizer: „Pas de laatste jaren delen we intern meer wat we doen, en daar reageren mensen heel enthousiast op.”

Bij ASML, waar de omzet afgelopen jaar ongeveer 6,8 miljard euro bedroeg, is vorig jaar een vrijwilligersbeleid ingevoerd. Medewerkers mogen nu acht uur per jaar betaald besteden aan vrijwilligerswerk. „Dat hoeft niet per se bij onze eigen projecten te zijn, al komt deze regeling wel voort uit de wens onze medewerkers meer bij de projecten van het fonds te betrekken”, zegt Keizer.

Die betrokkenheid is volgens imagodeskundige Van Veen cruciaal. Haar belangrijkste tip: besteed de activiteiten van een bedrijfsfonds niet uit aan externe professionals. Juist door eigen medewerkers te betrekken, in de raad van bestuur of door vrijwilligerswerk, gaat een fonds leven. Pas dan wordt het meer dan alleen een regeltje op de website waar geen hond naar kijkt.