Recensie

Facelift voor vergane puberglorie

De Subaru BRZ is ge-facelift. Reden voor om er wat zinloos rijplezier in te beleven.

Peter de krom

De toerenteller loopt tot 9.000 toeren en de voorspoiler hangt laag. Toch is de Subaru BRZ geen proletenbak. De velgen van doorsnee-Golfs zijn niet kleiner en hij presenteert zich bescheidener dan de opgeklopte Europese premium-coupés die obees tevreden de designkaart spelen. Hij verhoudt zich tot een Audi als een plattelander tot de stadsmens. Met zijn nostalgisch golvende lijnen is hij bijna aaibaar.

Hij is mentaal verwant aan de Japanse volkssportwagen die jongeren uit andere buurten in de jaren negentig aanschaften. Als ze de Kadetts van hun vaders hadden uitgewoond, tikten zij een gebruikte Honda Prelude op de kop.

Daar deden zij goed aan. Mooi waren die auto’s nooit. Ze leken getekend door hun klanten, jongens met foute jacks die geen idee hadden van stijl, maar wisten wat leuk was. Zij reden kennersspeeltjes in de schaduw van de obligate Europese GTI’s. Ze waren snel, betaalbaar en Japans, dus onverwoestbaar – tenzij men na de disco op een boom klapte.

In die bloedlijn is de Subaru BRZ met de technisch identieke Toyota GT-86 de laatste Mohikaan; een onbehouwen underdog, gemaakt voor zinloos rij-plezier. Meer dan toen zullen de ferme knapen stevig in de buidel moeten tasten. De bpm-heffing op de vuile motor stuwt de prijs naar een halve ton, die ik de doelgroep niet zie dokken voor een nieuwe. Die koopt hem dan ook tweedehands, dat was met dit soort auto’s altijd zo – als de benzinemotor nog de tijd van leven krijgt.

Waar is die powerrr?

Zoals het echte sportwagens betaamt heeft hij achterwielaandrijving en zijn 200 pk worden zonder turbo opgewekt, met verregaande consequenties voor het rijgedrag. Een turbo, en dat zijn bijna alle auto’s nu, levert zijn maximale trekkracht al bij lage toerentallen; een dot gas en je bent los. Niet deze. Met turbo-lesauto’s verwende jongeren zullen in de BRZ niet weten wat ze meemaken. Waar is die powerrrr?

Luister jongelui, de BRZ jaag je met je sneakers aan het gaspedaal gekleefd eerst naar de 6.400 toeren, en het volledige vermogen komt pas vrij bij 7.000; zo ging dat vroeger. Voor de reuring moet je trappen en schakelen tot je een ons weegt, wat niet praktisch maar wel tof is. Smullen, het druistige geluid dat boxerblokken met hun liggende cilinders kenmerkt. Met het gas erop is het alsof een kabouter op een paukje in het motorruim een supersonisch tremolo staat te roffelen.

Wij ouderen hadden daar vroeger schik in, en nog steeds. Maar de BRZ reanimeert een jeugdgevoel waarvoor het nu te laat is. Inhalen doe je tegenwoordig sneller met een turbo-Golf of de elektrische Opel Ampera-E. Zelfs het schakelen is archeologie, zwaar als de hevels van een stokoud landbouwvoertuig.

Hij is al vijf jaar op de markt. Zijn enige nieuws is de facelift: led-verlichting voor en achter, nieuw spoilertje, nieuw stuur en infotainment. Het was smoes genoeg om alsnog in te stappen. Ik moest nog één keer zijn vergane puberglorie proeven.

Want ik val voor zijn Japanse anti-stijl, die net als vroeger geen getapt designgezicht wil krijgen. Dat interieur is als een magazijn van onderdelen uit de oude doos. Hoe schoon, die klunzige boordcomputer voor verbruik en actieradius! Kijk toch, in Japanners uit de jaren tachtig zat precies zo’n knullig led-klokje.

Maar wat horen wij daar op verkeersdrempels in de kofferbak klapperen? Dat is de Subaru Car Safety Kit die maar aan één kant met klittenband aan de vloer is verankerd. Aan zo’n 50-plusvoorziening herken je het merk van de Outback en de Forester, brave senioren-Subaru’s. Un-cool? De BRZ is zo cool dat hij niet eens probeert het te lijken.

Daar zit zijn kracht. Hij ziet eruit alsof de handelaren die hem tweedehands gaan kopen al voorzichtig zijn begonnen. Het navigatiescherm lijkt inbouw achteraf, het achterspoilertje een tokkiefantasie uit eigen keuken. Hij is iets van vroeger, toen een auto nog geen designmeubel was maar een gebruiksvoorwerp met zweetplekken en rafelranden.

Ik had een topweek. De kont zwiepte in scherpe bochten dat het een lieve lust was en mijn testkabouter heeft zich doodgeroffeld. Vaarwel, geschiedenis.