Ewan slimste in tricky sprint

Giro d’Italia

De Australische sprinter Caleb Ewan wint de 7de rit. De klimmers kijken uit naar de aankomst bergop van zondag, naar Blockhaus.

De Australiër Caleb Ewan wint de zevende etappe in de Giro. Foto Alessandro Di Meo

Ploegleider Matthew White grijnsde door het open raampje van zijn auto. Prachtige zege van Caleb Ewan, de Australische sprinter van zijn ploeg Orica-Scott, vrijdag in de zevende etappe van de honderdste Ronde van Italië. En precies zoals de ploeg het vooraf had uitgekiend.

De pas 22-jarige Ewan wist dat het Giropeloton in de straten van het pittoreske plaatsje Alberobello na 224 kilometer nog een „tricky circuit” wachtte, vertelde White van achter het stuur van zijn auto aan de verslaggever van Eurosport. Wie de sprint als eerste aanging, had in de bochtige finale de beste kansen.

Dus zette Ewan met nog 300 meter te gaan al fel aan, en hield hij op de eindstreep nog net genoeg over om tweevoudig ritwinnaar Fernando Gaviria (tweede) en de Ier Sam Bennett (derde) achter zich te houden.

„Na pech in eerdere etappes voelt dit fantastisch”, jubelde Ewan. „Ik kan me niet heugen ooit zo blij te zijn geweest.” Het was de eerste ritzege in de Giro voor de Australische topsprinter, die in de Vuelta van 2015 al eens een rit won door John Degenkolb en Peter Sagan te verslaan. Dit jaar toonde hij met een tiende plaats in Milaan-Sanremo opnieuw sterker te zijn geworden.

André Greipel, winnaar van de tweede etappe, raakte in de laatste kilometer opgesloten in het gedrang. De Duitse routinier kwam niet verder dan de vierde plaats en beklaagde zich na afloop op twitter bij de internationale wielerunie over het gevaarlijke parcours. „Bedankt voor het waarborgen van onze veiligheid met een finale als deze. Niet dus.”

De Italiaanse favoriet Vinzenzo Nibali, Girowinnaar van 2013 en 2016 eindigde als tiende, net voor Tom Dumoulin (elfde) en Geraint Thomas (twaalfde). De kanshebbers voor de eindzege geven elkaar tot nu toe weinig toe, ook niet eerder deze week bij de beklimming van de Etna. Zondag wacht de klassementsrenners een nieuwe kans om verschil te maken in de beklimming naar Blockhaus, met een aankomst op 1.665 meter hoogte.

Bauke Mollema verkende de col in de Abruzzen na Tirreno-Adriatico in maart. „Ik denk dat niet veel andere renners bekend zijn met Blockhaus. Daar kan ik voordeel van hebben. De beklimming is zo steil, dat je juist op weg er naartoe zoveel mogelijk je krachten moet zien te sparen. Er zit een stuk in van acht kilometer dat tien procent stijgt. Als je daarvoor wat extra energie kunt achterhouden, kan dat best belangrijk zijn.”