‘Buitenlandse hulp aan Zuid-Soedan moet stoppen’

Hulporganisaties moeten zich terugtrekken uit Zuid-Soedan. Anders worden ze medeplichtig aan het voortzetten van de burgeroorlog in het jongste land ter wereld. Dat vindt Jok Madut Jok, directeur van de denktank Sudd Institute in Juba. „Buitenlandse hulp moet stoppen”, zegt hij in een interview met deze krant. „Hulp geeft de leiders van dit land een alibi om niet voor het welzijn van hun bevolking te zorgen. Als de internationale gemeenschap niet zou bijspringen, dan voelen ze zich misschien geroepen om te voorkomen dat mensen blijven doodgaan.”

Zuid-Soedan werd in 2011 onafhankelijk van het islamitische noorden en ontving miljarden euro’s internationale steun. Nederland was een van belangrijkste donoren van de Dinka-regering van president Salva Kiir tot het oplaaien van de burgeroorlog.

Vorige maand werd op Giro 555 meer dan 33 miljoen euro opgehaald voor de voedseltekorten in Jemen en drie Afrikaanse landen. Een kwart van dat geld gaat naar Zuid-Soedan. NRC volgde het spoor van 800.000 euro die door Stichting Vluchteling in een van de zwaarste getroffen staten in Zuid-Soedan wordt besteed via een Amerikaanse hulporganisatie. Iets meer dan twintig procent blijkt te worden uitgegeven aan voedsel en medicijnen. De rest gaat naar personeel en operationele kosten. Zuid-Soedan is het duurste land ter wereld om hulp te verlenen omdat vervoer vanwege de veiligheid alleen per vliegtuig kan.

Dagboek 555-hulp pagina 22-23