Zwijgen en wegkijken maakt het nog erger

Discriminatie

Deze week maakte het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam de cijfers van 2016 bekend. Vooral de toenemende heftigheid van de meldingen valt op. „Over sommige zaken durf ik bijna niet te vertellen, zo gênant is het.”

Foto's Olivier Middendorp

Lucienne Gena, sinds vorig jaar zomer directeur van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) komt sinds haar 17de in Amsterdam. Toch zijn de uitspraken die mensen doen het laatste jaar „veel heftiger en platter” dan wat haar ooit eerder ter ore kwam. Om te illustreren wat ze bedoelt scrollt Gena (een vrouw van rond de veertig die niet met haar leeftijd in de krant wil: „ook een discriminatiegrond”) achter haar computer door de 221 binnengekomen klachten van het afgelopen kwartaal. Ze wil een paar onherleidbare en geanonimiseerde voorbeelden geven. „Ik durf over sommige zaken bijna niet te vertellen, zó gênant is het.”

Het MDRA is het officiële meldpunt voor discriminatie in Amsterdam en omgeving. Naast Gena werken nog zes anderen op het bureau, die worden betaald uit gemeentelijke subsidie. Inwoners die melding willen doen van discriminatie kunnen bellen, mailen of zonder afspraak langskomen, al gebeurt dat laatste maar zelden. Ook wordt iedere melder altijd uitgenodigd voor een gesprek. Er blijkt dan ook veel meer te gebeuren dan alleen het verwerken van meldingen: van bemiddeling en waarschuwingen tot trainingen en als het moet juridische procedures. „We gaan echt tot het gaatje”, aldus Gena.

In 2016 kwamen in totaal 821 meldingen binnen, zo bleek deze week uit de jaarcijfers van het MDRA. In 2015 lag het totaal op 713, dus is een lichte stijging. De meldingen gaan over van alles. Het grootste aantal betreft discriminatie op grond van huidskleur en afkomst (314). Wat opvalt is een flinke toename in het aantal klachten over seksuele gerichtheid. De meeste meldingen (99) hiervan kwamen in reactie op de zogenaamde ‘anti-homo-flyer’ die vorig najaar in delen van Nieuw-West werd verspreid. In de flyer stond onder meer dat homoseksualiteit verboden is volgens de islam, het jodendom en het christendom. Daarnaast kwamen er 33 meldingen naar aanleiding van discriminerende teksten over onder meer homoseksualiteit door de Vrije Democratische Partij Zaanstad. De stijging past wel bij het landelijke beeld. Waren er in 2009 nog 300 meldingen en aangiftes over LHBT-discriminatie, ondertussen zijn dat er 1.600, zegt COC-woordvoerder Philip Tijsma. „Het is echter lastig te bepalen of mensen vaker bereid zijn te melden of dat het geweld daadwerkelijk toeneemt.”

Excuses zijn heel belangrijk

Verder zijn er relatief veel meldingen over discriminatie op grond van geslacht (58), handicap of chronische ziekte (52) en godsdienst (47). Het aantal voorvallen op grond van leeftijd laat juist een forse afname zien. Volgens Gena zegt dat nog niet meteen dat het minder voorkomt, maar wel dat er een besef is bij werkgevers dat leeftijdsvermelding alleen met een legitieme reden in bijvoorbeeld de vacaturetekst mag worden genoemd.

Gena begint over een dame die melding maakte van discriminatie bij een grote winkelketen vanwege haar donkere huidskleur. „Deze mevrouw komt daar iedere week en wordt opeens opgedragen om haar tas te laten controleren, omdat de winkelmedewerker vermoedt dat ze heeft gestolen. De vrouw laat haar tas zien, maar zegt erbij dat het niet waar is. De winkelmedewerker vindt dan ook niks in haar tas en zegt: ik weet zeker dat je wél gestolen hebt, want jouw soort steelt altijd.” Gena schudt ongelovig haar hoofd. „Die vrouw was er kapot van. En ze is niet de enige, want het merendeel van de meldingen gaat over huidskleur en afkomst.”

Als het bureau de melder heeft gesproken wordt, indien gewenst, ook de ‘discriminerende partij’ uitgenodigd voor een gesprek. De meest ideale uitkomst? „Dat de wederpartij inziet en erkent dat de ander gediscrimineerd of uitgesloten werd; en dat ze leren wat discriminatie met iemand doet, zodat het in de toekomst niet nog eens gebeurt.” Excuses zijn in dit proces „ontzettend belangrijk”, legt ze uit. „Melders zitten vaak verschrikkelijk met wat er is gebeurd.”

Discriminatie komt overal voor, maar de laatste tijd gaan klachten vaak over commerciële dienstverleners, zegt Gena. Winkels, vervoers- of horecabedrijven waar het personeel klanten discrimineert. Ze vertelt over een andere zaak: een meneer, eveneens met donkere huidskleur, staat met een bekende te praten in een supermarkt. Hij wordt aangesproken, en de zaak uitgezet zonder boodschappen door de filiaalmanager die aangeeft last te hebben van hun gesprek. „De manager zei: jullie n… maken altijd zo’n herrie. De man noemde het n-woord, maar dat wil ik niet uitspreken. Dat is een denigrerend woord dat als heel kwetsend wordt ervaren door een grote groep mensen, dus dat gebruik je dan ook niet”, zegt Gena. Uiteindelijk zijn er excuses gemaakt, en de afspraak dat het in de toekomst niet meer zo zal gaan.

Ze legt uit hoe belangrijk „verbindend taalgebruik” is. „Er is geen wij en zij, er is alleen wij. Als je dat als uitgangspunt neemt, dan zorg je dat een ander zich niet slecht voelt door iets wat jij zegt. Kies je woorden zorgvuldig.” Als voorbeeld noemt Gena ook het woord ‘kopvoddentax’ dat te zien was op de VVD-posters tijdens de verkiezingscampagne. Iets waar het MDRA een aantal keer over gebeld is. „Al wilde de VVD hiermee aangeven dat ze ertegen waren (het woord werd gevolgd door de VDD-leus ‘normaal doen’), toch schrokken sommige mensen zich kapot als ze het zagen hangen in een openbare ruimte. Het is een heel naar woord.”

Omstanders: vraag direct aandacht voor wat je ziet gebeuren, maak geluid!

Omstanders

Als het gaat om discriminerende situaties in de openbare ruimte, denken mensen wel eens dat er niks aan te doen is, maar dat ziet Gena anders. „Overal in de stad hangen camera’s. Het gaat uiteindelijk om signalement, dus als je er werk van wil maken, dan is er veel te herleiden.”

Gena wil nog een ander voorval noemen dat ze bewust heeft bewaard, omdat het de eerste melding is in de acht maanden dat ze als directeur werkt dat omstanders iets doen. Het betreft het verhaal van een jongedame die met haar moeder op een terrasje zit. Tot een man langs hun tafeltje loopt en zonder aanleiding opmerkt: waarom zit jij hier met je hoofddoek, wat doe je hier? De vrouw gebaart dat de man moet doorlopen, maar in plaats daarvan zegt hij: ga terug naar je land, illegaal. Als de vrouw boos uitlegt dat ze hier geboren is en vraagt waar ze dan naartoe moet, zegt de man: hou je bek, je bent gewoon een illegaal, oprotten. Hierna bemoeien allerlei mensen op het terras zich ermee. Er wordt gezegd dat hij zich moet gedragen, en een paar jongens lopen zelfs met hem mee om ervoor te zorgen dat hij echt vertrekt. Iemand biedt plaatsvervangend excuses aan. Gena krijgt kippenvel terwijl ze het vertelt. „Ik weet hoe erg het is om discriminatie mee te maken, maar het is nog veel erger als je ziet dat iedereen z’n mond houdt en wegkijkt.”

Wie getuige is van zo’n situatie moet handelen, stelt ze. „Vraag direct aandacht voor wat je ziet gebeuren, maak geluid! Zeg bijvoorbeeld met harde stem: ‘Wat gebeurt híer nou?’, zoals die mensen op het terras ook deden. En geef vooral aandacht aan de persoon die het overkomt en niet alleen aan de discriminerende partij, want juist daardoor heb je meer kans dat het stopt.”