Zes (pijnlijke) tips om een betere leider te worden

Column Ben Tiggelaar

Ben Tiggelaar schrijft deze week over onderzoekers Ronald Heifetz en Donald Laurie. De meeste mensen hebben een veel te blij en rooskleurig beeld van leiderschap, stellen zij.

Wat moet je nou echt weten als leidinggevende? Recent publiceerde Harvard Business Review een lijstje met de populairste, klassieke artikelen van de laatste decennia. Bovenaan: The Work of Leadership van onderzoekers Ronald Heifetz en Donald Laurie, uit 1997.

Zelfs na twintig jaar zijn de ideeën uit het stuk nog fris en confronterend. Essentieel in het werk van leidinggevenden, zeggen Heifetz en Laurie, is het signaleren van problemen en het stimuleren van verandering. Maar daarvoor moeten leiders éérst zelf veranderen. De auteurs signaleren twee pijnpunten.

Allereerst verzinnen managers graag oplossingen. Logisch, veel mensen worden leidinggevende omdat ze goed waren in hun vak. Maar de bedoeling is om de intelligentie, kennis en creativiteit van het hele bedrijf in te zetten.

Daarnaast dragen te veel managers de zorgen over het bedrijf alleen. Niet doen, zeggen de auteurs. Je bent geen babysitter. Maak de druk van buitenaf voelbaar binnen het bedrijf. Stel lastige vragen en daag de status quo uit.

Voor wie een betere leider wil worden, hebben Heifetz en Laurie zes praktische adviezen.

  1. Klim regelmatig op de tribune

    Stap regelmatig even uit de wedstrijd en neem de tijd om het spel van een afstandje te bekijken. Zorg dat je geen gevangene wordt van de systemen en gewoontes binnen het bedrijf, maar onderzoek ze kritisch en vraag je af of ze nog wel van deze tijd zijn.

  2. Weet wat er veranderd moet worden

    Praat zélf met de medewerkers aan de frontlinie en met de klanten. Zoek de conflicten op: waar gaat het mis? Waar werken mensen langs elkaar heen? En kijk in de spiegel: wat moet er veranderen aan jouw leiderschap om deze problemen op te lossen?

  3. Manage de onrust

    Verandering zorgt voor frustratie, stress en onzekerheid. Als leider moet je laten zien dat je hiermee om kunt gaan. Dat betekent: niet alles tegelijk willen, maar heldere prioriteiten stellen en steeds opnieuw de stappen benoemen waar je met elkaar doorheen moet.

  4. Houd de aandacht erbij

    Als je wilt veranderen, zijn er tal van afleidingen. Problemen worden ontkend, mensen geven elkaar de schuld of beginnen discussies over technische details. Een verstandige leider komt telkens weer terug op de noodzakelijke verandering en de prioriteiten daarbinnen.

  5. Geef het werk terug aan de medewerkers

    Speel niet de alwetende vaderfiguur die zijn oplossingen alleen nog maar hoeft te verkopen aan zijn mensen. Gun medewerkers het initiatief, geef ze verantwoordelijkheid en moedig ze aan. Ook als het de eerste keren niet meteen goed gaat.

  6. Koester de stemmen vanaf de werkvloer

    Wanneer medewerkers hun mening geven gaat dat niet altijd even diplomatiek of genuanceerd. Logisch. Soms heeft iemand maandenlang zijn irritatie opgespaard en krijg hij uiteindelijk maar een heel klein beetje zendtijd om zijn punt te maken. Het is aan leiders om hier doorheen te kijken en zich af te vragen: wat kunnen we hier in positieve zin mee als organisatie?

Lees ook Tiggelaars column van vorige week: Bevrijding

Ronald Heifetz zei later in een interview dat de meeste mensen een veel te blij en rooskleurig beeld hebben van leiderschap. „Het draait erom dat je mensen confronteert met de realiteit en ze stimuleert om te veranderen. En dat is vaak pijnlijk.”