Interview

‘Winst moet je begrenzen’

Quirijn Bolle

Marqt heeft twee duurzame beleggingsfondsen erbij gekregen als aandeelhouder. Die maakten afspraken met de duurzame supermarktketen om de winst te begrenzen. „Want anders zeggen ze straks nog: laten we goedkoper inkopen en het niet zo nauw nemen met duurzaamheid.”

Foto Merlijn Doomernik

„Té duur? Hoe kunnen we nou té duur zijn?” Het is de enige keer dat Quirijn Bolle (1975) in het gesprek wat opgewonden raakt. We hebben het over zijn duurzame supermarktketen Marqt – ze hebben nieuwe aandeelhouders, daarover zo meer – en de prijzen van de veelal biologische producten die het bedrijf verkoopt. Marqt wordt wel eens verweten prijzig te zijn. „Weet je hoe die perceptie is ontstaan? Omdat er ergens anders heel hard geroepen wordt dat ze dezelfde kwaliteit bieden voor minder geld, maar dat is gewoon niet waar. Het kán niet.”

In 2008 richtte Bolle samen met Meike Beeren, net als hijzelf afkomstig van Ahold, Marqt op. Het idee, in een notendop: geen grootschalige inkoop, maar „eerlijk” eten, uit de buurt, liefst van het seizoen en ook nog voor een „eerlijke prijs”. Met zo min mogelijk hulpstoffen en suiker, vet en zout. Het bedrijf draait inmiddels een omzet van bijna 70 miljoen euro en heeft 15 vestigingen, de meeste in Amsterdam. Er staan ook winkels in Rotterdam, Den Haag en Haarlem.

Nu krijgt Marqt twee nieuwe aandeelhouders, de reden dat Bolle graag over zijn bedrijf wil vertellen. Aandeelhouder Verlinvest verkoopt zijn belang in de supermarktketen aan het Triodos Organic Growth Fund, een beleggingsfonds van de Triodos Bank, en aan investeringsfonds Social Impact Ventures. Verlinvest, dat in 2012 een minderheidsbelang in het bedrijf verwierf, is het investeringsvehikel van twee rijke Belgische families, De Spoelberch en De Mévius. Zij zijn de families achter AB InBev, het grootste bierconglomeraat ter wereld.

Met de nieuwe aandeelhouders, die ook nog een kapitaalinjectie doen, voert Marqt een nieuwe manier van winstverdeling in. Het bedrijf wil maximaal 3 procent op de omzet verdienen. Die winst moet vervolgens vooral gebruikt worden voor investeringen in, zoals Bolle het zegt, „duurzaamheid en productkwaliteit”.

Maakt het bedrijf een winst die groter is dan die 3 procent, dan gaat daarvan 25 procent naar de aandeelhouders. De rest moet ten goede komen van klanten en werknemers, door ze geld terug te betalen. Bolle: „Als we meer verdienen, willen we dat teruggeven, zodat de klant ook weet: ik kan hier niet te veel betalen en tegelijkertijd niet te weinig omdat al die kwaliteit- en duurzaamheidseisen in acht worden genomen.” Hij vervolgt: „Stel dat we het winstaandeel van de aandeelhouders niet zouden begrenzen. Dan zou er altijd de perverse prikkel kunnen zijn dat ze zeggen: laten we de kosten verlagen. Laten we goedkoper inkopen, het niet zo nauw nemen met duurzaamheid, méér verdienen en zo aandeelhouderswaarde creëren. Met deze afspraak veranderen we het systeem.”

Het systeem – Bolle zal het tijdens het gesprek vaak aanhalen. Volgens Bolle is dat systeem „doorgeslagen”, slechts gericht op zoveel mogelijk geld verdienen met eten. Supermarkten vragen almaar lagere prijzen voor hun producten, aldus Bolle, omdat ze bang zijn dat klanten anders naar de concurrent overstappen. „En die druk op de keten heeft uiteindelijk allerlei negatieve gevolgen. Op de kwaliteit van het eten, op werkgelegenheid, arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn, natuurbehoud.”

Bolle praat bevlogen als het over dit soort grote ideeën gaat, over de voedselproductieketen en hoe die te veranderen. Het lijkt hem meer in beslag te nemen dan de dagelijkse beslommeringen van een onderneming. Omzet? „We hebben geld veel te groot gemaakt. Natuurlijk, er moet meer binnenkomen dan er uitgaat, maar het is gewoon een ruilmiddel. Een middel, geen doel.” De financiële details van de nieuwe investeerdersdeal? „Die maken we niet bekend. Ik vind het ook een beetje de oude manier van denken, hoe groot is het belang, hoeveel geld is ermee gemoeid.”

Het zegt natuurlijk wel iets over de orde van grootte, over de impact van het idee achter Marqt.

„Intern rekenen we liever met hoeveel mensen we blij maken met wat we doen. Natuurlijk zijn de euro’s belangrijk. Maar we zijn veel meer bezig met een gedragsverandering. We willen een alternatief systeem neerzetten.”

Het plan met de nieuwe investeerders klinkt mooi. Maar kun je het ook doen als je geen winst maakt?

„We maken dit jaar winst. Ik wilde dit op tijd georganiseerd hebben.”

Is dat nog een memorabel moment, voor het eerst winst maken?

„We zijn ooit gestart als kantoor zonder winkel, dus het geld gierde eruit. Operationeel maken we al een jaar of twee winst. Nu komt ook de nettowinst. Daar zijn we ontzettend blij mee. Nu kunnen we weer een nieuwe fase in.”

U heeft ooit gezegd dat er in Nederland plek is voor ongeveer zestig winkels van Marqt. Is dat nog steeds zo?

„Zeker, ik zie Marqt als een olievlek. We zijn de afgelopen jaren van drie naar vijftien winkels gegroeid, dat was wel heftig. We moesten pas op de plaats maken om te consolideren. We gaan niet in één keer zestig winkels openen. We willen elke stap zorgvuldig nemen. We kúnnen nu ook geen winkel in, bijvoorbeeld, Groningen openen. Dat zou logistiek alleen al ontzettend duur worden.”

Maar er zou nog ruimte voor zijn? Wordt Marqt niet ingehaald door concurrentie van bijvoorbeeld supermarkten?

„Nee.”

Hoe bent u daar zo zeker van? Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit blijkt dat de bestedingen van consumenten aan duurzaam voedsel stijgen, maar dat die groei vooral ten goede komt van supermarkten.

„Die groei is ontstaan omdat supermarkten gewoon meer biologische producten in hun assortiment zijn gaan voeren. Daarnaast zijn wij echt iets anders aan het doen. Er is behoefte aan kwalitatief eten dat op een normale manier gemaakt is. We worden daarbij uit het hele land benaderd om nieuwe winkels te openen.”

Vorig jaar zijn er geen nieuwe vestigingen geopend. Komen er dit jaar winkels bij?

„We hebben een aantal dingen op het oog. In Amsterdam en in andere steden.”

Supermarkten zijn veel meer gaan doen wat jullie ook doen. Koop tomaten en je krijgt er het verhaal van de boer die het geteeld heeft bij.

„Dat is allemaal gekopieerd. Maar het is niet wat daadwerkelijk gebeurt. Het is veel make-believe. Dat is de armoede van de industrie, iedereen kopieert elkaar. Wij laten ons daardoor niet gek maken.”

En een concurrent als Ekoplaza?

„Ik heb veel respect voor Ekoplaza, zij zijn de grondlegger van het biologisch gedachtegoed. Zij leggen meer de nadruk op dat eten een biologisch keurmerk moet hebben. Ik vind het raar dat je je kwaliteitsbeleid buiten de deur legt bij keurmerkinstanties, daar wil ik zelf grip op hebben. Er zit niet altijd een keurmerk op ons eten, maar het voldoet wel aan de duurzame norm.”

Bent u altijd zo optimistisch?

„Ja. Ik geloof ook echt dat het beter kan.”

Toch waren er ook mindere tijden. In 2011 droeg Bolle de dagelijkse leiding van Marqt over aan iemand anders. „Ik lag er goed af. Zoiets opzetten… dat heeft impact op je.” Een paar maanden bleef hij weg van kantoor. „Ik heb jarenlang op kantoor geleefd. Hele zomers heb ik binnen voorbij zien gaan.”

Tegenwoordig denkt Bolle na over de lange termijn en zit hij in de raad van commissarissen. Niet meer als voorzitter. „Dan kan ik een meer vrije rol hebben. Ik was toch een beetje mijn eigen vlees aan het keuren.” Hij reist veel; afgelopen winter nog zat Bolle drie maanden in Zwitserland, om te skiën, na te denken, te werken. „Ik ben het beste als ik er niet ben. Dat klinkt misschien een beetje raar, maar ik heb het nodig om andere ideeën op te doen, met andere mensen te praten. Dan kan ik dat weer meenemen naar het team en zeggen: moeten we het niet zó doen?”

„Ik laat mezelf altijd bekritiseren, dat vind ik juist goed. Maar er is nog niemand die mij écht een valide argument heeft gegeven dat aantoont waarom wat Marqt doet niet klopt. Ik geloof ook niet dat dat er is. Daarvoor heb ik er ook te veel over nagedacht.”

„Al zijn gelijk hebben en gelijk krijgen twee verschillende dingen. En natuurlijk willen we gelijk krijgen. Maar dat gaat langzaam.”