Wat wil de Arabische man?

Shereen El-Feki onderzocht ‘mannelijkheid’ in de Arabische wereld. „De Arabische man zit in een diepe crisis.”

Eman Helal

„Een seksueel roofdier, moordzuchtig en suicidaal.” Zo vat Shereen El-Feki (49) het huidige cliché over de Arabische man samen. „In alle andere gevallen zouden we het absurd vinden om het gedrag van extremisten gelijk te stellen aan de hele groep. Maar in het geval van de Arabische man is dat blijkbaar oké.”

De Brits-Egyptische El-Feki baarde in 2013 opzien met Seks en de Citadel, een gezaghebbend boek over hoe het er echt aan toegaat in Arabische slaapkamers. Vorige week presenteerde ze in Beiroet de resultaten van een onderzoek naar ‘gendergelijkheid’ waarvoor maar liefst tienduizend mannen en vrouwen in de Arabische wereld zijn bevraagd. Het thema? Mannelijkheid.

„Er is heel veel onderzoek gedaan naar de positie van de vrouw in de Arabische wereld. We weten veel over de LHBT-gemeenschap. Maar we weten zo goed als niets over wat de heteroseksuele Arabische man daar zelf allemaal van vindt. We hebben het hem nooit eerder gevraagd”, zegt El-Feki.

Seks als hij zin heeft

Het gesprek vindt plaats in de jachthaven van Beiroet. Hier worden de terrassen gedomineerd door vrouwen. In de drie andere landen waar de enquête is afgenomen – Egypte, Marokko en de Palestijnse Gebieden – zijn cafés juist het exclusieve domein van mannen.

Maar schijn bedriegt, zegt El-Feki. „Libanon komt dan wel als het meest liberale land uit de enquête, maar in ons onderzoek zegt meer dan zestig procent van de Libanese vrouwen op straat te zijn lastiggevallen – meer dan in Egypte, en een derde van de Libanese mannen gaf toe dat ze weleens vrouwen hebben lastiggevallen.”

Op het eerste gezicht bevestigt het onderzoek van UN Women en Promundo de clichés: driekwart van de mannen vindt dat de plaats van de vrouw aan het aanrecht is. Ruwweg de helft van de vrouwen vindt dat ook. Maar El-Feki vertelt in interviews graag over de reactie die ze van een vriend in Egypte kreeg. „Wat!? Een kwart van de Arabische mannen is voor gelijkheid van man en vrouw!?”

El-Feki ziet het glas liever halfvol dan halfleeg, of in dit geval een kwart vol. Dat komt ook terug in Seks en de Citadel. Het boek staat vol met de bekende gruwelverhalen over genitale verminking, huiselijk geweld, eremoorden. Maar El-Feki suggereert ook dat de Arabische Lente voor meer seksuele vrijheid zou kunnen zorgen – geen seksuele revolutie maar misschien een seksuele evolutie.

De bevindingen van de enquête zijn op dat vlak eerder pessimistisch. Behalve in Libanon zijn jonge mannen in de Arabische wereld conservatiever dan hun vaders als het gaat over de plaats van de vrouw in de samenleving. Maar het rapport zit ook vol contradicties.

Bijna de helft van de Egyptische mannen denkt dat vrouwen het leuk vinden om lastiggevallen te worden.

El-Feki: „Een meerderheid van de mannen is voorstander van het criminaliseren van seksueel geweld, inclusief verkrachting binnen het huwelijk. Maar tegelijk vindt de meerderheid van de mannen dat de vrouw hen seks moet geven wanneer zij dat willen.” Van de Egyptische mannen vindt zelfs 80 procent dat de vrouw seks moet kunnen weigeren als zij geen zin heeft. Maar gevraagd naar het eigen huwelijk verwacht 96 procent seks wanneer hijzelf zin heeft.

Bijna de helft van de Egyptische mannen denkt dat vrouwen het leuk vinden om lastiggevallen te worden; vrouwen vinden dat uiteraard niet. Maar: meer Egyptische vrouwen dan mannen vinden dat een vrouw die provocerend gekleed gaat het verdient om lastiggevallen te worden.

„Die tegenstellingen zijn voor mij eigenlijk het bewijs dat onze resultaten betrouwbaar zijn,” zegt El-Feki. „want dat is de realiteit. Er is veel onzekerheid en ambiguïteit. Mensen zijn niet altijd consistent”.

Mannen van tissuepapier

Twee bevindingen hebben El-Feki sterk geraakt.

„De Arabische man zit echt in een diepe crisis. Hij is vaak niet meer in staat zijn rol als kostwinner te vervullen. Dat zie je heel goed onder de Syrische vluchtelingen in Libanon. Eén man zei mij dat mannen vroeger van staal waren gemaakt, nu van tissue-papier. Syrische mannen in Libanon voelen zich ontmand. We horen dit ook van de vrouwen: er zijn geen echte mannen meer, zeggen zij.”

„Je ziet hetzelfde in Egypte, Marokko en Palestina. Een vijfde tot de helft van de mannen schaamt zich omdat ze er niet in slagen hun gezin te onderhouden. Een kwart is depressief: in Egypte slikken mannen pijnstillers als Tramadol om de dag door te komen.”

Positief is dan weer dat de Arabische man heel erg bezig is met zijn vaderschap. De Nieuwe Arabische Man met de baby in een draagdoek zie je vooralsnog alleen in de hipsterwijken van Beiroet. Maar ook elders is verandering merkbaar, zegt El-Feki.

„Meer dan 70 procent van de mannen gaat mee op prenataal doktersbezoek. Meer dan 60 procent zou graag meer tijd doorbrengen met de kinderen maar ze zijn te druk met naar werk te zoeken. Minder dan een derde vindt het een schande als een man op de kinderen past. En bijna 80 procent wil betaald vaderschapsverlof.”

Dit is belangrijk voor het beleid, zegt El-Feki. „Als je tegen een man zegt dat hij zijn vrouw niet mag slaan, is dat doorgaans niet heel effectief. Maar als je binnenkomt met het vaderschap – hoe een betere vader te zijn – dan zie je dat mannen veel opener zijn om ook over andere zaken te praten.”

Prehistorische fase

De Amerikaans-Egyptische journalist Mona Eltahawy baarde opzien in 2012 met een essay over Arabische mannen getiteld ‘Waarom haten ze ons zo?’ El-Feki is het hartgrondig met haar oneens. „Het is niet: waarom haten ze ons, maar: waarom zijn ze bang van ons? Mannen zijn altijd bang geweest om door vrouwen voorbijgestreefd te worden.”

In die zin stemt het onderzoek wel heel pessimistisch. Want waar jonge mannen conservatiever zijn dan hun vaders, zijn jonge vrouwen in alle vier landen juist progressiever dan hun moeders. De kloof wordt dus alleen maar groter. Zoals een Tunesische vrouwelijke dokter in El-Feki’s boek het zegt: „Wij vrouwen worden steeds opener maar de man zit nog in de prehistorische fase.”

Juist daarom is het zo belangrijk om ook naar de man te luisteren, zegt El-Feki. „Ja: de Arabische wereld is een patriarchale samenleving. Maar dat wil niet zeggen dat het er voor mannen zo leuk is. Dat is het alleen als je aan de top van de ladder staat.” Ze noemt Mohamed Bouazizi, die in 2010 de Arabische Lente op gang bracht door zichzelf in brand te steken. Hij had een diploma maar werkte als groenteverkoper. Toen een agent zijn waar afpakte ging hij over tot zijn wanhoopsdaad. „Dat is niet iemand die de vruchten van de patriarchale samenleving plukt, en er zijn miljoenen mannen als Bouazizi.

„Mannen in de Arabische wereld slagen er momenteel niet in hun potentieel waar te maken. We moeten ons ook afvragen hoe we hun situatie kunnen verbeteren. Want dat zal niet alleen goed zijn voor de mannen maar ook voor de vrouwen.”