‘Voor het rondrijden van collega’s kreeg ik extra uitbetaald’

De eerste baan

Remco Pouw (58) was vroeger uitzendkracht voor het bureau waarvan hij nu directeur is. Voor zijn eerste klus , als verkeersteller, stond hij uren langs de weg.

Foto Lars van den Brink

Remco Pouw zit achter het stuur van een knalgroene lelijke eend en lacht zó hard om zijn eigen grappen dat voorbijgangers het wel moeten horen. „Wat dat is? De handrem. Ja die ligt los, ja.” Weer buldert hij. „Dat hoort een beetje bij een eend hè.”

Wat een herinneringen – precies zo’n Citroën 2CV had Pouw in zijn studententijd: „Op een gegeven moment kon ik door de bodem van de auto de weg zien. Hier.” Pouw kijkt naar zijn voeten. „Toen ben ik van de weg gehaald door de politie.” Hij strijkt zijn hand zacht over het dashboard. „Lief eendje.”

Een auto onderhouden kost geld, dus schreef Pouw zich als 22-jarige student arbeids- en organisatiepsychologie in bij het kleinschalige studentenuitzendbureau SUSA. Zijn eerste klus: verkeer tellen voor Rijkswaterstaat. Een prima baantje. Met zijn lange haar en hippie-achtige voorkomen was Pouw toch niet geschikt voor representatieve banen, vond hij zelf.

Nu, 36 jaar later, werkt Pouw nog steeds voor SUSA – als directeur. Op het kantoor in Utrecht komt hij een aantal dagen per week over de vloer, vooral om nieuwe ideeën te bedenken. „Verder loopt alles zonder mij ook wel gesmeerd.”

De grootste les die ik tijdens dat baantje geleerd heb, is dat het handig is om een auto te hebben

Langs een afgelegen landweg

Met zijn auto was hij als uitzendkracht meteen populair, vertelt Pouw trots. „Ik kon andere studenten meenemen of afzetten aan de kant van de weg, daar kreeg ik een extra uur voor uitbetaald.” Vervolgens reed hij zelf naar de afgesproken plek. Thermoskan koffie erbij, het zelf ingebouwde radiootje aan. Tellen maar. Personenauto’s, vrachtauto’s, busjes. Die informatie werd gebruikt om de verkeersbewegingen in Nederland te analyseren. „Of zoiets”. Precies weet Pouw het niet meer.

Midden in de nacht stond hij eens een uur lang op een afgelegen landweg. „Vier konijnen en een tractor zag ik er, maar ik bleef braaf staan. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen die lieve meneer van Rijkswaterstaat een oor aan te naaien.”

Lees ook De eerste baan van vorige week: ‘Soms zat de shoarma nog tussen mijn kiezen’

Een baan met Mercedes

Na zijn afstuderen schoor Pouw zijn haar af, kocht een keurig pak en solliciteerde op een baan in de ICT. Daar had hij zich tijdens zijn studie in verdiept. „Ik wist waar de enter-toets zat. In die tijd kreeg je dan al snel een baan met Mercedes.” Via zijn vrouw – die na haar studie bij SUSA aan de slag ging – bleef hij contact houden met het bureau. In 1990 werd hij directeur van de toen nog kleine stichting, in 1992 werd het zijn eigen bedrijf. „Ik dacht: hier kun je meer muziek uit laten komen.”

Pouw is graag tussen de studenten. Het houdt hem jong, zegt hij. Bovendien weet hij wat ze willen: hij wás ook die student. De afwisseling van verschillende kleine klussen vond hij destijds het leukst, maar dat gebeurt jammer genoeg niet meer. Studenten werken nu vooral bij klantcontactcentra. „Eigenlijk de ideale studentenbaan.”

Niemand bij SUSA wordt er nog op uit gestuurd om auto’s te tellen, dat gebeurt nu grotendeels elektronisch. Heel erg vindt Pouw dat niet. „De grootste les die ik tijdens dat baantje geleerd heb, is dat het handig is om een auto te hebben.”