Recensie

Van Sinatra naar spaghetti

De bloemlezing uit het werk van deze nog altijd actieve Amerikaanse journalist, een van de groten van het label New Journalism, kent vele hoogtepunten.

Schrijver Gay Talese, in 2014 Foto Janette Beckman/Getty Images

Het verdwijnen van de scheidslijnen tussen literatuur en non-fictie is nu al zo geaccepteerd dat niemand er meer van opkijkt dat er ook tuingidsen en handleidingen-voor-een-gezond-leven als ‘literaire non-fictie’ worden gepresenteerd.

Dat was niet altijd zo. In de jaren zeventig verzetten met name in de VS auteurs zich tegen het dédain waarmee de literaire wereld tegen de journalistiek aankeek. Achter het label New Journalism werd in die tijd veel non-fictie bijeengeveegd van auteurs die zich van literaire methoden bedienden om hun verhaal te vertellen, terwijl hun werk in stijl en aanpak sterk verschilde. Het liep uiteen van Hunter Thompson, die zijn explosieve zelf in het middelpunt van geruchtmakende situaties plaatste ( bij de presidentsverkiezingen van 1972), via de soms hilarische participerende journalistiek van George Plimpton tot aan de verslaggeving door literaire auteurs als Norman Mailer en Truman Capote.

Gay Talese (1932), een van de meest gerenommeerde auteurs in het genre, nam binnen dat scala qua methodiek ongeveer een middenpositie in. Zoals hij het zelf verwoordde: ‘Ik probeer mijn onderwerpen onopvallend te volgen terwijl ik ze observeer in onthullende situaties, waarbij ik hun reacties noteer en de reacties van anderen op hen.’ Een goed voorbeeld daarvan is zijn briljante portret van ster-honkballer (ex van Marilyn Monroe) Joe DiMaggio in The Silent Season of a Hero (1966). Daarin positioneert de auteur zich in een sleutelscène (een pijnlijke confrontatie met zijn onderwerp) als ‘a man from New York’, zonder dat de lezer hoeft te weten dat het om Talese zelf gaat.

Er verscheen al eerder een bloemlezing uit zijn werk (The Gay Talese Reader, 2003), maar na het recente succes van zijn controversiële The Voyeur’s Motel was de tijd rijp voor een nieuwe keuze. High Notes bevat inderdaad enkele verhalen die tot het beste uit zijn oeuvre behoren. Een van die hoogtepunten is ‘Sinatra Has a Cold’, een meesterlijk portret van een onaangenaam mens, en een schoolvoorbeeld van hoe tegenslag in de journalistiek door noest volhouden toch tot iets veel groters kan leiden dan de bedoeling was.

Sinatra had toegestemd in een interview, maar een opkomende verkoudheid en een bijkomend slecht humeur deed hem van die belofte afzien. Talese besloot in de buurt te blijven, daar in Los Angeles, om met mensen uit zijn uitgebreide entourage te praten en om Sinatra onopvallend te volgen. Dat leverde een fenomenaal portret op met memorabele scènes. Wat ook wel hielp, natuurlijk, was dat Esquire bereid bleef zijn onkostenbudget dat kon oplopen tot duizenden dollars, te blijven dekken.

Hoogtepunten te over in de nieuwe bundel High Notes, maar toch valt er op deze keuze nogal wat aan te merken. Zo staat het verhaal over Joe DiMaggio er niet in, evenmin de portretten van regisseur Joshua Logan en bokser Joe Louis. Die hadden beter geselecteerd kunnen worden dan het lange stuk over The New York Times dat hij publiceerde in Esquire als een soort voorstudie voor een van zijn beste boeken, The Kingdom and the Power (1969). De gecondenseerde versie in High Notes is een wat stroeve opsomming van de machtswisselingen en intriges binnen het krantenimperium, die als boekversie wél tot een fascinerend portret leidde.

Iets soortgelijks geldt voor ‘The Kidnapping of Joe Bonanno’ en ‘A matter of Fantasy’, voorpublicaties uit Honor Thy Father (1971, over de Amerikaanse maffia) en Thy Neighbor’s Wife (1981, over seks in post-pill-paradise): beide incomplete verhalen zijn overbodig omdat de eindresultaten van Talese’s intensieve research-methode al zo lang bekend zijn en daar steken deze eerdere probeersels wat mager bij af.

Niettemin valt er veel te genieten. Op reis met de wispelturige Russische sopraan Marina Poplavskaja bijvoorbeeld, en een mooie snapshot van een opname-sessie met het onwaarschijnlijke zangduo Tony Bennett en Lady Gaga.

Misschien wel het mooiste stuk is geen journalistiek, maar een fraai gestileerde herinnering aan Talese’s Italiaans-katholieke jeugd. In de voortwoekerende discussie over de vraag of men spaghetti wél of niet met een vork én een lepel moet eten, velt Talese het ultieme oordeel. Mét dus. Discussie gesloten.