Trustkantoor stelt Mexicaanse klant zo weinig mogelijk vragen

Belastingontwijking

Een omstreden Mexicaanse oud-politicus was jarenlang klant van het Nederlandse trustkantoor BK Group. Als blijkt dat hij een risico vormt, verbreekt BK Group de samenwerking niet: ze schroeft alleen de tarieven flink op.

De Mexicaanse badplaats Ensenada, waar een toeristenresort gebouwd zou worden met een lening van 10 miljoen euro. Foto Pietro Canali

Werken voor een trustkantoor behoort tot de saaiere banen in de financiële sector. Medewerkers verzorgen het papierwerk voor bedrijven die actief zijn in de meest exotische uithoeken van de wereld, maar hebben vaak geen idee wat die precies doen. Ze hoeven het niet te weten en willen het dus ook niet weten. Zolang de papieren maar kloppen. Dan is iedereen tevreden: de baas, de banken en De Nederlandsche Bank (DNB), die als toezichthouder de trustkantoren controleert.

Zo gaat het ook bij de Amsterdamse BK Group, met zo’n 25 medewerkers een middelgroot trustkantoor – met bijkantoren op Curaçao en in Luxemburg. Het bedrijf wil „het vertrouwen van klanten winnen door hard te werken, integer en transparant te zijn”, zo staat het in de bedrijfsbrochures.

De BK Group was afgelopen week volop in het nieuws. Het bedrijf, waarin voormalig beleggersactivist Peter Paul de Vries een meerderheidsbelang heeft, is betrokken bij het wegsluizen van miljoenen voor topvoetballers als Luis Suarez (FC Barcelona), meldde NRC woensdag. Ook werd duidelijk dat opsporingsdienst FIOD in 2014 dossiers van verdachte Oekraïense politici bij BK Group had opgehaald. Nu blijkt uit onderzoek van NRC dat het kantoor ook jarenlang voor een omstreden Mexicaanse volksvertegenwoordiger aan de slag was.

De BK Group heeft klanten van over de hele wereld. Russen, Turken, Kazachen – en Mexicanen. Die laatste groep zorgde nooit voor problemen, maar dat is de laatste jaren veranderd. Door de voortwoekerende drugsoorlog in Mexico is er steeds meer aandacht voor geldstromen van en naar het land. Zo kan slecht nieuws over Mexico dus zomaar op het bordje van een Nederlands trustkantoor met Mexicaanse klanten terechtkomen.

Witwassen via Nederland

Zoals vorig najaar, toen er berichten verschenen in de internationale en Nederlandse pers dat een Mexicaanse politicus, oud-gouverneur Guillermo Padres, miljoenen aan steekpenningen had witgewassen via Nederland. Regels van DNB schrijven voor dat trustkantoren op zo’n moment hun eigen Mexicaanse klanten nog eens langs de meetlat moeten leggen.

Zo ook BK Group, die een vergelijkbare Mexicaanse klant had, oud-politicus Oscar Lara. Lara komt uit de door drugsgeweld geteisterde staat Sinaloa.

En verdomd, er was een connectie, zo blijkt uit interne documenten en e-mails van de BK Group in het bezit NRC. Op internet is een foto te vinden waarop Lara en Pádres samen de aanleg van twee dammen in Mexico bespreken, mailt een medewerker aan directeur Gejo Kamp hierover. Ook komt de medewerker erachter dat Lara enkele jaren eerder in Mexico is beschuldigd van verduistering van overheidsgeld. „Laat het me weten als ik meer onderzoek moet doen”, schrijft de medewerker. Waarop Kamp antwoordt: „Stop dit alsjeblieft in het dossier als bewijs dat we enig onderzoek hebben gedaan.” En dat is dan dat.

BK heeft op dat moment al anderhalf jaar grote problemen met deze Oscar Lara, die hopeloos achterloopt met het aanleveren van financiële stukken. In 2009 richtte BK voor Lara de Nederlandse vennootschap Riana International BV op. Die sluit een lening van 10 miljoen dollar af bij de Banca Privada d’Andorra – een omstreden bank in Andorra.

Het Amerikaanse ministerie van Financiën zet de bank in maart 2015 op een zwarte lijst, als „eersteklas witwasrisico”. De bank, die volgens de Amerikanen hand- en spandiensten aan Russische en Chinese criminelen verleent, raakt in een crisis en wordt genationaliseerd.

Ook ontstaan er vraagtekens bij de lening aan Lara. Op papier is die bedoeld voor de bouw van een toeristenresort in de Mexicaanse badplaats Ensenada. Maar justitie in Andorra onderzoekt inmiddels of dit wel klopt. Het toeristenresort is nooit gebouwd en de vraag is of de lening niet iets anders was: een verkapte gift aan de Mexicaan, of zwart geld dat hij in Nederland stalt.

Die verdenking wordt gevoed door de extreem ingewikkelde structuur die voor Lara is opgezet, compleet met een Panamese stichting en brievenbusbedrijven in Nederland en Panama en op Curaçao. Onder Riana hangt nog een Mexicaans dochterbedrijf, dat het resort zou laten bouwen.

Deze verdenking dwingt trustkantoor BK Group om nog eens grondig naar het papierwerk van hun klant Oscar Lara te kijken.

Kwetsbaar voor corruptie

Dat valt vies tegen. Er ontbreken allerlei basale documenten over de ladder aan vennootschappen tussen het Mexicaanse dochterbedrijf van Riana en de uiteindelijke belanghebbende, Oscar Lara. Denk aan adresgegevens, bankverklaringen, namen van aandeelhouders. En dat terwijl Oscar Lara een politically exposed person is – iemand die vanwege zijn politieke achtergrond kwetsbaar is voor corruptie. Toezichthouder DNB stelt strengere eisen aan dossiers van dit soort publieke figuren.

BK gaat aan de slag om het dossier aan te vullen, maar doet niet echt haar best. Directeur Kamp is vooral bezorgd of Riana International de rekeningen nog wel kan voldoen. „Gaat de cliënt nog betalen?”, vraagt hij in september 2015 in een e-mail aan een ondergeschikte. „We hebben de btw al afgedragen.” En: „Het zou onredelijk zijn dat wij als bestuurders verantwoordelijkheid dragen voor een bedrijf met een lening bij een bank waar internationaal grote vraagtekens bij worden gezet.”

De resultaten van de zoektocht zijn ook mager omdat er weinig medewerking komt van de partijen die de documenten moeten leveren. De belangrijkste schakel hierin is Neith, een advocatenkantoor in Andorra dat Oscar Lara als klant naar BK had gebracht en hem vertegenwoordigt. Neith geeft goedkeuring aan het jaarverslag van Riana over 2014, zonder de door BK opgevraagde jaarverslagen van de Mexicaanse dochteronderneming te kunnen leveren. Ook de documenten uit Panama, die via Neith aangeleverd moeten worden, komen maar niet.

Intussen voert BK een risico-analyse uit voor Riana. De resultaten zijn zorgwekkend. Riana valt in de categorie klanten met een „hoog risico”, daar valt niet aan te ontkomen. „Mijn belangrijkste zorg is dat het [vastgoed]project van de Mexicaanse dochteronderneming niet is doorgegaan, in combinatie met de gebrekkige informatie”, concludeert een medewerker. „We weten niet wat er met het geld gebeurd is.”

Gealarmeerd

Een compliance-medewerker, die moet controleren of BK aan alle regelgeving voldoet, mailt aan directeur Gejo Kamp: „Ik ben behoorlijk gealarmeerd door deze cliënt en overweeg – indien ik geen informatie van het tegendeel ontvang – deze cliënt in de wacht te zetten, of erger.”

Kamp wil daar niet zomaar aan toegeven. Een klant is immers een klant, en hij zit in zaken om geld te verdienen. De problemen met Riana bieden ook nieuwe kansen, concludeert hij.

Hij instrueert een medewerker per e-mail om niet te veel tijd aan het opvragen van documenten te besteden, en in plaats daarvan een brief naar de advocaten in Andorra te sturen. De strekking van de brief is dat Lara niet meer welkom is bij BK. Maar aan het einde schrijft hij: „Als u van onze diensten gebruik wenst te blijven maken, doen we u graag een aangepast voorstel.” Lees: als u wilt blijven, kost dat meer geld.

Aan de medewerker legt hij per e-mail uit: „Ik verwacht dat de klant toch nergens anders heen kan en dus aan ons vast zit. Ik ben bereid om te overwegen onze diensten voort te zetten maar dit zou dan heel goed betaald moeten worden.” Kort hierop bedingt hij inderdaad een hogere vergoeding voor de dienstverlening aan Lara.

Pas op 3 maart dit jaar, als de Spaanse krant El País onthult dat een Andorrese rechter onderzoek doet naar Lara, besluit Kamp dat hij zijn klant moet kwijtraken. Hij zegt de samenwerking op en doet – twee jaar na het alarm uit de VS – een melding bij de Financial Intelligence Unit (FIU), het Nederlandse overheidsloket waar financiële instellingen misstanden moeten rapporteren.

In de dagen daarna verwacht Kamp dat de FIU elk moment op de stoep kan staan. Ter voorbereiding „is er aanleiding om nog eens naar eerdere transacties te kijken”, schrijft hij aan de betrokken medewerkers. Zijn secretaresse laat hij weten: „Ik zou graag de dossiers uit het archief opvragen. Alles wat er is.”

Geen van de betrokken bedrijven reageert op vragen van NRC.