Trucs op bankjes, relingen en trappetjes

Skateboarden

Skateboarden is vanaf de Spelen van Tokio (2020) een olympische discipline. De sport zal daardoor flink groeien, ook in Nederland.

Terwijl Keet Oldenbeuving (12) zich opmaakt om met haar skateboard de ‘bowl’ in te duiken, wordt zij vanachter de balustrade gemonsterd door kleuters die een verjaardagsfeestje vieren. Opgewonden wijst een jongen met pet naar de Utrechtse tiener. Zzzzzzzzzoef, en weg is Oldenbeuving. „Mam, mam. Skatekeet is er ook.”

In het Utrechtse skatepark – een oude loods waar voorheen een farmaceutisch bedrijf huisde – skaten deze woensdagmiddag tientallen jongeren de longen uit hun lijf. Ze glijden met de onderkant van hun plankje over metalen relingen en springen over houten obstakels. Om de paar minuten gaat iemand onderuit. Want dat is ook skateboarden: trucje doen, vallen en weer opstaan.

Olympisch skateboardteam

Eind vorige maand kreeg Keet Oldenbeuving belangrijk nieuws. Ze werd geselecteerd voor het Nederlands olympisch skateboardteam. De inzet – een noviteit: de Olympische Spelen in 2020 van Tokio. Samen met softbal, karate, (branding)surfen en sportklimmen is skateboarden een van de vijf nieuwe sporten waarmee in Japan een gouden plak verdiend kan worden.

Skaters strijden op twee onderdelen om de prijzen: street en park. Bij eerstgenoemde skaten deelnemers op asfalt en kunnen bankjes, relingen en trappetjes gebruikt worden om de trucs te tonen. In het parkonderdeel moeten skaters in de bowl of op de ramp zo veel mogelijk punten verdienen.

Dat er nu op olympisch toneel geskate gaat worden, zal een flinke boost geven aan skateboarden, zegt Bram Waterman (50) voorzitter van Skateboard Federatie Nederland en eerste generatie skater in Nederland. Waterman schat dat ongeveer 300.000 mensen in Nederland skateboarden. De harde kern is een stuk kleiner: een mannetje of 5.000 . Die groep zal de komende jaren fors groeien, verwacht Waterman. Nu skateboarden olympisch is, kan de overheid niet langer om skateboarders heen, zegt Waterman.

Toch wordt onder de oude garde skaters inmiddels ook gemord over de toenemende populariteit van het skateboarden: het authentieke karakter – op illegale plekken skaten hoort erbij, beveiligers die dat niet goed vinden ook – gaat verloren. Nieuwelingen zien skaten als sport en niet meer als (afzet)cultuur. En dat is jammer. Waterman: „Het is mainstream. Het rebelse gaat verloren.”

Oldenbeuving begon met skaten op haar zevende. Haar vader was ook een skater en thuis in de gang stonden zijn skateboards altijd keurig uitgestald. Dat object sprak wel tot haar verbeelding. Ze kreeg een plank, nam skateboardles en bleek talent te hebben. Ze schreef zich in voor wedstrijden en werd op haar negende derde op het NK voor jongens en meisjes onder de tien jaar, zegt vader Henno Oldenbeuving. „Op haar achtste was ze al beter dan ik ooit ben geweest.”

Daar kan Koen Veltman (29) over meepraten. Veltman leerde de twaalfjarige haar eerste trucjes op het skateboard en noemt haar „een goeie leerling” en „heel beheerst”. Inmiddels wordt Oldenbeuving gesponsord door Nike en een Amerikaans skateboardmerk. Veltman: „Er waren geen andere meisjes met wie ze kon skaten. Ze was altijd met oudere jongens.”

Meisjes vinden skaten eng

Oldenbeuving telt op haar vingers: 1, 2, 3. „Ik heb drie vriendinnen die skaten.” De laatste jaren wint skateboarden aan populariteit onder meisjes, maar wat Oldenbeuving betreft gaat dat niet snel genoeg. Meisjes vinden skaten eng, zegt ze, en willen niet vies worden: „Of ze schamen zich om te vallen.” Er zitten geen meisjes bij Oldenbeuving in de klas, die ook skateboarden. Met vies gezicht: „Ze zijn vooral geïnteresseerd in jongens. Ze rommelen een weekje aan en dan is het weer voorbij.”

Die tijd spendeert Oldenbeuving liever op haar skateboard. Want: „Op mijn leeftijd is het toch niet echt serieus.” Volgend jaar gaat ze naar 2 havo. Voor de gymles krijgt ze dispensatie en als haar cijfers goed zijn, mag ze ook wedstrijden in het buitenland rijden. Vorige week werd vader Henno Oldenbeuving gebeld door de bondscoach. Oldenbeuving: „Hij zei: ‘Keet moet natuurlijk ook gewoon met vriendinnetjes spelen. Ze hoeft niet altijd te skateboarden.’ Ik zei: ‘Maar dat is wat Keet het liefst doet: skaten.’”

In de oude Utrechtse fabriekshal maakt een klein meisje in een fel paars jurkje ondertussen onwennig een van haar eerste ritjes op een skateboard. Vader Henno Oldenbeuving wijst naar het meisje. „Voor veel meisjes is Keet een inspiratiebron.”

Keet Oldenbeuving ziet dat zelf toch anders. Inspiratiebron, minifeministe op wieltjes, het is haar om het even. Iedereen maakt bij skaten onderscheid tussen jongens en meisjes, zegt ze, ik vind dat gek. „Ik doe gewoon mijn eigen ding.”