Column

Robin van Roosmalen

Marcel

Een paar jaar geleden verzon ik dat Robin van Roosmalen een neef van me is. Op de televisie in de kroeg werd een spierbundeltje van 65 kilo uit Den Bosch wereldkampioen kickboksen in het lichtgewicht. „Dat is Robin, m’n kleine neefje”, zei ik gespeeld nonchalant tegen mijn Amsterdamse vrienden van wie de meesten wel een beroemdheid in de familie hebben.

Daarna ging ik Robin volgen op de sociale media. Op Instagram plaatste hij regelmatig filmpjes van zijn eigen hoofd. Hij zag er altijd hetzelfde uit – de haren kort, baardje en zonnebril – en zei zinnen van één woord. Bijvoorbeeld ‘rustig’ toen hij op Koningsdag op een bootje door de Amsterdamse grachten voer. Robin werd ‘pokerface’ genoemd omdat hij altijd nul emoties heeft, een eigenschap waar alle andere Van Roosmalens die ik ken wel wat meer van zouden mogen hebben.

Hoewel ik niet met mijn verzonnen neef te koop liep, sprak het zich wel rond. Er waren er steeds meer die wisten dat we familie zijn. Robin vocht in steeds grotere stadions in de steden als Los Angeles en Tokio en in een uitverkocht Madison Square Garden in New York en ik werd steeds trotser op hem. Hij kreeg ook een vriendin met wie je internationaal voor de dag kunt komen: Djamila Celina, ‘Miss Beauty of the World 2012’ en ook bekend als deelnemer van het survivalprogramma Queens of the jungle.

Vanwege ‘Glory 41’, een vechtsportevenement in zijn Den Bosch waar hij zal vechten om de wereldtitel, zat mijn neef een paar dagen geleden aan tafel bij Jack van Gelder op Ziggo. Het ging over zijn Thaise tegenstander van wie Jack en Robin de naam – Petchpanomrung – niet konden uitspreken.

Jack: „Het zal je ook worst wezen hoe of hij heet.”

Robin: „Ja, precies.”

Jack: „Wat is het voor jongen?”

Robin: „Een Thaise jongen, met een Thaise stijl.”

Jack: „Van trappestijn dus.”

Robin: „Ja.”

Daarna vertelde Robin hoe hij zijn wereldtitel was kwijtgeraakt. Door een verkeerd afgestelde weegschaal waarop hij zonder boxershort tweehonderd gram zwaarder woog dan met boxershort aan, wat dus helemaal niet kon. Jack, god wat miste ik hem opeens bij de publieke omroep, vatte samen wat iedereen dacht: „Ik heb nog nooit zoiets debiels meegemaakt.”

Volgende week wordt Robin van Roosmalen, debiele dingen daargelaten, weer wereldkampioen. Ter voorbereiding daarop belde een journaliste met de vraag of ik trots was op Robin. Ik heb die vraag heel eerlijk met ‘ja’ beantwoord en gezegd dat Robin de laatste tijd veel kip eet, want dat had hij ook tegen Jack verteld. Voor ze ophing vroeg ze of de beroemde primatoloog Marc van Roosmalen, door Time Magazine uitgeroepen tot ‘heroes of the planet’, ook een neef van mijn neef Robin is. Ik heb gezegd dat ik daar nog over nadenk.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.