Oostenrijk stevent af op vervroegde verkiezingen

Regeringscrisis

Nog een belangrijke verkiezing in Europa: waarschijnlijk moet Oostenrijk dit najaar weer naar de stembus. De jonge mediagenieke Sebastian Kurz loopt zich warm, de FPÖ ook.

Foto Alex Halada/AFP

In Oostenrijk is deze week een zware regeringscrisis uitgebroken. Die leidt er waarschijnlijk toe dat later dit jaar – vermoedelijk in de herfst – vervroegde parlementsverkiezingen worden gehouden. Voor de rest van Europa hebben die verkiezingen zeker relevantie: volgens de peilingen is de extreem-rechtse FPÖ favoriet.

Regeringscrises zijn zo langzamerhand schering en inslag in de Oostenrijkse politiek. Decennialang wordt het land vrijwel onafgebroken geregeerd door twee partijen: de socialisten (SPÖ) en de conservatieven (ÖVP). Zij hebben elkaar nodig om de FPÖ in de oppositie te houden – maar dat is zo langzamerhand het enige dat hen nog bindt. Beide partijen, die in de jaren zestig en zeventig samen nog 90 procent van de stemmen haalden, kregen bij de laatste parlementsverkiezingen net iets meer dan 50 procent.

Iedereen houdt er rekening mee dat ze de volgende keer samen geen meerderheid halen. Dus sorteren beide partijen, en vooral ook individuele kopstukken, alvast driftig voor op een leven ná de coalitie. Iedereen beschimpt iedereen (de zoon van de socialistische kanselier Christian Kern vergeleek een conservatief onlangs met Idi Amin), sommige ministers komen zelden nog naar regeringsberaad, en iedereen lekt constant vertrouwelijke informatie over anderen naar de pers.

Doormodderen

De verkiezingen staan normaal gepland voor najaar 2018. Na het plotselinge aftreden van ÖVP-voorzitter Reinhold Mitterlehner, op 10 mei, achten analisten het vrijwel onmogelijk dat deze coalitie het nog bijna anderhalf jaar houdt. Toen twee dagen later bekend werd dat Mitterlehner waarschijnlijk wordt opgevolgd door minister van Buitenlandse Zaken Sebastian Kurz, leken zij gelijk te krijgen. Kurz verklaarde onmiddellijk dat hij niets ziet in doormodderen in de vermolmde coalitie, en noemde „vervroegde verkiezingen de beste weg”.

Velen in zijn partij zijn het daar niet mee eens: de ÖVP is naar een derde plaats in de peilingen gezakt. Verkiezingen zijn voor de conservatieven riskant. Tegelijkertijd kunnen zij niet om Kurz heen. Hij is jong (30), zeer mediageniek en – ondanks het oubollige imago van zijn partij – met afstand de populairste politicus van het land. Op zondagavond 14 mei moet het partijbestuur zijn kandidatuur bevestigen. Kiezen ze hem, dan stemmen ze in met vervroegde verkiezingen.

Mitterlehner was een man van de oude stempel – een partijman. Maar hij kreeg de ÖVP absoluut niet in het gareel. In zijn tamelijk cynische afscheidsrede prees hij zijn samenwerking met de kanselier, maar zijn enige verwijzing naar Kurz was een indirecte: „Sommigen denken dat ze kunnen regeren en oppositie voeren tegelijk.”

Al maanden negeert Kurz de partijvoorzitter volkomen en doet hij exact waar hij zin in heeft. Zo was hij ineens vaak in de provincie te vinden, op traditionele evenementen: men zegt dat hij speelde met het idee om – naar voorbeeld van de nieuwe, ook jonge Franse president Emmanuel Macron – zijn eigen beweging op te richten. Ook lanceerde hij geregeld voorstellen over migratie in te dammen, zonder overleg met Mitterlehner of Kern.

Lees hier een analyse over de ‘personalisering’ van de macht : Een charmante leider verhult politieke machteloosheid

Kurz en Kern, die precies een jaar geleden het leiderschap binnen de SPÖ overnam en sindsdien probeert de partij weer op de kaart te zetten, kunnen elkaar niet luchten of zien. Binnen de ÖVP groeit de kritiek op Kurz, vanwege zijn primadonna-gedrag en ook omdat sommigen vrezen dat hij te veel richting de FPÖ beweegt.

Volgens een peiling van 9 mei staat de FPÖ momenteel bovenaan met 29 procent. De socialisten scoren 28 procent en de ÖVP is weggezakt naar 21 procent.