Recensie

Monteverdi bloeit in fysieke regie van Pierre Audi

Maandag is het 450 jaar geleden dat Monteverdi geboren werd. Dat wordt bij de Nationale Opera gevierd met de Mariavespers in het Holland Festival en deze week met een herneming door jonge talenten van Madrigalen uit 2007 – beide in de visie van scheidend DNO-directeur Pierre Audi, die zich mede met zijn Amsterdamse Monteverdi-cyclus als operaregisseur internationaal op de kaart zette.

Madrigalen is geen opera, maar een drieluik van werken die zijn overgeleverd via Monteverdi’s madrigaalboeken. De kostumering is rafelig-klassiek, Audi’s uitgebeende beeldtaal zorgt voor een suggestieve, nergens opdringerige eenheid: een grauwe zandvlakte met één rots, houten wanden, aan de zijkant het orkestje. Die kaalheid komt het best tot zijn recht in de klein bezette delen Lamento d’Arianna (uit een verloren gegane opera) en Il combattimento di Tancredi e Clorinda.

Wapengekletter

In Il combattimento is tenor Nicolas Maraziotis een pelgrimachtige verteller, die kond doet van de geschiedenis van de titelgeliefden, die elkaar onwetend op het slagveld naar het leven staan. Tancredi en Clorinda dragen rammelende wapenrustingen, zodat het gekletter de muziek haast overstemt. Die actie geeft Maraziotis’ invoelende voordracht prachtig reliëf.

Ook Lamento d’Arianna, Monteverdi’s psychologische tour de force over Ariadne nadat ze door Theseus is achtergelaten op Naxos, wint aan zeggingskracht door de fysieke regie. Alt Magdalena Pluta (Ariadne) raakt buiten adem van inspanning, je hoort haar stem bijna breken terwijl ze grip probeert te krijgen op de situatie.

Het ballet Il ballo delle ingrate is eenduidiger, maar niet minder vermakelijk. Venus (sterk zingende, iets overactende Valeria Girardello) wil de vrouwen van Mantua een les leren en daalt af naar de Onderwereld. Sopraan Nikki Treurniet excelleert als spreekbuis van deze harteloze ‘Ingrate’.