Recensie

Mannen, hoed u voor vorstinnen

Vrouwen en macht vormen voor veel mannen een lastige combinatie. Ze neigen ertoe fantasiebeelden over hen te creëren, zo blijkt uit twee biografieën.

‘Beschikken de Habsburgers eindelijk over een man, is het een vrouw.’ Minachting en bewondering gaan soms hand in hand, getuige deze opmerking van de Pruisische koning Frederik II (1712-1786) . Deze oorlogszuchtige vorst, die ondanks zijn weinig imposante uiterlijk Frederik de Grote werd genoemd, had weinig op met vrouwen en keek met een mengeling van afgunst en dédain naar het Habsburgse rijk, dat sinds keizer Karel V (1500-1558) steeds minder machtig was geworden.

Frederik II besteeg in mei 1740 de troon en in oktober van dat jaar overleed de vader van Maria Theresia, keizer Karel VI. Hoewel hij ervoor had gezorgd dat zijn dochter hem kon opvolgen als aartshertogin van Oostenrijk en koningin van Hongarije en Bohemen en haar man, Frans Stefanus van Lotharingen, keizer van het Heilige Roomse Rijk (waarvan de Duitse vorstendommen deel uitmaakten) werd, accepteerden niet alle Duitse vorsten Maria Theresia. Samen met de Beierse koning viel Frederik II de jonge vorstin aan. In deze Oostenrijkse Successieoorlog verloor Maria Theresia (1717-1780) weliswaar Silezië, maar manifesteerde zij zich als een krachtdadige vorstin, die bereid was om haar belangen tot het uiterste te verdedigen. Vandaar die gefrustreerde opmerking van Frederik II.

Ruim een eeuw later liet Otto von Bismarck, kanselier van de inmiddels tot Duitse keizer uitgeroepen Wilhelm I, zich na een onderhoud met koningin Victoria ontvallen, terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd wiste: ‘Mein Gott! Wat is dat een vrouw. Met haar zou je zaken kunnen doen.’ Dergelijke uitlatingen passen in een traditie die werd voortgezet met opmerkingen over bijvoorbeeld koningin Wilhelmina, Margaret Thatcher en Angela Merkel, die binnen hun regeringen ‘de enige kerel’ zouden zijn (geweest). Vrouwen en macht – voor veel mannen blijft dat een lastige combinatie, waarbij het ze vooral moeilijk valt om een passende houding te vinden zonder hun gevoel voor eigenwaarde te verliezen. Dat ze daarom sterk geneigd zijn fantasiebeelden van de betreffende vrouwen te creëren, blijkt duidelijk uit twee recente, vuistdikke biografieën.

Maria Theresia, aartshertogin van Oostenrijk en koningin van Hongarije en Bohemen. Foto Getty Images

In haar buitengewoon degelijke levensbeschrijving van Maria Theresia, wier 300ste geboortedag op 13 mei wordt herdacht, hanteert de Duitse historicus Barbara Stollberg-Rilinger regelmatig het begrip Männerphantasien. Hiermee lijkt ze te verwijzen naar een beroemd boek van Klaus Theweleit uit de jaren zeventig, waarin een psychoanalytische verklaring voor de aantrekkingskracht van het nationaal-socialisme werd gezocht. Hoewel Stollberg-Rilinger zich verre houdt van freudiaanse speculaties, wordt uit haar boek wel duidelijk dat het beeld dat overwegend mannelijke, tijdgenoten en historici van Maria Theresia hebben gecreëerd, meer zegt over hun eigen preoccupaties en problemen, dan over de Habsburgse vorstin.

Provocatie

Bovendien verschoven die preoccupaties en problemen in de loop van de tijd. De biografe wijst erop dat in de zeventiende en achttiende eeuw de verbinding tussen vrouwelijkheid en heerschappij nog niet als provocatie werd gezien. Volgens het rationalisme was de rede geslachtsloos, zodat men een duidelijk onderscheid kon maken tussen het fysieke bestaan van een vrouw en haar politieke rol.

Door haar koelbloedige optreden redde Maria Theresia de Habsburgse monarchie. Daarnaast was ze ook nog eens een trouwe echtgenote en baarde ze in twintig jaar tijd niet minder dan zestien kinderen. Op zichzelf waren dit geen uitzonderlijke eigenschappen – de Engelse Elisabeth I en de Russische Catharina de Grote waren ook belangrijke vorstinnen – maar de combinatie was wel heel opmerkelijk. En vooral het feit dat zij het regeren van haar uitgebreide maar zeer verbrokkelde rijk zo serieus nam – in een tijd waarin veel vorsten het merendeel van hun tijd besteedden aan het bouwen van paleizen en het jagen op wild en/of vrouwen – wekte verbazing en bewondering.

De achttiende-eeuwse Oostenrijkers beseften al dat Maria Theresia een bijzondere monarch was. In de negentiende eeuw werd van haar vrouwelijkheid een heel nummer gemaakt. Toen werd ze vereerd als Magna Mater Austriae, de grote, liefhebbende en zorgzame moeder van Oostenrijk. Hierbij werd ze enerzijds als heilige gezien, terwijl ze tegelijkertijd aanleiding gaf tot allerlei seksuele fantasieën en iemand als Leopold von Sacher-Masoch, schrijver, haar tot erotisch idool uitriep.

Stollberg-Rilinger pelt al deze later aangebrachte lagen zorgvuldig af, en laat zien dat Maria Theresia enerzijds een ‘gewone’ vrouw was – al kunnen wij een dergelijk aantal bevallingen, waarbij zes kinderen jong stierven, onmogelijk nog als ‘normaal’ zien – terwijl de tijd en omgeving waarin ze leefde ons in vrijwel alle opzichten vreemd zijn. Zoals gebruikelijk aan vorstelijke hoven werden de verzorging en opvoeding van kinderen nagenoeg volledig uitbesteed, terwijl de opleiding van de latere keizers – Jozef II en diens broer Leopold II – meedogenloos was.

De Franse feministe Élisabeth Badinter stelt in een recent boek over Maria Theresia dat zij model stond voor het ‘burgerlijke’ en preutse echtpaar zoals dat in de negentiende eeuw geïdealiseerd zou worden, maar Stollberg-Rilinger maakt duidelijk dat dit een anachronisme is, en dat haar huwelijk en gezinsleven helemaal pasten bij de hoge aristocratie van het ancien régime. Huwelijkstrouw was in die kringen bij mannen uitermate zeldzaam en kinderen werden primair gezien als pionnen in het dynastieke schaakspel. Dat sloot affectie niet per definitie uit – op haar dochter Marie Antoinette, die in 1793 onder de guillotine zou sterven, was ze erg gesteld, maar dat was niet vanzelfsprekend.

Maria Theresia bezat werkelijke macht – de keizerstitel van haar man stelde weinig voor en zij regeerde over de ‘erflanden’ van de Habsburgers – en wist die ook te gebruiken. Hierbij was ze allesbehalve sentimenteel, en op veel empathie met het gewone volk viel zij niet te betrappen. Bovendien voerde ze verschillende oorlogen die met enorme verliezen gepaard gingen. Haar macht werd ingeperkt doordat haar rijk versnipperd was – ook delen van Italië, de Balkan en de Zuidelijke Nederlanden behoorden ertoe – en doordat ze voor het bestuur ervan sterk afhankelijk was van de aristocratie.

Koningin Victoria

Dit was een groot verschil met Groot-Brittannië, waar sinds de Glorious Revolution (1688) de macht van de vorst sterk was ingeperkt en het parlement de dienst uitmaakte. Koningin Victoria (1819-1901), die in 1837 als achttienjarige haar oom William IV opvolgde, bevond zich dus in een totaal andere positie dan Maria Theresia. Tegenover een veel geringere macht stond echter het feit dat Groot-Brittannië tijdens het bijna 64-jarige bewind van Victoria het toppunt van zijn macht bereikte – in naam heerste zij over een kwart van de wereldbevolking – terwijl het Habsburgse rijk steeds verder in verval raakte. Het Victoriaanse Engeland groeide uit tot een ongeëvenaarde wereldmacht, maar geldt ook als synoniem voor een burgerlijke, benepen en door en door preutse samenleving.

In haar uiterst levendige en leesbare biografie laat de Australische historica Julia Baird overtuigend zien dat het huwelijk van Victoria en prins Albert van Saksen-Coburg en Gotha (1819-1861) in de mal van het negentiende-eeuwse burgerlijk huwelijk past, maar dat de reputatie van puritanisme en preutsheid vooral te danken is aan haar Duitse echtgenoot. Ze was een hartstochtelijke vrouw met een sterk libido, die haar omgeving liet merken dat ze in bed plezier had, wat resulteerde in negen kinderen, en die lang niet zo moeilijk deed over het promiscue liefdesleven van de hoge adel dan haar ongelooflijk serieuze en plichtsgetrouwe man.

Koningin Victoria, 1842. Foto Getty Images

Als prinses was de vaderloze Victoria streng onder de duim gehouden door haar moeder en de heerszuchtige ‘huisvriend’ John Conroy, die hoopte als particulier secretaris van de jonge koningin een cruciale machtspositie te verwerven. Vanaf het moment dat Victoria koningin werd, betoonde ze zich onverzettelijk en wilskrachtig, en manoeuvreerde ze haar moeder en Conroy op een zijspoor. In premier Melbourne, een conservatieve Whig die zo min mogelijk wenste te regeren en wiens reputatie was bezoedeld door de affaire die zijn vrouw met Lord Byron had gehad, vond Victoria een ideale, begripvolle mentor. Hij steunde haar subtiel in haar verzet tegen de hofkliek rondom haar moeder. Later zou Victoria zich schamen voor haar gevoelens voor de veel oudere politicus, op wie zij overduidelijk verliefd was.

Nadat zij in 1840 getrouwd was met haar neef Albert – een huwelijk beklonken door Leopold I van België, die de broer was van zowel Victoria’s moeder als van Alberts vader – schikte de kleine maar fiere koningin zich steeds meer in de rol van gehoorzame echtgenote. Hoewel de gemaal van de koningin constitutioneel geen enkele bevoegdheid bezat, wist Albert steeds meer taken naar zich toe te trekken, zodat hij na een paar jaar in feite de koning van Groot-Brittannië was. Bij zijn vroegtijdige dood in 1861 merkte Lord Palmerston op dat dit een groter verlies was dan wanneer Victoria zou zijn overleden.

Het huwelijk met Albert is later door Victoria sterk geromantiseerd en gemystificeerd. Alles wijst erop dat het een goed huwelijk was, maar nu werd het ontdaan van alle wrijvingen en meningsverschillen. Tot aan haar dood, veertig jaar later, bleef Victoria rouwkleding dragen. Hoewel veel erop wijst dat ze een seksuele relatie heeft gehad met haar Schotse knecht John Brown, door haar kinderen ‘de hengst van de koningin’ genoemd, heeft ook Baird het onomstotelijke bewijs niet gevonden, al laten de notities van Victoria’s lijfarts weinig te raden over.

Victoria speelde een grotere rol in de opvoeding van haar kinderen dan Maria Theresia, maar was minstens zo veeleisend en had duidelijk haar voorkeuren. Zo was ze teleurgesteld in haar oudste zoon Bertie, die haar op zijn zestigste zou opvolgen als Edward VII, terwijl diens oudere zus Vicky haar lieveling was. Vicky zou de moeder worden van keizer Wilhelm II.

Het enige minpuntje in deze meeslepende biografie is dat het nare, wrede karakter van Victoria’s kleinzoon breed wordt uitgemeten, terwijl met geen woord wordt gerept over de liefdeloze en Spartaanse opvoeding waaraan zijn moeder hem onderwierp, en die zelfs het meest edelmoedige knaapje geestelijk misvormd zou hebben.