Wonen in het Élysée: 365 kamers en 137 auto’s

Machtswisseling Zondag treedt de 39-jarige Emmanuel Macron aan als president van Frankrijk. Een overzicht van zijn mars naar de macht.

Studio NRC

Het is François Hollande weliswaar niet gelukt om de hele Franse begroting op orde te krijgen, maar nergens in het overheidsapparaat is onder zijn presidentschap zo straf bezuinigd als bij hem thuis, in het Élysée. Terwijl onder zijn voorganger Nicolas Sarkozy (2007-2012) de jaarlijkse kosten van het presidentieel paleis op zeker moment opliepen tot 112,5 miljoen euro, prees de Franse rekenkamer de vertrekkende president wegens bezuinigingen van meer dan 10 procent.

Het geld gaat vooral op aan personeelskosten (67 miljoen). Bij het Élysée zijn 806 mensen in dienst om de president te ondersteunen bij zijn werkzaamheden, zowel politiek als ceremonieel. Meer dan een derde van hen zijn militairen. Zij zijn niet alleen belast met de beveiliging, maar hebben ook huishoudelijke taken (als ‘lakeien’ onder andere). Andere grote kostenposten zijn de reizen van de president (13,8 miljoen in 2016) en dagelijkse uitgaven als telefoonkosten, eten en onderhoud: 14 miljoen. Het Élysée heeft een wagenpark van 137 auto’s, deels in bruikleen van Franse autofabrikanten.

De grootste kostenbesparingen zitten ’m vooral in de details. Zo moesten medewerkers de laatste jaren voor het eerst bewijs aanleveren voor gedeclareerde overuren en onkosten. Daarnaast vliegt niet meer standaard een leeg vliegtuig met de president mee voor eventuele technische problemen, meldde Le Figaro onlangs. 7 ton werd in 2013 verdiend met de verkoop van een deel van de wijnkelder. (Overigens resteren nog altijd zo’n 15.000 flessen.) Ook het einde van Hollandes relatie met Valérie Trierweiler en haar vertrek uit het Élysée (in 2014) heeft de staatskas een hoop geld gescheeld: 450.000 euro per jaar.

Macron zal zondag met zijn vrouw Brigitte zijn intrek nemen in het paleis. Van de ruim elfduizend vierkante meter bestaat driehonderd vierkante meter uit privévertrekken. Die zijn onder president Georges Pompidou in de jaren zeventig ingrijpend gemoderniseerd. Maar niet alle presidenten wilden in het paleis wonen. Het Élysée, middenin de stad aan de rue du Faubourg Saint-Honoré, is symbool geworden van het „monarchale presidentschap” en van de afstand van de Franse macht tot de problemen van alledag.

Sarkozy gaf de voorkeur aan zijn appartement in de chique voorstad Neuilly. Ook Valery Giscard d’Estaing (1974-1981) bleef in zijn eigen huis in Parijs wonen. Charles de Gaulle (1959-1969) beklaagde zich regelmatig over het onpraktische Élysée, dat niet aansloot op het door zijn nieuwe grondwet „actief geworden presidentschap”. Hij heeft wel eens voorgesteld om naar het Château de Vincennes te verhuizen, waar ook helikopters in noodgevallen beter konden landen. Mitterrand (1981-1995) heeft overwogen naar de grotere Invalides te verhuizen.

Het Élysée werd tussen 1718 en 1722 gebouwd als Hôtel d’Évreux voor de Graaf van Évreux en in 1753 kwam de markiezin van Pompadour er te wonen, de maîtresse van koning Lodewijk XV. Prins-president Lodewijk Napoléon nam in 1848 het paleis voor het eerst in gebruik als woonpaleis . Sinds 1874 is het officieel kantoor en woning van de Franse president. Het Élysée heeft tegenwoordig 365 kamers (waarvan 90 onder de grond). In de Salon Doré (de gouden kamer) staat het bureau van de president. In de Salle des Fêtes zijn de officiële ontvangsten. Daar neemt Macron zondag in een plechtige ceremonie het presidentschap over.