Opgevoed: Wat als een jongetje liever rokjes draagt?

Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Deze week over een jongetje dat liever een rokje draagt.

Illustraties Martien ter Veen

Moeder: „Onze jongste zoon van bijna drie loopt het liefst in rokjes, wil geen gel in zijn haar maar staartjes en het liefst draagt hij ook lippenstift en nagellak. Zelf draag ik dit soort dingen niet echt en verder bestaat ons gezin uit mannen, mijn zoon doet zijn inspiratie dus hoofdzakelijk elders op.

„Op het kinderdagverblijf trok hij de rokjes aan van de meisjes. Eerst trok hij die nog uit zodra hij naar huis moest, maar op een zeker moment wilde hij ze aanhouden. Dat werd een enorme strijd. Toen heb ik gezegd: ‘Dan krijg jij je eigen rokje’, en ben ik met hem een rokje gaan kopen. Hij moest nieuwe schoenen: hij koos roze ballerina’s. Ik zei: ‘Mama vindt die grijze schoenen mooier’, – ik wil hem dan toch beschermen, – maar er was geen discussie mogelijk, dus het werden de roze. Mijn zoontje heeft vijf ooms hier in het dorp, die zeggen: ‘Roze schoenen, doe normaal man! Waarom doe je dat?’ Ik zeg wel eens: ‘Als dit de eerste transgender wordt van het dorp, hebben ze in ieder geval tijd om er aan te wennen.’

„Ik ben van mening dat een kind zichzelf zou moeten kunnen zijn en wil hem niet beperken. Toch heb ik ook twijfels, moedig ik nu iets aan? Heeft dit invloed op zijn gedachte over zijn eigen identiteit? Ik hoorde dat ze in het VU Medisch Centrum de vraag naar operaties om van geslacht te veranderen niet meer aankunnen. Is hier sprake van een trend, wordt het te veel en te vroeg aangemoedigd?

„Het ‘meisje zijn’ beperkt zich overigens tot zijn uiterlijk. In zijn gedragingen en spelen verschilt hij niet van andere jongens.”

Naam is bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl.

Een open houding

Bas Levering: „Het is te vroeg voor de conclusie dat hier meer aan de hand is dan een verkleedpartij. Daarvoor gedraagt het kind zich verder te jongensachtig. Moeder is bang dat ze iets ‘aanmoedigt’, wellicht met een onnodig geslachtsveranderingstraject als gevolg, maar genderidentiteit valt niet aan te moedigen.

„In de jaren zeventig wilden moderne ouders, toen door wetenschappers op dát spoor gezet, met genderneutraal speelgoed bij kinderen de rolpatronen doorbreken. Die aanpak werden toen breed gedeeld maar heeft niets uitgehaald. Als je op een speelplaats van een kinderdagverblijf staat, rijden de jongens op hun driewielers nog steeds de enkels onder je vandaan en zitten de meisjes in een hoekje te babbelen.

„Het is misschien een troost te weten dat bij kinderen bij wie jong aan het licht komt dat ze echt in het verkeerde lichaam zitten, het aantal spijtoptanten minimaal is.

„Het kind is goed af met een moeder met zo’n open houding. Zonder er hard tegen in te gaan, mag ze haar zoon best een beetje uit de wind houden als er een lastige situatie aankomt. Er is niets op tegen om in de winkel te zeggen dat ze zelf een andere keuze zou maken, zolang hij zelf mag kiezen, en ze zijn keuze maar bevestigt.”

Experimenteren in veilige omgeving

Dat het kind gedragingen aanneemt die moeder niet vertoont, laat zien dat het voor een belangrijk deel uit het kind zelf komt. Het beste is, zoals moeder doet, er begrip voor te hebben. Zodat het kind voelt dat het gewaardeerd wordt zoals het is. Maar het kan geen kwaad een beetje te sturen in wat voor hem gepast is: dit soort kledij voor deze gelegenheid, en een ander soort voor een andere.

„Het gebeurt vaker dat kinderen tijdelijk cross gender gedrag vertonen. Bij het merendeel van de kinderen die dergelijke gevoelens tijdens hun kindertijd ervaren, zijn deze gevoelens verdwenen tijdens of na de puberteit.

Het ‘meisje zijn’ beperkt zich hier tot zijn uiterlijk. Bijna elke jongen heeft toen hij jonger was wel eens een jurk aangedaan, en bijna elk meisje wel eens een Spiderman-pak. Als het gedrag intenser wordt, is er altijd de mogelijkheid een afspraak te maken bij de genderkliniek. Daar adviseren ze om het kind te laten experimenteren met een cross gender-uiterlijk in een veilige omgeving, bijvoorbeeld bij opa en oma of op vakantie waar niemand het kind kent.”