Recensie

Interessante man, die George Michael

Popbiografie

Nog voor de begrafenis van George Michael, verschenen er al twee biografieën. De Britse popster en seksgod worstelde met roem, depressie en homoseksualiteit.

Wham! George Michael (r.) en Andrew Ridgeley tijdens een concert in Sydney in 1985. Foto Michael Putland/Getty Images

Op de dag dat George Michael werd geboren, pleegde zijn oom zelfmoord - hij kon niet leven met zijn homoseksualiteit. Volgens de Britse popzanger was zijn moeder altijd bang dat hem hetzelfde zou gebeuren; reden om zijn geaardheid jarenlang te verbergen.

In de kerstnacht van 2016 stierf onverwachts George Michael, componist van de kerstklassieker ‘Last Christmas’. Hij was 53 jaar. Drie maanden na zijn dood – en nog vóór zijn begrafenis in Londen op 29 maart – zijn er al twee biografieën van hem verschenen, die ook nog razendsnel zijn vertaald. En er is een kleurboek, het Remember George Michael Coloring Book. Een van de boeken kan op de laatste bladzijden zelfs nog Michaels autopsie-rapport van 7 maart meenemen (verwijde hartspier door een ontsteking, en leververvetting).

Emily Herbert heeft haar biografie vanuit de eerste emotie geschreven. In boulevardstijl: door tranen heen, opgepompt. Voor onderzoek had ze uiteraard geen tijd, dus putte ze uit de dikke knipselmap over de zanger. Concurrent Rob Jovanovic had het makkelijker, hij hoefde alleen maar zijn biografie uit 2007 bij te werken. Ook hij deed geen eigen onderzoek. Maar in zijn boek zit veel meer evenwicht, de toon is redelijk nuchter, en hij vertelt iets meer over Michaels muziek.

Zwierig geföhnde kapsels

Als zanger van de populaire boyband Wham! belichaamt George Michael de hedonistische jaren tachtig. Frisse jongens op permanente vakantie – mediterraan gebronsd, met zwierig geföhnde kapsels, in korte broek en hawaïhemd. Wham! wordt omarmd door vele feestende meisjes die de dansvloer op stromen bij zonnige dansnummers als ‘Club Tropicana’ en ‘Wake Me Up Before You Go Go’, en zwijmelen bij het schuifelnummer ‘Careless Whisper’.

Tegelijk wordt Wham! verafschuwd door linkse jongens, die mokkend aan de kant blijven zitten als de kinderachtige, commerciële troep van die opgewreven eikels wordt gedraaid. Hoewel de jongens van Wham! ook over hun eigen werkloosheid zingen, worden ze gezien als typische Thatcher-kakkers. Hun escapisme houdt de arbeidersjeugd van de klassenstrijd af.

Al snel na de eerste hit wordt duidelijk dat Wham! voornamelijk bestaat uit George Michael. Hij zingt, componeert, speelt en produceert alles. En die andere jongen (hoe heet hij ook al weer), wat doet die eigenlijk? In 1986 gaat Michael daarom solo verder. Voor zijn roem en muziek maakt het niet uit – hij komt in 1987 met het bejubelde soloalbum Faith, waar hij er twintig miljoen van verkoopt – maar voor zijn welzijn blijkt de breuk desastreus. Zijn compagnon Andrew Ridgeley (want zo heette hij) bleek een belangrijke steunpilaar voor Michael.

George Michael was een MTV-ster. Zijn videoclips waren belangrijk. Hier de beste 10:

Ooit waren de rollen namelijk omgedraaid. Als twaalfjarige op de middelbare school had de populaire Andrew Ridgeley de verlegen Georgios Panayiotou onder zijn hoede genomen. Allebei bezeten van muziek en allebei kinderen van migranten in een voorstad van Londen. Georgios’ vader was een Griekse Cyprioot. Andrew, aantrekkelijk en zelfverzekerd, was de gangmaker. Georgios, een mollige jongen met een vierkante bril, volgde hem. Toen ze met Wham! begonnen, deed Georgios niets anders dan de ongeremde feestpose van zijn vriend kopiëren.

Uit een rijdende auto gevallen

Nu Ridgeley weg is, staat Michael er alleen voor. En daar kan hij slecht tegen. Hij heeft moeite met de roem, met zijn imago, voelt zich eenzaam, lijdt aan angsten. Terwijl hij de seksgod is voor miljoenen meisjes, komt hij erachter dat hij op mannen valt. Dit benadrukt de toch al knellende tegenstelling tussen zijn privé-persoon en zijn publieke persona. Hij probeert zijn misère te dempen met marihuana, slaapmiddelen en xtc. Michael zei zelf over die tijd: ‘Ik dacht: o mijn God. Ik ben een wereldster en ik denk dat ik misschien een nicht ben. Wat moet ik doen? Dit gaat niet goed aflopen.’

Ondertussen voert hij allerlei vruchtloze gevechten, zoals tegen zijn platenmaatschappij, en tegen de pers. Hij vindt dat de pers geen slechte onzin over hem moet schrijven, en dat ze hem met rust moeten laten. Dit alles maakt hem niet populairder bij de journalisten, die in Michael een dankbaar slachtoffer zien. Michael komt doorlopend in de problemen, en dan zitten ze op de eerste rij.

Zo vult de boulevardpers menig voorpagina met alleen al Michaels vele verkeersongevallen. Zo zit hij in 2010 drie weken in de gevangenis omdat hij versuft een winkelpand is binnengereden. Volgens de politie was hij onder invloed van drugs. Volgens Michael had hij ‘alvast’ een slaapmiddel genomen en was hij dit vergeten. De meest voor de hand liggende oplossing lijkt om een chauffeur in dienst te nemen – geld zat – maar ook dat helpt niet, zo blijkt uit zijn meest bizarre ongeluk: in 2013 valt hij uit zijn auto op een drukke snelweg nabij St Albans. Hij zat achterin en wilde de deur goed dichttrekken, zei hij. De auto reed honderd, toch heeft hij slechts een hoofdwond.

Hier een overzicht van zijn werk. De 30 beste liedjes:

Zijn tweeslachtige houding jegens zijn roem en zijn imago wordt slecht begrepen. In ‘Star People’ zingt hij: “Het is een droom met een nachtmerrie in het midden/ Maar waar zou je zijn zonder dit alles?/ Je zou doodgaan.” Met zijn tweede soloalbum Listen Without Prejudice Vol 1 probeerde hij te ontsnappen aan zijn imago van lekker dansbeest. “Pretentieuze melancholie” vinden de critici. Of de roem de misère veroorzaakt of andersom, blijft de vraag. Volgens Michael hebben alle sterren een niet te dempen leegte in zich, en halen ze daar hun uitzonderlijke geldingsdrang vandaan.

Hoewel hij populair is, behoort Michael niet tot de eredivisie van de popmuziek. Door zijn problemen is zijn productie laag: in de dertig jaar na het eind van Wham! maakt hij slechts vijf studioplaten. De laatste dertien jaar van zijn leven neemt hij geen nieuwe albums op. Hij heeft wel constante kwaliteit, hij heeft een krachtige, soepele soulstem, en onberispelijk geproduceerde danshits als ‘Freedom! ’90’ hebben tijdloze klasse.

Gay en slet

Pas als hij in 1998 in Los Angeles wordt gearresteerd wegens ontuchtig gedrag in een openbare wc, komt hij noodgedwongen uit de kast. Een schandalig staaltje van uitlokking, trouwens: een politieagent in burger toont zijn lid aan Michael, die op zijn beurt het zijne tevoorschijn haalt, waarna de agent hem in de boeien slaat. Commentaar van Michael: ‘Ik kan nu eenmaal niets afslaan wat me gratis wordt aangeboden.’

Aan deze arrestatie, en in de commentaren op zijn gedrag, zit vaak een zweem van homofobie – Michael heeft niet voor niets zo lang geaarzeld om uit de kast te komen. Zelf zegt hij trouwens dat hij gewoon geen zin had om zichzelf officieel tot homo te verklaren – het lag er toch al jarenlang duimendik bovenop? En inderdaad: het was eerder verbazingwekkend dat die andere jongen van Wham! géén homo bleek te zijn.

Hoewel hij een paar keer netjes zijn excuses aanbiedt, en zegt dat hij stom is geweest, verdedigt Michael tegelijk zijn recht om te cruisen. Dat siert hem. Michael: ‘Ik zie het als mijn missie om te zeggen: Luister, ik weet dat jullie me leuk vinden en dat jullie van mijn muziek houden. Maar uiteindelijk ben ik wel gay. En ik ben een slet. Zo zijn sommige mensen gewoon. Daar hoeven we ons niet voor te schamen.’

Hoe het nu werkelijk zit met George Michaels demonen, en of ze tot zijn vroege dood hebben geleid, kom je uit deze biografieën niet te weten. Daarvoor blijven de schrijvers te veel buiten het hek staan. Als je ze uit hebt, denk je: interessante man, die George Michael, daar zou ik wel eens een boek over willen lezen.