‘Ik moet altijd werken, zij is altijd vrij’

Spitsuur

Voor Margreet Zoutewelle (49) en Wiebke Mechau (51) ziet de week er verschillend uit. Margreet werkt twee dagen, Wiebke is af en toe weken in het buitenland als nanny: „Soms is dat lastig. We praten er wel over.”

Margreet: „90 procent van de tijd kookt Wiebke dus mijn skills gaan hard achteruit, haha.” Wiebke: „Margreet moet dan de afwas doen.”

Margreet: „Ik woon hier nu zo’n dertig jaar. Eerst als student, nu woon ik hier bijna zes jaar met Wiebke.”

Wiebke: „We kennen elkaar via Parship, een datingsite. Toen ik Margreet leerde kennen was ik eigenlijk van plan terug te gaan naar Duitsland. Dat is nu negen jaar geleden. Ik kwam naar Nederland voor een baan, online zag ik een advertentie van een gezin in Loosdrecht dat een nanny zocht. Ik ben een weekend langs geweest, twee weken later stond ik met mijn hele hebben en houden op de stoep. Dat was super leuk, maar ook eenzaam. Ik had er geen buren en zat op mijn 38ste alleen thuis met een kind van 2,5.”

Margreet: „De Duitse cultuur was bij ons thuis al heel belangrijk, mijn vader was leraar Duits. Ik speel zelf sinds mijn vijfde viool dus ik hield al van Bach en Beethoven. Ik weet nog dat mijn vader vroeger vertelde over een jeugdvriendin uit Zwitserland. Nou, dat vond ik zo spannend, zo exotisch.”

Wiebke: „Ik ben nu dus die exotische vriendin.”

Babyfluisteraar

Wiebke: „De mensen zeggen altijd: ‘Je bent een babyfluisteraar.’ Maar eigenlijk ben ik babyluisteraar, want dat is de kunst: luisteren. Sinds mijn veertiende pas ik al op. Ik voel gewoon wat baby’s nodig hebben. Bij mij huilen ze bijna nooit. Het is een soort nonverbale communicatie. En inmiddels heb ik natuurlijk 35 jaar ervaring.”

Margreet: „Ik werk ook in de kinderopvang, maar parttime. Ik ben mentaal en fysiek heel gevoelig, ik raak snel overprikkeld. Als twintiger heb ik last gehad van depressies. Ik kan niet zo goed op een kantoor werken, met mensen die allemaal dingen van jou en van elkaar willen. Dat voel ik allemaal. Als invaller kan ik komen binnenvallen en het werk direct doen.”

Wiebke: „Na jarenlang als nanny te hebben gewerkt deed ik in Engeland nog een opleiding tot Maternity Practicioner. Daarna kreeg ik via een bureau opdrachten in het buitenland, soms maandenlang. In de kraamtijd was ik dan twintig uur per dag op afroep beschikbaar als inwonende hulp. Ja, dat is zeer intensief. Je komt bij moeders in de slaapkamer, waar ze min of meer bloot, met hun man in bed liggen. Ik breng de baby of assisteer met de borstvoeding. Dat is heel intiem. Maar tegelijkertijd moet je ook je afstand bewaren. In het begin denk je dat het je beste vrienden worden. Maar voor hun is het privé, voor jou is het een baan. Hier in Nederland ben ik vooral nachtnanny. Meestal ga ik rond een uur of acht naar een gezin en geven we de laatste voeding samen. Daarna neem ik het over. Ik straal iets uit waardoor moeders de zorg goed kunnen loslaten. Dat vind ik fijn. Ik slaap meestal in een aparte kamer bij de baby. Bij heel jonge kinderen of tweelingen ben je veel wakker, maar als het kind goed slaapt kan ik zelf ook een paar uurtjes pakken. Eén oor open, dat wel. Het is eigenlijk een soort meditatie – je doet niets en toch doe je wat.”

Mannendingen

Wiebke: „Zondagnacht werk ik, maandagochtend kom ik om acht uur thuis. Ik ga eigenlijk meteen weer naar bed en dan ligt Margreet er ook nog in. Maandagavond ben ik vrij. Dan eten we samen of we gaan naar de film.”

Margreet: „Dinsdag en donderdag heb ik dienst. Ik werk een hele dag vanaf half negen, of ik begin om half drie voor de buitenschoolse opvang. Meestal fiets ik naar mijn werk. Als het in Leidsche Rijn is, moet ik met de bus.” Wiebke: „Dinsdag doe ik de administratie en schrijf ik een blog. Ik kook. We eten laat, tussen zeven en acht.”

Margreet: „Woensdagavond moet ik naar het orkest en probeer ik daarvoor wat gemakkelijks te koken. Meestal maak ik een pasta of stamppot. 90 procent van de tijd kookt Wiebke dus mijn skills gaan hard achteruit, haha.”

Wiebke: „Margreet moet dan de afwas doen.”

Margreet: „En het vuil, plastic en papier. Ik doe de mannendingen, haha. Ik zou soms wat meer willen doen in huis, omdat ik merk dat Wiebke er last van heeft. Ik vind het sneller goed. En dan heb ik ook nog die beperking. De hulp maakt de grote dingen nu goed.”

Privéjet

Wiebke: „We zijn niet getrouwd. Alleen voor een dag.”

Margreet: „Het was wel een ceremonie, maar niet juridisch.”

Wiebke: „Dat was mijn verrassingscadeau toen we twee jaar samen waren. Ik heb mensen uitgenodigd en een taart besteld – voor ons had het betekenis. Geregistreerd partnerschap, dat wil ik niet. Ik wil niet dat de overheid zich in mijn relatie mengt.”

Margreet: „Wij zijn allebei nogal van de vrijheid.”

Wiebke: „Trouwen voegt voor mij niet zo veel toe.”

Margreet: „We houden ook een kasboek bij. Als we bijvoorbeeld boodschappen doen of uit eten gaan, schrijven we dat op. Zodat we onafhankelijk van elkaar blijven.”

Wiebke: „In 2015 heb ik de keuze gemaakt om als zelfstandige te gaan werken, ook voor onze relatie. Nu doe ik af en toe nog lange opdrachten, maar ik kan het wat beter plannen. Margreet kan gelukkig vaak op bezoek komen, omdat ze weinig werkt. Soms is het voor mij ook lastig. Ik moet altijd werken, zij is altijd vrij. Ja, daar praten we wel over.”

Margreet: „Toen je in Berlijn zat kwam ik drie keer langs. Dat was geweldig. Die mensen waren hartstikke aardig, en we hadden ons eigen appartement.”

Wiebke: „Mijn baas vroeg ook altijd: ‘Oh, wanneer komt Margreet weer?’ Dan deden we sushi-avonden en keken we Germany’s Next Top Model. Als zelfstandige kan ik ook zeggen: ik werk een periode niet, of ik kies de klant die bij me past. Mijn laatste baan via het bureau was bij een hele rijke familie, met privéjet.”

Margreet: „En ze kreeg niet eens een afscheidscadeau.”