Huis kopen? Neem dan een smak eigen geld mee

Onbetaalbare stadswoningen

Mensen met een middeninkomen kunnen steeds moeilijker een woning in de stad betalen. De prijzen in randgemeentes stijgen daardoor ook.

Marlies Moor zoekt 60 vierkante meter in de omgeving van Delft. Fotografie David van Dam

Het gaat goed met de huizenmarkt, en dat is slecht nieuws voor mensen die een huis willen kopen. Dat zijn er nogal wat, bleek afgelopen dinsdag uit een rapport van De Nederlandsche Bank over financiële stabiliteit en de rol van de woningmarkt daarin. Door de lage rentes zijn de maandelijkse lasten van een hypotheek vaak lager dan van een huurhuis. Het gevolg: meer mensen willen kopen. En dus stijgen de huizenprijzen steeds verder, vooral in de grote steden.

Want dáár wil iedereen wonen. DNB spreekt van een structurele trek naar de stad van jonge hoogopgeleide mensen. Nederland vaart daarmee in het kielzog van andere landen: in wereldsteden als Londen, Parijs en New York is dat al veel langer gaande.

In The Rise of the Creative Class stelt geograaf Richard Florida dat door de toegenomen automatisering en digitalisering juist de ‘creatieve klasse’ steeds dominanter wordt. Dat zijn kunstenaars en kenniswerkers, mensen die goed kunnen meekomen in de huidige diensten- en kenniseconomie. En die willen op fietsafstand van hun culturele avondprogramma wonen, in het stadscentrum dus. Dan maar op drie-hoog-achter in plaats van een villa met tuin in de provincie.

Maar ook drie-hoog-achter wordt onbereikbaarder voor mensen met een gemiddeld inkomen, blijkt uit het DNB-rapport. Want steeds meer krijgen zij concurrentie van kopers die een smak eigen geld inbrengen; in Amsterdam is 50.000 tot 70.000 euro normaal. Een kwart van de huizen wordt daar gekocht zonder hypotheek.

De nieuwe scheefwoners

Makelaar Jan Muus ziet het ook veel in Utrecht gebeuren: ouders die volwassen kinderen hun spaargeld schenken om een huis van te kopen. Door de lage rente levert dat geld op de bank toch niks op: het is ‘dood kapitaal’. Kopers met veel eigen geld hebben altijd een streepje voor, weet Muus. Het biedt de verkoper meer zekerheid als een deel van de financiering niet geleend hoeft te worden. En dus zijn het de mensen met vermogende ouders die de huizen krijgen.

Dat zorgt voor een nieuwe groep gedupeerden, die DNB „de nieuwe scheefwoners” noemt: mensen zónder rijke ouders die wel te veel verdienen voor een sociale huurwoning. Zij zijn aangewezen op huurwoningen uit de vrije sector. En omdat die schaars zijn, zijn de huren daarvan torenhoog. Sparen voor meer eigen geld lukt zo niet, wat ervoor zorgt dat zij nauwelijks uit hun woonsituatie kunnen ontsnappen. Of ze moeten een woning met huisgenoten delen.

De aantrekkende werking van de grote stad in combinatie met de hoge huizenprijzen zorgt ervoor dat ook randgemeentes steeds populairder worden. Jonge ouders die groter willen wonen wijken uit naar omliggende plaatsen. Dus wordt ook daar steeds vaker boven de vraagprijs geboden, merkt makelaar Jorg van den Nieuwendijk. Hij is gevestigd in Nootdorp; een welvarende Vinex-plaats in Zuid-Holland waar veel mensen vanuit Den Haag en Rotterdam naartoe verhuizen. Praktisch ingericht, grotere huizen, veel scholen: hij snapt wel waarom jonge ouders er graag willen wonen. Ook makelaar Jan Muus ziet dat er steeds meer huizen in randgemeenten worden verkocht: Bunnik, Zeist, Odijk – plaatsen vlak bij Utrecht waar een huis met een tuin nog tot de mogelijkheden behoort.

Het resultaat is een driedeling van het land: peperdure binnensteden, aantrekkende randgemeenten en een afstervende periferie. De Rabobank beschreef het begin 2016 al in het rapport met de veelzeggende titel Oplichtende en uitdovende sterren: Nederlandse steden in perspectief. Dat is een zelfversterkend proces: succesvolle steden en randgemeenten hebben betere voorzieningen en bieden meer werkgelegenheid voor de creatieve kenniswerker, wat nog weer méér mensen aantrekt. Het zorgt ervoor dat de stad steeds meer het domein wordt van de happy few, zoals directeur monetaire zaken en financiële stabiliteit van DNB, Joib Swank, dinsdag in NRC zei.

Is dat erg? Wel voor wie de stad beschouwt als een plek waar alle inkomens moeten kunnen wonen. „Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid”, zegt artikel 22, lid 2 van de Grondwet. En dus zal er beleid moeten komen dat de bouw en uitgifte van vrije-sectorwoningen voor middeninkomens stimuleert, zo adviseert DNB. Anders blijven er in grote steden geen leraren, agenten en verplegers meer over.

Of betaalbaar wonen voor middeninkomens in de stad een speerpunt van een nieuw kabinet zal zijn is nog maar de vraag. Demissionair minister Stef Blok (VVD) zei bij zijn overstap van Wonen naar Veiligheid en Justitie in januari dat in een nieuw kabinet géén nieuwe minister voor Wonen nodig zou zijn. Het beleid is af en de markt doet z’n werk al fantastisch, volgens hem.