Het rijk van de duizend talen

Chinees

Het Chinees is niet één taal, maar een familie van tien talen die allemaal weer dialecten hebben. En dan heb je in China ook nog ‘heldere spraak’, sms-taal en veel niet-Chinese talen, leert een nieuwe encyclopedie.

Zakenlieden kijken op hun smartphone in de metro van Hongkong. Voor het versturen van berichten maken Chinezen gebruik van het fonetische pinyin, een van de vele talen in China. EPA

Het Chinees is geen moeilijke taal. Chinezen noemen hun land het Midden-land: Zhongguo. Zhong is midden, guo is land. Een Chinees is een Zhongguoren: een Middenlandmens. En de taal die hij spreekt is het Zhongguohua: de Middenlandspraak.

Maar toch, als een Chinees de standaardtaal van zijn land spreekt, het Standaard-Mandarijn, noemt hij die taal het Putonghua: de algemene spraak. En als hij voor een krant schrijft, doet hij dat in het Baihua: heldere spraak.

Het Chinees heeft vele namen in het Chinees. Dat is een van de dingen die opvallen in de zojuist verschenen Encyclopedia of Chinese Language and Linguistics (uitgeverij Brill, vijf delen).

„Het Chinees is geen taal, maar een taalfamilie”, zegt hoofdredacteur Rint Sybesma in zijn werkkamer in Leiden. Hoeveel talen mogen zich Chinees noemen? „Ik geloof dat de teller nu op tien staat.”

Binnen de Chinese taalfamilie hebben alleen het Mandarijn en het Kantonees een standaardvariant. De overige Chinese talen kennen alleen dialecten. Waar je precies de grenzen tussen al die dialecten trekt, bepaalt op hoeveel talen je uiteindelijk uitkomt. Vroeger zag men er zeven verschillende talen in, tegenwoordig een stuk of tien.

Het Mandarijn is met 850 miljoen moedertaalsprekers veruit de grootste en ook de officiële taal van het land. Maar het Wu (80 miljoen sprekers), Min (70 miljoen) en Kantonees (67 miljoen) mogen er ook zijn.

Het Wu (spreek uit: Woe) wordt onder meer gesproken in de havensteden Shanghai (de grootste stad van China) en Wenzhou (met 9 miljoen inwoners ook niet klein). In Shanghai spreekt de locale bevolking Shanghaihua, in Wenzhou Wenzhouhua. Wie Sanghaihua spreekt, verstaat het Wenzhouhua niet, en omgekeerd. Het zijn dialecten van dezelfde taal, het Wu, maar onderling niet verstaanbaar.

Binnen een Chinese taal kunnen de verschillen tussen de dialecten heel groot zijn

Rint Sybesma, sinoloog

„Binnen zo’n Chinese taal kunnen de verschillen tussen de dialecten heel groot zijn”, zegt Sybesma. „Het Mandarijn is daarop de uitzondering: dat wordt in een gigantisch gebied gesproken, waarbinnen de dialectverschillen niet erg groot zijn. Als iemand in het Noorden van dat gebied woont kan hij verstaan worden die iemand die 3.000 kilometer verderop woont. Dat komt doordat het Mandarijn zich pas in de afgelopen paar honderd jaar zo sterk verspreid heeft. Dat is voor een taal vrij recent, de verschillen zijn daardoor niet groot.”

Het gebied waar het Mandarijn van huis uit gesproken wordt is vlak en plat. Er is altijd veel mobiliteit geweest. Het Min daarentegen wordt gesproken in een zeer bergachtig gebied, dat ook door bergen gescheiden wordt van de rest van China. „Het Min heeft zich daardoor niet naar de rest van China kunnen verspreiden. Als die mensen dachten: ik wil eens ergens anders mijn geluk beproeven, dan stapten ze in een boot en gingen naar Indonesië, Maleisië, de Filipijnen. Met als gevolg dat de Chinezen in die landen Min spreken.”

Wie in Nederland ‘Chinees’ leert, leert Mandarijn. Wat heb je daaraan, als er nog zoveel andere Chinese talen zijn? Sybesma: „In de jaren tachtig kwam ik in China nog veel mensen tegen die geen Mandarijn spraken. Maar dat is veranderd. Als kinderen in de niet-Mandarijn-sprekende gebieden naar school gaan, leren ze daar Mandarijn. Het is meestal de enige taal die in het onderwijs mag worden gebruikt. Je ziet soms dat hoogopgeleide ouders besluiten om hun kinderen niet meer in hun eigen taal toe spreken, maar in het Mandarijn. Ze willen hun kinderen een goede startpositie geven. Ze denken: als mijn kind goed Mandarijn spreekt, zal het beter presteren op school, etcetera.”

In Shanghai, waar van origine het Wu-dialect Shanghainees wordt gesproken, hoeft de opmars van het Mandarijn soms niet eens officieel gepusht te worden door de overheid. „Shanghai is natuurlijk een heel grote stad”, zegt Sybesma. „Vanuit China trekken allerlei mensen naar Shanghai, en die hebben op school allemaal Mandarijn gehad. Ze gaan naar Shanghai, spreken daar onder elkaar Mandarijn, en ook met de Shanghainezen spreken ze Mandarijn. En zo zie je langzaam hoe het Mandarijn het Shanghainees aan het overnemen is.”

Sybesma was een keer met een Shanghainees die in Peking woont in Shanghai: „We hebben toen een paar keer een taxi genomen, hij begon iedere keer in het Shanghainees te vertellen waar hij heen moest, maar geen enkele keer was de taxichauffeur een Shanghainees. Dan werd er meteen overgeschakeld op Mandarijn.”

De Chinese talen die in Nederland gehoord kunnen worden, in restaurants of op straat, zijn: het Kantonees, het Wenzhounese dialect van het Wu, en het Mandarijn. „Tot ergens in de jaren negentig: vooral Kantonees en Wenzhounees. De restaurantchinezen kwamen uit Hongkong en Wenzhou”, vertelt Sybesma. „In de jaren zestig en zeventig sloot China zich en mochten mensen het land niet meer uit, waardoor de stroom uit Wenzhou opdroogde. Als er dan Chinezen nodig waren, koks en zo, werden die uit Hongkong gehaald. Ook restauranthouders die zelf uit Wenzhou kwamen, waren toen aangewezen op mensen uit Hongkong. Daardoor is het Kantonees binnen de restaurantwereld de ‘lingua franca’, de voertaal, geworden.”

Eind jaren tachtig kwam de immigratie vanuit China weer op gang. Er kwamen weer meer Wenzhounezen naar Nederland, maar ook, steeds meer, jonge Chinezen die in Nederland gingen studeren. „Dat is weer een heel andere groep: die zijn hoogopgeleid en spreken goed Mandarijn.”

Thuis je eigen taal, buiten Mandarijn

Veel Chinezen zijn tweetalig. En de Chinese maatschappij is in essentie ook tweetalig. Thuis spreekt iedereen zijn eigen taal: een van die tien Chinese talen of een van de 130 andere (niet-Chinese) talen die het enorme land herbergt. Maar zodra er geschreven wordt, gebeurt dat vrijwel altijd in het Mandarijn. Dat lijkt een beetje op hoe de situatie in de Middeleeuwen in Europa was: de mensen spraken een regionale taal, maar zodra ze schreven kwam er Latijn uit hun pen.

Net als in Middeleeuws Europa werd er in China tot rond 1910 geschreven in een uitgestorven taalvariant: het Klassiek Chinees, dat gesproken werd tussen de zesde en de tweede eeuw voor Christus.

Sybesma: „Tegen het einde van de negentiende eeuw kwam er beweging op die als leus had: ‘De hand schrijft wat de mond zegt’. Wo shou xie wo kou. Letterlijk: mijn hand schrijft mijn mond. De archaïsche schrijftaal is daarna vervangen door een schrijftaal die veel dichter bij het gesproken Mandarijn ligt. Men noemde dat: Baihua. Heldere taal.” Net als in de Westerse wereld is het verschil tussen schrijftaal en spreektaal de afgelopen eeuw steeds verder afgenomen.

Chinezen worden overigens steeds slechter in het schrijven van Chinese karakters. Daar is in de encyclopedie zelfs een apart hoofdstuk aan gewijd: ‘character amnesia’. Sybesma: „Oudere mensen klagen dat de jeugd geen karakters meer kan schrijven. Dat komt doordat ze nauwelijks meer met de hand schrijven. Ze typen alleen maar.”

Dankzij moderne apps is het mogelijk om het Mandarijn in alfabetische letters in te typen. De app zet dat vervolgens om in karakters.

SMS-taal

Chinezen leren op school nog steeds om karakters te schrijven. Maar ze beginnen, net als wij, met het leren van het alfabet. Sybesma: „Dat wordt gezien als een nuttig hulpmiddel. Het is al enige decennia een vast onderdeel van het Chinese onderwijs.” Ook zijn er apps op de telefoon waarbij je je boodschap alleen maar hoeft in te spreken, waarna de app het omzet naar de juiste karakters.

Nederlanders denken vaak dat het Mandarijn een erg moeilijke taal is. Onder meer vanwege het karakterschrift. Maar het goede nieuws is misschien dat er ook al apps zijn die het karakterschrift automatisch omzetten in alfabetisch schrift, dat pinyin wordt genoemd. „Dat gaat goed, of nou ja, redelijk goed, en dat zal in de toekomst alleen maar beter gaan”, zegt Sybesma. „Op zich is het Chinees verder helemaal niet zo’n moeilijke taal. Het heeft geen uitgangen. Ook toon hoeft voor een Nederlander geen probleem te zijn. Onze studenten hier hebben dat binnen een paar maanden onder de knie.”

Toon is het verschijnsel dat de toonhoogte waarmee je een lettergreep uitspreekt, bepalend is voor de betekenis van die lettergreep. Het maakt uit of je zegt ‘Toon’, ‘Toon?’ of ‘Tóón!’. Die verschillen zijn in het Chinees net zo belangrijk als in het Nederlands de verschillen tussen ‘toon’, ‘ton’ en ‘tien’.

Gelukkig heeft het Mandarijn maar vier verschillende tonen. Dat valt te overzien. Sommige andere Chinese talen hebben zes, acht of zelfs tien verschillende tonen.

Als Chinezen alfabetisch schrijven, geven ze de toon aan met een tekentje boven de klinkers. Bijvoorbeeld: ‘Méi wèntí’ (geen probleem). Maar vaak laten ze die tekentjes weg. Als ze willen dat de smartphone het omzet naar karakters, hoeven ze die tekentjes ook niet te gebruiken. De app kijkt naar de woorden die eromheen staan en gokt dan om welk karakter het gaat. Zo is Chinees echt geen moeilijke taal.