Heen en weer kijken verzacht nare herinneringen

Dat de oogbeweging-therapie EMDR werkt, was al bekend. Nu weten we ook hóe.

Patiënt kijkt naar heen en weer bewegende vinger van therapeut Foto Alamy Stock Photo

Wie snel heen en weer kijkt, door oogbewegingen, verlaagt daarmee zijn vermogen om herinneringen op te slaan. Wie tegelijkertijd aan een vervelende gebeurtenis denkt, vermindert toekomstige herinneringen aan dat trauma, want herinneren betekent ook steeds: opnieuw opslaan.

Dat is waardoor de vreemd aandoende, op oogbewegingen gebaseerde anti-traumatherapie EMDR werkt, toonde Linda de Voogd van het Radboudumc aan in het proefschrift waarop ze donderdag in Nijmegen promoveerde. Bij EMDR (afkorting van: eye movement desensitization and reprocessing) kijkt een patiënt een paar minuten intensief naar de gestadig heen- en weerbewegende vinger van de therapeut. En denkt ondertussen aan een concreet beeld van een meegemaakte vervelende situatie – een verkrachting, een ongeluk, een gevecht of een mishandeling.

EMDR is al jaren een therapie met goed-bewezen effect, vindt ook de Nederlandse richtlijn voor de behandeling van posttraumatische stress-stoornissen (PTSS). Naast cognitieve gedragstherapie is het de eerste-keustherapie tegen terugkerende angsten door een opgelopen trauma.

Het was duidelijk dát EMDR werkt, maar hóe dat gebeurt was vaag. Veel sceptici vonden dat het gewoon afleiding was. Dat kon ook op een andere manier en daarmee was EMDR niet meer dan een (nuttige) variant van de herbelevingstherapie, waarbij een patiënt een ‘filmpje’ van de traumatische gebeurtenis oproept en herbeleeft, in een veilige omgeving. Waardoor de herinnering minder belastend wordt.

Linda de Voogd legde proefpersonen in de fMRI om beelden te maken van hersenactiviteit. Ze keek vooral naar twee hersendelen. Naar de amygdala, die belangrijk is bij emotionele reacties. En naar de hippocampus, die belangrijk is voor het vormen en terugkeren van herinneringen. De Voogd keek ook hoe die twee hersendelen elkaar beïnvloeden.

Proefdieronderzoek heeft al laten zien dat bij een actieve amygdala (veel emotie, kortweg gezegd) de hippocampus intensievere herinneringen opslaat dan bij een rustige amygdala. Intensieve herinneringen komen in rustige perioden vaker terug.

De Voogd ‘traumatiseerde ‘ haar vrijwillige proefpersonen met elektrische schokjes aan hun vingers, of door ze naar akelige filmfragmenten te laten kijken, van verkrachtingsscènes. Ze vond, en beschrijft dat in vier wetenschappelijke artikelen die de kern van haar proefschrift vormen, hoe amygdala en hippocampus elkaar beïnvloeden. Bij de ene persoon meer dan bij de andere. Dat is een karaktertrek. En belangrijk: oogbewegingen dempen de activiteit van de amygdala en daardoor worden herinneringen minder intensief opgeslagen.