Commentaar

Wonen, werken, reizen: de nodeloze krapte in Nederland

Een woningmarkt die op slot zat en een aantrekkende arbeidsmarkt: de combinatie van deze twee fenomenen wordt vaak aangewezen als de oorzaak van de filegolf die in de eerste helft van de jaren tachtig ontstond. Mensen vonden een andere, of nieuwe, baan maar konden niet verhuizen omdat na het knappen van de zeepbel op de huizenmarkt van eind jaren zeventig de hypotheek ‘onder water’ stond.

Dit samenspel van factoren doet denken aan de huidige situatie in Nederland. In en rond de grote steden zijn woningen steeds moeilijker te betalen. De arbeidsmarkt, die vaak juist geconcentreerd is in en rond de steden, trekt sterk aan. En zo ontstaat, na een relatieve rust tijdens de crisis, opnieuw een fileprobleem. Dit ondanks het feit dat vorige kabinetten sterk hebben ingezet op het wegennet.

De verbindende factor is krapte. De economie groeit naar verhouding sterk, de mobiliteit neemt eveneens toe. Nederland blijkt er onvoldoende op berekend. De Nederlandsche Bank sprak deze week zijn zorgen uit over de woningmarkt, die met name in en rond de steden aan het oververhitten is. Er is niet voldoende gebouwd, of onvoldoende in de segmenten waar huizen nodig zijn, met name de vrije huursector. Wegen slibben weer dicht. En de nationale luchthaven Schiphol heeft, al vóór de zomervakantie, een aantal horrorweekeinden achter de rug. Recordaantallen reizigers en vliegbewegingen hebben geen gelijke tred gehouden met de logistiek op de luchthaven zelf.

Op een abstracter niveau doet het fenomeen van krapte zich voor in de gehele economie. De potentiële groei, de ‘kruissnelheid’ waarop de economie kan koersen, is relatief laag. Het Centraal Planbureau schatte deze potentiële groei in zijn jongste verkenningen voor de middellange termijn op 1,6 procent. Als de economie harder gaat dan dat, ontstaat meer krapte en schaarste.

Dit probleem is een van de grote uitdagingen voor het kabinet dat dezer weken wordt geformeerd. De productiviteit en capaciteit zullen omhoog moeten. Dat kan op twee manieren: méér investeren, of de middelen die er zijn beter, intensiever en slimmer gebruiken. Elk probleemgebied heeft zijn eigen oplossing.

Op de woningmarkt zijn meer investeringen wenselijk, maar ook het gebruik van bestaand vastgoed kan beter – bijvoorbeeld in het geval van kantoorgebouwen die tot woningen worden omgebouwd. Wegen lijken er daarentegen grotendeels voldoende te zijn. Hier lijkt slimmer gebruik de beste optie. Het ontmoedigen van autogebruik en het aanmoedigen, dat wil zeggen het investeren in openbaar vervoer, met name in de spits, maakt daar deel van uit. Daarbij is het flexibeler omgaan met arbeidstijden onmisbaar.

Dat geldt eveneens voor de drukte op Schiphol. Het is opmerkelijk dat in de reisbranche, waar het gebruik van internet de capaciteit van onderkomens optimaliseert en de prijzen flexibiliseert (‘dynamic pricing’), het ouderwetse ‘zaterdag tot zaterdag’ nog steeds de boventoon voert. Daar zou de branche zich eens wat beter in mogen verdiepen.

Het neemt niet weg dat de krapte op Schiphol ook simpelweg een managementprobleem is, waarbij de betrokkenen (Rijk, luchthaven, vliegmaatschappijen) elkaar beschuldigen als kleuters op een schoolplein. Daar heeft de reiziger geen boodschap aan.

De huidige krapte in Nederland is deels fysiek, maar vooral een beheersprobleem. Dat vraagt beleid: een acute en dringende opdracht voor de onderhandelaars over het nieuwe kabinet in Den Haag.