En nu de mannen van José Mourinho

Finale Europa League

Manchester United is op 24 mei in Stockholm de tegenstander van Ajax.

Paul Pogba, sterspeler van Manchester United en de duurste voetballer op aarde, vierde donderdag het bereiken van de finale van de Europa League. Foto Darren Staples Livepic /Reuters

Kan nooit kwaad, een belletje van Peter Bosz met Giovanni van Bronckhorst. De Feyenoord-trainer weet hoe Manchester United verslagen kan worden. Op 15 september van het vorig jaar joeg Tony Vilhena met een precisieschot het sterrenensemble met een 1-0 nederlaag uit de Kuip terug naar Manchester.

Die wedstrijd in de groepsfase van de Europa League werd in een andere gemoedstoestand gespeeld, vanzelfsprekend, maar het indiceerde wel de kwetsbaarheid van Manchester United dit seizoen. Het ging dit voetbaljaar op en af met de Mancunians, maar nooit echt goed. En al helemaal niet naar tevredenheid van trainer José Mourinho, die zijn voorganger Louis van Gaal in competitieverband kopieerde met een tweede mislukte poging tot plaatsing voor de Champions League op rij. De zesde plaats in de Premier League is ver onder verwachting van een ploeg die 150 miljoen pond (177 miljoen euro) aan nieuwe spelers uitgaf en met onder anderen Zlatan Ibrahimovic en Paul Pogba een kwaliteitsinjectie van jewelste dacht te hebben gekregen.

De ontsnappingsroute via winst van Europa League is voor Manchester United van cruciaal sportief en financieel belang. De opluchting na het moeizame 1-1 gelijkspel tegen Celta de Vigo op Old Trafford – gevolgd op de 1-0 overwinning in de eerste wedstrijd – was dan ook groot. De finale bereikt, de laatste horde op weg naar rechtstreekse plaatsing voor de Champions League, de reddingsboei voor een club in nood.

Ajax kan zich voor de finale in de Frieds Arena nabij Stockholm voorbereiden op een bloeddorstige tegenstander, een ploeg waarvoor verlies geen optie is. Die verkramping ontstaat als een trainer van de buitencategorie wordt aangesteld en diens selectie naast Ibrahimovic (Paris SG) en Pogba (Juventus) is versterkt met Eric Bailly (Villarreal) en Henrikh Mkhitaryan (Borussia Dortmund), maar het gewenste resultaat uitblijft. Een achterstand van negentien punten in de Premier League op bijna-kampioen Chelsea leidt tot een negatieve evaluatie in de boardroom.

Zo kan het niet verder, is het adagium. En dus rollen de namen van nieuwe spelers over straat. Mourinho zou zich hebben vastgebeten in een transfer van de Fransman Antoine Griezmann, spits van Atletico Madrid, met Gareth Bale van Real Madrid of de Italiaan Andrea Belotti van Toriono als redelijke alternatieven. Zelfs de naam van Barcelona-ster Neymar zingt rond in de Engelse media.

Ajax is gewaarschuwd. Om nog een reden: het curriculum vitae dat Mourinho heeft opgebouwd in finales. Van de dertien als coach verloor hij er twee, met de landelijke bekerfinales van FC Porto in Portugal en Real Madrid in Spanje relatief onbeduidende ook. Zijn drie Europese finales won Mourinho, met als bijzonderheid dat hij in al zijn finales nooit na 90 minuten is verslagen. Zijn grootste triomfen: met FC Porto zowel de UEFA Cup (2003) als de Champions League (2004) en met Internazionale zijn tweede Champions League in 2010.

Uit de mond van een trainer van die statuur, met een elftal waarvan de kwaliteit afdruipt – zelfs zonder de langdurig geblesseerden Ibrahimovic, Ashley Young, Luke Shaw en Marcos Rojo – klinkt het ongeloofwaardig om Ajax donderdagavond onmiddellijk de grote favoriet te noemen. Zijn aanzet tot een nieuw masterplan.