Column

Een ‘persmoment’ is altijd pijnlijk

Japke-d. Bouma schrijft elke vrijdag over de taal van deze week. Vandaag: Het ‘persmoment’ van Hans van Breukelen.

Niemand weet wie het woord bedacht heeft maar ineens was het er: het ‘persmoment’. De meeste woorden die door communicatiebureaus worden verzonnen zoals ‘invite’, ‘klantreis’ of ‘uitrollen’ zijn onnodig Engels, lachwekkend of allemaal tegelijk. Maar persmoment was precies goed. Zelden een woord gehoord dat de lading beter dekt. Want een persmoment is ook altijd écht een persmoment: pijnlijk. En het wordt gehouden als mensen onder druk komen te staan.

Het woord ‘moment’ is ook goed gekozen: ideaal voor iets vervelends. Wie krijgt er geen jeuk van: ‘moment alstublieft’? Of mensen die zeggen: „Wat goed dat je even je moment pakt’, of ‘Laten we daar even een momentje van maken.”

Iedereen heeft wel eens een persmoment. Sommige mensen zelfs dagelijks. Doorgaans niet echt een moment waar je andere mensen bij uitnodigt, maar dat gebeurt juist wel bij een persmoment – gênant. Deze week was de KNVB aan de beurt. De nieuwe bondscoach moest worden aangekondigd. Of althans, de enige die wilde. Geen nieuws waar je graag mee naar buiten komt en er was ook allemaal gedoe omheen, gehuichel, verwijten en onhandigheid. Dus moesten de tanden even op elkaar.

Ik denk dat het ‘persmoment’ bedacht is uit de vurige wens dat het maar even duurt. Even een momentje persen en dan wegwezen. Maar net zoals barende vrouwen of mensen met obstipatie hard hopen dat hun persmoment snel voorbij is, ontaardt ook het persmoment bijna altijd in een bevalling die uren kan duren. En je weet vooraf nooit of het goed afloopt.

Gelukkig zijn er trainingen om het persmoment mee weg te leren puffen: de perstraining. Daar wordt geleerd hoe je zo weinig mogelijk moet zeggen en je niet uit je perstent moet laten lokken. Daar wordt het vaak extra pijnlijk van. Want het hoge woord moet er toch uit.

Mensen krijgen vaak een gekke titel op zo’n training. Zo werd Hans van Breukelen, voormalig keeper van het Nederlands Elftal, ineens ‘technisch directeur’ genoemd – alsof hij hoogstpersoonlijk de snoeren op de microfoons had aangesloten.

En iedereen gaat gek praten van zo’n training. Zo zei Van Breukelen dat hij op zoek was geweest naar een ‘passievolle inspirator’ en iemand die ‘prestatief’ was ingesteld. Ik verstond eerst ‘prostatief’ met al die mannen in de zaal en later passief – door dat passievol – maar nee: prestatief. Niemand vroeg wat het was.

Hij zei ook dat hij in duo’s geloofde (Saskia en Serge, Bassie en Adriaan, Nick en Simon, Mattie en Wietze?) en had het steeds over ‘trajecten’ en ‘processen’. Ik zat de hele tijd naar de tv te roepen: „Vraag nou eens wat het verschil is tussen een proces en een traject!” Maar ik weet het nog steeds niet.

Zo gaat het altijd bij een persmoment: onder druk wordt alles vloeibaar, alles glipt door je vingers en je wordt er zelden wijzer van. Daarvoor moet je namelijk niet op een persmoment of in een persdorp zijn, nee, daarvoor moet je bij de bilateraaltjes zijn in de achterkamertjes waar alle beslissingen worden genomen die mensen je in persmomenten proberen te verkopen. Een persmoment is dus altijd het startsein voor journalisten dat ze hard aan het werk moeten.

Ik ken ook geen enkel persmoment zonder naweeën.

Taaltips? Meld ze op Twitter via @Japked