Wij zijn de laatste overlevenden uit het grote mensengezin

Menselijke evolutie

Homo naledi is maar een dikke 200.000 jaar oud, bleek deze week. Onze voorouders hadden hem kunnen tegenkomen, net als de Neanderthaler en de Floresmens. Wij zijn maar één soort uit vele.

Reconstructie van in 2015 ontdekte mens Homo naledi. Mark Thiessen/National Geographic/AFP.

Een tijdtoerist stapt uit haar tijdmachine in Zuid-Afrika, 200.000 jaar geleden. Ze is op zoek naar de naledimens, een curieuze mensensoort met een klein brein en lange klautervingers. Zuid-Afrika is pas de eerste stop op haar mensensafari. Ze wil deze trip nóg vijf soorten van haar lijst strepen. Deze mensen leven bijna overal op aarde. De wereld is een wilde mensentuin.

Het is pas sinds kort dat paleontologen weten van deze grote mensendiversiteit. Het begon in 2004, met de publicatie van de ontdekking van het minimensje op Flores. In 2010 wees DNA-onderzoek uit dat er in Midden-Azië een mens heeft geleefd die genetisch afweek van Neanderthalers in het westen: de Denisova-mens. En in 2015 kwamen de beenderen van Homo naledi uit een Zuid-Afrikaanse grot tevoorschijn. Deze week bleek dat de botten 335.000 à 236.000 jaar oud zijn.

Met naledi komt het aantal soorten mensen dat 200.000 jaar geleden in leven was, waarschijnlijk uit op zes. Waarschijnlijk, want wanneer prehistorische menssoorten precies verschijnen en verdwijnen is onmogelijk te zeggen. Dateringen zijn nooit exact en paleontologen vinden nooit de laatste of eerste vertegenwoordiger van een soort. En niemand weet welke verwanten er de komende jaren nog meer worden opgegraven. Maar toch: zes!

Alle zes soorten zijn officieel ‘mens’: lid van het mensengeslacht Homo. Alle zes zijn jagers-verzamelaars. Alle zes gebruiken stenen werktuigen. Drie of vier kennen het geheim van het vuur. Twee of drie kunnen spreken.

De tijdreiziger die de zes mensen observeert ziet natuurlijk verschillen. Maar ze kan er niet eentje betrappen op superieure anatomie. Niets wijst erop dat Homo sapiens straks over de wereld zal uitzwerven en de andere soorten zal doen verdwijnen. Wie zijn zij allemaal? Waar leven ze?

Wie waren de zes andere mensen? Klik of swipe langs hun portretten:

We starten in Zuid-Afrika. Hier leeft Homo naledi. Met hersenen zo groot als van een gorilla maken de naledi-mensen op het eerste oog weinig indruk. Toch denken zijn ontdekkers dat naledi vuur gebruikte. Maar de grootste verrassing van naledi is dus dat die leefde in de schaduw van de vroege Homo sapiens.

De vroege sapiens leven niet ver van de naledi-mens, op de savannes van Midden- en Oost-Afrika. Ze hebben een ranke lichaamsbouw en relatief grote hersenen. Het moderne pakket zal in de komende tienduizenden jaren uitkristalliseren: de wenkbrauwboog verdwijnt, het fijne kinnetje verschijnt. Het oudste fossiel van een ‘anatomisch moderne mens’ is ongeveer 200.000 oud, gevonden in Ethiopië.

In het Midden-Oosten komen we de eerste Neanderthalers tegen. Homo neanderthalensis is een robuust gebouwde jager, met een voorkeur voor grootwild. Hun leefgebied strekt zich uit tot aan West-Europa.

In Midden-Azië zit menssoort nummer vier: de mysterieuze Denisova-mens. Het is de enige mens op de lijst die niet met fossielen, maar door DNA-onderzoek aan een paar botjes in het leven is geroepen. Dat DNA laat zien dat Denisoviërs nauw verwant zijn aan Neanderthalers. Twee grote schedels uit China, van 125.000 à 100.000 jaar oud, zijn mogelijk van Denisoviërs.

Aan de rand van Azië, op Java, vinden we Homo erectus. Erectus is duidelijk een jager, met een zwaargebouwd gezicht, en met wat kleinere hersenen dan de neanders of sapiens. Erectus kwam oorspronkelijk uit Afrika en leeft al 1,5 miljoen jaar in Azië, maar dit zijn zijn nadagen. Misschien was erectus 200.000 jaar geleden al uitgestorven.

Verderop in de Indonesische archipel, op het eiland Flores, leeft de laatste en misschien wel de vreemdste mens van het stel. Het Floresmensje, Homo floresiensis, is een minimens van een meter lang. Hij deelt zijn eiland met mini-olifanten, reuzenratten en komodovaranen.

De mens blijkt normaal zoogdier

De zes vormen een bonte groep, op een familiefoto een vreemd gezelschap. Hoe kan het dat soorten als naledi en vroege sapiens zo dicht bij elkaar leven? Die diversiteit is normaal, vindt de Nederlandse paleoantropoloog Fred Spoor. „De vondsten laten zien dat de mens als een normaal zoogdier evolueerde. Er was een hoop gaande, iedere mens had z’n eigen niche. En Afrika is groot genoeg voor twee soorten mens.”

Ook de naledi-onderzoekers vergelijken de mens met andere zoogdieren. In een overzichtsartikel wijzen ze erop dat er ook voor veel Afrikaanse savannedieren, bavianen, kafferbuffels en de jachtluipaard, een genetische breuklijn loopt tussen Midden- en Zuid-Afrika, ongeveer ter hoogte van de evenaar.

Wat het zestal verder laat zien, is dat de grote mars voorwaarts definitief niet bestaat. De evolutie is geen optocht van steeds meer rechtop lopende mensen met steeds grotere breinen. Moderne en primitievere populaties leefden naast elkaar in tijd en locatie. En dan nog is het niet zo dat de mensen met de grootste hersenen ‘winnaars’ zijn: immers, écht grote hersenen hadden de Neanderthalers en Denisoviërs. Een vermoedelijke Denisova-schedel uit China heeft een herseninhoud van maar liefst 1,8 liter. Bij moderne mensen is dat 1,1 à 1,4 liter.

Seks met andere mensen

Homo sapiens zou uiteindelijk ver buiten de grenzen van zijn oorspronkelijke leefgebied trekken. Daar kwam hij de anderen tegen. En dankzij DNA-onderzoek weten we waar sommige ontmoetingen op uitdraaiden: op seks.

Het DNA van Neanderthalers is teruggevonden in het genoom van alle mensen buiten Afrika. Naar schatting 2 procent van het DNA van niet-Afrikanen is direct afkomstig van Neanderthalers. En ook de Denisova-mensen hebben kinderen gekregen met sapiens: 3 tot 6 procent van het DNA van Aboriginals en Papoea’s is afkomstig van Denisoviërs. Het betekent dat sommige uitgestorven soorten mens niet echt uitgestorven zijn: hun DNA leeft voort in het onze. Tibetanen hebben hun hoogteresistentie bijvoorbeeld aan Denisoviërs te danken.

Mogelijk hebben ook voorouders van Afrikanen zich binnen Afrika met andere soorten mens vermengd: vorig jaar vonden genetici in DNA van de West-Afrikaanse pigmeeënvolkeren Biaka en Baka sporen van een oud mensenvolk. Zou deze mysterieuze DNA-donor Homo naledi kunnen zijn geweest? „Vijf jaar geleden was het verhaal nog dat Neanderthalers geen deel uitmaakten van de menselijke afstammingslijn”, zegt naledi-onderzoekers John Hawks. „Inmiddels is duidelijk dat naburige populaties zich vaak vermengden. Ik zou naledi niet bij voorbaat uitsluiten als mogelijke menselijke voorouder.”

Vermenging met andere soorten is overigens niet voorbehouden aan mensen. Denisoviërs hadden óók seks met Neanderthalers. Én met een onbekende Aziatische populatie, mogelijk Homo erectus. Iedereen deed het met elkaar.

Van alle zes de mensen, was het Floresmensje misschien de eenzaamste. Het eiland Flores is zonder boot nauwelijks te bereiken. Het ligt op de Australische continentale plaat, door een diepe zeestraat gescheiden van de Aziatische. Moderne mensen verschijnen voor het eerst in dit gebied vanaf 50.000 jaar geleden, nét als het Floresmensje is verdwenen, 60.000 jaar geleden. Ze kunnen elkaar nét hebben ontmoet.

De verloren tijdgenoten van Homo sapiens worden wel eens overblijfsels genoemd, alsof het primitieve restanten waren. Maar volgens de biologische definitie van een relict species zijn niet zij, maar wij het overblijfsel: Homo sapiens is het restant van een soortenwolk die rijker en diverser was. In ons DNA leven de verdwenen mensen voort, maar als onderscheidbare soorten zijn ze verdwenen.