Het alternatief voor Santiago de Compostela

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Maria zou zijn verschenen aan drie kinderen in het Portugese Fátima. Sindsdien lopen er jaarlijks duizenden mensen naar toe. Gelovigen en ongelovigen.

Wandelaars op de N3 in Portugal, die de Fátima-route lopen. Foto’s Stuart Forster / Hollandse Hoogte, Getty Images

Francisco Torres (80) is uitgegroeid tot een soort cultfiguur voor de pelgrims die van Lissabon naar Fátima lopen. Bij zijn woonplaats Ribeira de Cabanas, op 47 kilometer van de plek waar Maria op 13 mei 1917 zou zijn verschenen, heeft hij een rustplaats gecreëerd voor de lopers van de zogenoemde Taag-route. De voorbije dagen stopten duizenden bij zijn openluchtkantine. Om op adem te komen, te eten, te drinken en te bidden. Als dank laten velen een aandenken achter. Een grote boom hangt vol met T-shirts uit allerlei landen. „Ik liep op mijn achtste voor het eerst naar Fátima. En daarna heb ik dat nog talloze malen gedaan. Mooi om te zien dat nieuwe generaties dat ook doen”, zegt Torres. „En nu met het eeuwfeest is het drukker dan ooit.”

De vader van Torres was drie jaar oud toen Maria op de schapenweide van Cova da Iria voor het eerst aan de drie herderskinderen Francisco, Jacinta en Lucia zou zijn verschenen. Dat ritueel zou zich nog vijf keer herhalen. Op oude zwart-witfoto’s zijn massa’s mensen te zien die het wonder wilden meemaken. Ze zagen slechts de zon vreemde bewegingen maken. Lucia zou als enige Maria gehoord en gezien hebben. „Nee, ik ken geen mensen die daar bij waren”, zegt Torres naast een beeldje van Maria bij zijn eigen ‘mini-Fátima’. „Voor mijn familie was dat te ver weg. Toen legde je zo’n afstand niet zomaar even af. En lopend is het nog altijd zwaar.”

De Mariaverschijning in Fátima behoort net als fado en futebol tot het Portugese cultuurgoed. De Katholieke Kerk en het regime reageerden aanvankelijk terughoudend op ‘het zonnewonder’ dat door de bevolking werd gekoesterd. Pas in 1930 werden de verschijningen door de bisschop van Leiria erkend. Gelovig of niet, nu is het overgrote deel van de bevolking trots op de heilige plek. Alsof God daarvoor Portugal heeft uitverkoren.

Schapenweide geasfalteerd

De drie herderskinderen liggen vlakbij de verschijningskapel begraven in de Basílica de Nossa Senhora do Rosário de Fátima. De voormalige schapenweide is volledig geasfalteerd en biedt plaats aan honderdduizenden mensen die op 13 mei 2017 de mis van paus Franciscus willen bijwonen. De aantrekkingskracht van Fátima is enorm. Vanuit alle delen van de wereld komen mensen naar het dorpje, van wie een aantal lopend over één van de Fátima-routes. Meestgebruikt zijn de Noordelijke Route, de Nazaré-route, de Kustroute en de Taag-route. Deze pelgrimroutes zijn minder bekend dan die naar het Spaanse Santiago de Compostela, maar toch zien veel pelgrims in de bedevaart naar Fátima een alternatief. Net als in Spanje omzeilen de routes de hoofdwegen en lopen de pelgrims vaak over landweggetjes, op zoek naar spiritualiteit, om boete te doen of gewoon voor de voldoening. Het overgrote deel van de pelgrims loopt de Fátima-routes in mei of in augustus. Francisco Torres houdt op zijn rustplek wel het hele jaar rekening met lopers; wie wil, voorziet hij van een stempel.

De basiliek van Fátima, het eindpunt van de bedevaartstocht.

Tijdens dit jubileumjaar is het lopen van de Taag-route populairder dan ooit. Al ver voor 13 mei beginnen pelgrims voor het casino in het Parque das Nações in Lissabon aan de 141,5 kilometer lange Caminho de Tejo, die langs prachtige dijkdorpen via Santarém naar Fátima loopt. Duizenden volgen de paaltjes met de blauwe pijlen. Het traject wordt doorgaans verdeeld in vijf etappes: drie vlakke gedeelten en twee pittige stukken door de heuvels en bergen op het laatste gedeelte naar Fátima. Er wordt geslapen in hotels, herbergen of op een matje op de grond in één van de brandweerkazernes. Je kunt de tocht zo sober maken als je zelf wilt.

Sober en saamhorig

Soberheid en saamhorigheid zijn van wezenlijk belang voor de pelgrims; voor sommigen is dat de voornaamste reden om de route te lopen. Alsof het een soort ‘vijfdaagse’ betreft. Even voorbij het plaatsje Vila Nova da Rainha is Marcos Gomes met een aantal vrienden op weg naar ‘het altaar van de wereld’. „Ik doe dit grotendeels voor de fun”, zegt de jonge Portugees, die net als de anderen is gehuld in een felgeel hesje. „Dat het nu honderd jaar Fátima is, maakt het voor ons niet anders. We doen dit elk jaar met een groep mensen. Het is bijzonder, daar hoef je niet gelovig voor te zijn.”

Voor pastoor Nuno Teixeira (45) is het geloof wel van levensbelang. Hij zal tijdens het eeuwfeest van Fátima – na eerdere bezoeken aan Brazilië en Polen – voor de derde keer oog in oog met paus Franciscus staan. Als pastoor van de parochies Nova Oeiras en São Julião da Barra leidt hij een groep van 180 padvinders vijf dagen achtereen over de Taag-route langs plaatsjes als Forte de Casa, Reguengo, Azóia de Baixo, en Covão do Feto naar het sanctuarium. „We lopen deze tocht met talloze families, veel ouders doen dit jaarlijks met hun kinderen. De rol van het katholieke geloof is van groot belang, uiteindelijk komen we uit bij een heilige plaats. Tijdens het lopen, komen mensen tot zichzelf. Dat is een belangrijk proces. Je ziet dat dit ook steeds meer tot de verbeelding spreekt bij mensen met een ander geloof. Die zien het lopen naar Fátima als een uitdaging. Als het beklimmen van een berg. Daar is ook niets mis mee.”

Voor Francisco Torres behoort het lopen van grote afstanden tot het verleden. Hij koestert nu zijn eigen rol. Hij vindt het schitterend pelgrims op tweederde van de Taag-route voor even een rustplaats te kunnen bieden. Op gepaste afstand van Fátima heeft hij zijn eigen, zeer bescheiden bedevaartsoord.