Interview

‘Deze tijd heeft fictie nodig’

De herinneringen aan zijn grootvader heeft Michael Chabon (1963) in zijn nieuwe boek aangevuld met allerlei eigen verzinsels. Het is de eerlijkste versie van het verhaal.

Michael Chabon: ‘Huidige literaire non-fictie is vaak een stuk minder eerlijk’ Foto Lars van den Brink

Michael Chabon is in Amsterdam en heeft een goede dag. Hij is net te gast geweest op boekenfestivals in Florence en Venetië en heeft nu een middag vrij om naar de tentoonstelling van fotograaf William Eggleston in Foam te gaan. In Nederland lijkt de Amerikaanse schrijver een beetje bij te komen, nu er zoveel gebeurt in zijn eigen land.

Chabon wacht me op in een pak dat perfect kleurt bij zijn grijze haar. Bij binnenkomst bederf ik meteen zijn humeur door naar Trump te vragen.

„Trump, fake news, alternative facts; deze tijd bewijst waarom fictie zo hard nodig is. Fictie geeft eerlijk toe wat het is: verzonnen. Dat wil niet zeggen dat het minder betekenis aan de wereld geeft. Het is juist eerlijk. Geen halve leugens verpakt als waarheid. Geef mij maar verhalen, die hun status als fictie erkennen, die schitteren als fictie. Dat heb ik liever dan de oplichterij van Trump.

„Er was een moment waarop Trump bijna zover was om zijn leugens toe te geven. Op het hoogtepunt van de campagne en direct na zijn overwinning leek het er even op alsof hij zou zeggen: ‘Haha, natuurlijk sloeg dat allemaal nergens op’.

„Een roman is ook oplichterij. Het boek zegt: ‘Hallo, wil je opgelicht worden?’ En de lezer zegt: ‘Ja, kom maar op.’ Bij de eerste pagina wordt de overeenkomst gesloten. Het is een magisch verbond.”

Chabons nieuwe roman speelt met dit verbond. Maangloed is het levensverhaal van zijn grootvader. De hoofdrolspeler, die Mike Chabon heet (en bewust niet Michael), bezoekt zijn grootvader aan zijn sterfbed. Op de valreep luistert Mike naar zijn levensverhaal.

In het geweldige eerste hoofdstuk, dat zich afspeelt in de jaren vijftig, wordt de grootvader onverhoopt ontslagen om plaats te maken voor Alger Hiss, een Amerikaanse overheidsfunctionaris die wordt beschuldigd van communistische sympathieën. Wanneer die grootvader het nieuws van zijn ontslag hoort, knapt er iets bij hem. Hij vliegt zijn baas aan en probeert hem te wurgen met een telefoonsnoer. Het leidt uiteindelijk tot de gevangenis en later zelfs tot moord.

„Met dit boek wilde ik de legitimiteit van fictie onderzoeken. Wat gebeurt er als het verzonnen verhaal alles op alles zet om je ervan te overtuigen dat het echt is gebeurd? Dat wilde ik weten. Niet vanwege Trump, maar vanwege die enorme hype van literaire non-fictie. Hebben jullie dat ook in Nederland?”

Het was me niet opgevallen. Is literaire non-fictie populairder dan voorheen?

„Bij ons gaat het als zoete broodjes over de toonbank. De schrijvers spreken zelf vaak over memoirs en dat woord alleen al toont aan hoeveel het verhaal op herinneringen leunt. Als romancier verzet ik me tegen het idee dat een verhaal meer waard is wanneer het echt gebeurd zou zijn. Memoirs beschrijven iemands waarheid, maar is het dan ook echt gebeurd? Dat is wat anders. Zo makkelijk is het niet.

„Het leven is niet consequent. Het heeft geen richting, zoals literaire non-fictie vaak suggereert. Als je echt over de zin van het leven wilt nadenken, dan moet je een roman lezen, daarin vind je minstens zoveel over patronen en betekenis als in een non-fictiewerk.”

Dat klinkt als een negatieve reden om een roman te gaan lezen.

„Integendeel, het is een reden om van romans te houden. Het is alsof je naar een goochelaar gaat. Je gaat naar binnen en betaalt geld om opgelicht te worden. Je vraagt erom! Voor je ogen wordt een vrouw doormidden gezaagd en je staat op en je applaudisseert. Het is eerlijke oneerlijkheid. Je geeft jezelf toestemming om bedrogen te worden. En deze toestemming ontbreekt in veel literaire non-fictie. Ik denk dat veel lezers likkebaardend deze verhalen lezen, omdat ze denken dat ze werkelijk zo gebeurd zijn. Als je even pauzeert en nadenkt, snap je ook wel dat een gesprek tussen een kind en zijn ouders vijfentwintig jaar later niet letterlijk gereproduceerd kan worden.”

Is er ook literaire non-fictie die u wel verdraagt?

„Twee van mijn favoriete boeken zijn memoirs: This Boy’s Life van Tobias Wolff en Stop-Time van Frank Conroy. Ik hou van die boeken. Maar Wolff en Conroy zijn ook eerlijk over waar het verhaal opgepoetst is. Huidige literaire non-fictie is vaak een stuk minder eerlijk.”

Eraf met het hoofd van die schrijvers?

„Haha, nee hoor. Ik vertrouw erop dat deze verhalen met de beste intenties worden geschreven. Dit zijn echt de herinneringen van mensen. Maangloed is hier een extreme versie van: dit zijn de verhalen die ik me herinner van mijn grootvader. Dit is wat ik me herinner van hoe hij op zijn sterfbed zijn verhalen vertelde. De waarheid wordt op twee manieren gefilterd: door zíjn herinnering en die van mij. En dan is er ook nog de wijze waarop ik de verhalen heb opgeschreven.”

Mijn grootvader was een beetje Lord Byron en een beetje Spock

De eerste zinnen van het boek lezen als een missie: ‘Bij de voorbereiding van deze memoires heb ik me aan de feiten gehouden, behalve als de feiten weigerden zich te conformeren aan herinnering, narratief doel, of de waarheid zoals ik die graag begrijp. Als ik me vrijheden heb veroorloofd met betrekking tot namen, data, plaatsen, gebeurtenissen en gesprekken of met de identiteit, de motieven en de onderlinge relaties van familieleden en historische personages, verzeker ik de lezer dat ik dat met gepaste overgave heb gedaan.’

„Dit kun je inderdaad lezen als missie. Het zit overal in het boek. Bij elke plaats en bij elk personage.”

Ik kan me voorstellen dat u een jaar geleden, tijdens de strijd tussen Hillary en Trump, dacht: ik wil een boek schrijven over de strijd om de waarheid?

„Zo gaat het niet bij mij. Ik was bezig met het onderzoek voor een ander boek toen dit er ineens tussendoor kwam. Zo zijn ook De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay en De Jiddische politiebond tot stand gekomen. Je zit met een los personage en dat werk je uit. Dan probeer je voor de grap een beginnetje te schrijven en voor je het weet heb je een boek. Ook dit keer was ik met iets anders bezig, toen ik ineens aan mijn grootvader moest denken, mijn échte grootvader. Ik dacht aan hoe zijn broer, dus niet hijzelf, werd ontslagen in de jaren zestig, dus niet in de jaren vijftig. Hij werkte voor een bedrijf in formulieren, niet in kammen, zoals in het boek.”

De rest heeft u erbij verzonnen? Het was juist zo leuk dat hij plaats moest maken voor de onderduikende communist Alger Hiss.

„Ook het verhaal van Alger Hiss herinner ik me zo. Maar toen ik mijn neef mailde om hiernaar te vragen wist hij van niks. Mijn tante vertelde dat Alger Hiss ineens op de postafdeling bleek te werken. Ze wist verder niks van een ontslag. Dus wat is de waarheid? Hoe kunnen we dit weten? Mijn moeder vertelt een ander verhaal dan mijn tante en mijn neef. Mijn vader en mijn grootvader zijn dood. Toen ik dit verhaal probeerde uit te zoeken, dacht ik: hier gaat mijn boek over! Over hoe verhalen in een familie ontstaan en hoe we samen een mythe scheppen zoals over mijn grootvader.”

Hoe zou u de herinnering aan uw grootvader omschrijven?

„Hij was een competente man, sterk en slim, romantisch met een hoofdletter R. Geknipt voor het leven, maar toch stort hij zichzelf telkens weer in de ellende. Hij wil naar de maan, hij houdt van vechten, hij denkt dat hij de nazi-ingenieur Wernher von Braun kan vermoorden en dat hij mijn gebroken grootmoeder kan reparen. Hij is een beetje Lord Byron en een beetje Spock. Hij laat zich leiden door zijn eigen emoties, maar met die van anderen kan hij weinig.”

Wat was de laatste keer dat u hem sprak?

„Dat was werkelijk aan zijn sterfbed. Hij zat toen onder de pijnstillers. De herinneringen, waarvan ik de helft nog nooit gehoord had, borrelden een voor een bij hem naar boven. Het waren geen donkere geheimen, maar vooral jeugdherinneringen. Zijn leven flitste hardop aan hem voorbij vlak voordat hij stierf. Dat zeg ik nu wel, maar dat was twintig jaar geleden. Dit boek is wat er van de herinneringen is overgebleven.”

En het lijkt erop dat hij, net als de meeste personages in uw boeken, voor altijd getekend is door de oorlog.

„Net als veel van zijn generatiegenoten wilde hij een betekenisvolle rol in de oorlog spelen, een bevrijder zijn. Hij was al zijn hele leven klaar om te vechten. Maar het liep uit op een deceptie. Het verlies en de gruwelijkheden en de onmacht om iets te doen bleven hem voor altijd achtervolgen. Toen hij na de oorlog mijn grootmoeder ontmoette, zag hij in haar iemand die net als hij gebroken was. Hij kon zichzelf niet helpen, maar haar wel, zo dacht hij.”

Wat zal er met de herinneringen aan de oorlog gebeuren, wanneer deze verder wegzakken?

„De Tweede Wereldoorlog blijft het ergste, bloederigste, meest verschrikkelijke en verwoestende conflict dat de wereld ooit heeft gezien. Ik ben dertien jaar na de oorlog geboren, maar heb de Koude Oorlog heel bewust meegemaakt en dat was eigenlijk de Tweede Wereldoorlog Deel Twee. Het was hetzelfde conflict met dezelfde betrokkenen in een enigszins andere opstelling. De oorlog leeft in mijn generatie onverminderd voort.”

Geldt dat ook voor de jongste generatie?

„Alles zakt uiteindelijk weg. Mijn kinderen ‘voelen’ de oorlog niet meer zoals ik dat doe of mijn ouders. Zelfs nu we meer middelen dan ooit hebben om onze geschiedenis vast te leggen. Ik wou dat we daar beter mee omgingen. Ik was net in Italië en overal word je er aan herinnerd hoe de gouden dagen van Venetië en Florence ingeleid werden door een samensmelting met andere culturen. De glorie van de Florentijnen was nooit zo groot geweest zonder de Arabische wetenschap die binnenkwam via immigranten en vluchtelingen. Als de Florentijnen toen een muur hadden opgetrokken, waren ze nooit zo machtig en welvarend geworden. En toch vergeten we dat. En soms willen we het ook vergeten.

„Trump en Poetin gaan hand in hand, ondanks de Koude Oorlog die stilletjes voortwoekert. Zij willen liever vergeten dat er een diep, filosofisch conflict was. Wat rest in hun wereld is alleen maar geld en macht.”