Wij geven u dit artikel cadeau om u een concreet voorbeeld te geven hoe de NRC-code terugkomt in onze journalistiek. Vanuit de NRC-code ontstaat journalistiek waar wij trots op zijn.

Deugmensen

NRC Code nr. 2

Als liberaal medium maken wij ons sterk voor grondrechten en burgerrechten: vrijheid van meningsuiting, van vereniging en vergadering en van godsdienst, en voor het anti-discriminatiebeginsel (Grondwet, artikel 1).

persoon

Paaipolitiek, Zwarte Piet als nationale splijtzwam, het einde van het naoorlogse humanisme, niets blijft onbesproken bij columnist en P.C. Hooftprijswinnaar Bas Heijne. ‘Uit een column moet een morele betrokkenheid spreken, die absoluut oprecht is. Er moet echt iets op het spel staan.’

Zo goed als linkse mensen het met de wereld voor hebben, kon je rechtse mensen vroeger snedig horen zeggen, zo slecht zijn ze voor hun eigen mensen. Dat was bedoeld als vrolijk liberale sneer naar kopstukken van het socialisme, die de gehele mensheid een rode dageraad wilden bezorgen en tegelijk hun ongehuwd zwangere dienstmeisje de deur uit schopten, hun vrouw met zes kinderen zonder een cent achterlieten en met Kerst hun personeel vergaten. Of, later, naar de PvdA – een partij die wereldwijde betrokkenheid met de Ander uitdroeg, terwijl men in eigen kring geen rug kon zien zonder er een mes in te willen steken.

Er zit waarheid in die grap – de mensheid als abstractie is gemakkelijker dan een mens voor je neus. Wel jammer dat je het zo gemakkelijk kunt omdraaien. Goed zorgen voor jou en de jouwen, terwijl alles wat daar buiten ligt je gevoegelijk gestolen kan worden. Goed voor je eigen mensen, slecht voor de wereld. Is dat de erfzonde van rechts? Check het even bij Henry Keizer.

Lees ook het interview dat we met Bas Heijne hadden, in aanloop naar de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs donderdag: ‘Ik hoop dat ik als beschouwer toch de blik van romancier heb behouden’

De laatste tijd is die grap ook een stuk minder grappig. Rechts van rechts leeft een populair jargon waarmee alle intenties die ook maar enigszins naar idealisme smaken als een vorm van hypocrisie en (eigen)waan worden afgeschilderd. Gutmensch, deugmens, policor, regressief links, klimaathysterie, het kan geen toeval zijn dat zulke woorden Pavloviaans worden ingezet tegen alles en iedereen die iets wil dat niet direct het eigen belang dient. Dan moet het willen deugen van die mensen zelf het belang zijn. Virtue signalling! Trap er niet in!

Een mens is van nature inconsequent, er is geen idealist die volledig naar zijn idealen leeft. Alleen een cynicus is nooit hypocriet. Maar dat volautomatisch afgeven op zogenaamde deugmensen is allang geen vorm van broodnodige kritiek meer, maar dekmantel voor de eigen leegte – omdat die ander zich toch alleen maar beter wil voelen dan jij, kun je volstaan met roepen dat hij hypocriet is.

Die recalcitrantie is ook een business-model. Praatprogramma’s zijn er dol op. Het geluid kennen we nu wel – het tegengeluid moet klinken, zelfs als het uit de mond komt van iemand die met een natte vinger priemt. Zolang die maar iets beweert wat je – heel toevallig – verdomd goed uitkomt, iets wat geen correctie of opoffering van je vraagt. Iemand die beweert dat de opwarming van de aarde niets met de mens te maken heeft, zodat je helemaal niet zuiniger hoeft te gaan rijden – kijk, dat wil je horen. Want dat valt wel op aan dat tegengeluid – dat het altijd precies is wat in je straatje past, dat het je impliciet ontslaat van de morele verplichting je in te spannen voor onbekenden, of de planeet.

Het is zo gemakkelijk een zaak te verwarren met de vertegenwoordigers van die zaak. Hoe dat werkt: ruim een week geleden had het Journaal een item van een groep „topondernemers” van Nederlandse bedrijven die een reisje vanuit Spitsbergen maakten om met eigen ogen te zien hoe snel het ijs aan de Noordkaap aan het smelten is. Ze toonden zich, warm ingepakt in mooie pakken, ernstig bezorgd – er moest echt iets gebeuren, en snel ook. Een bankier kondigde aan dat zijn bank geen geld meer zou lenen aan bedrijven die onvoldoende groen waren. Over acht jaar weliswaar, „dus we hebben nog even”.

Wat voor indruk maakten die beelden? De topondernemers spraken niet over het groeiend aantal flexwerkers, de bankier niet over de gevolgen van de sluiting van filialen, het leek alsof smeltend ijs belangrijker was. Dat hele item over het idealistische snoepreisje paste helaas precies in het sjabloon van een eensgezinde elite die wil laten zien dat ze het goed met de wereld voor heeft, over de hoofden van gewone burgers heen. Het ging om een ideaal, maar je zag vooral een klasse. En waar een klasse is, is het verleidelijk om meteen een samenzwering te zien. Dan wordt het gemakkelijk om de zaak zelf weg te honen.

Kom er maar in, Marianne Zwagerman.

Maar intussen smelt het ijs wel gewoon door. Deze week verklaarde GroenLinks-voorman Jesse Klaver, die in Den Haag onderhandelt over een deelname aan een nieuw kabinet: „We hebben het vertrouwen dat we mooie dingen voor het klimaat kunnen doen.”

Ik zou zeggen, zorg ook even voor draagvlak.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats.