Recensie

De vloek van een jungle-Narcissus

Zap

‘De Jacht op Mijn Vader’ is een intense documentaire over schrijver Karin Amatmoekrim en haar legendarische vader, taekwondomeester Eric Lie.

Karin Amatmoekrim in ‘De Jacht op Mijn Vader’ (Het Uur van de Wolf/NTR)

Toen Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 1976) besloot haar zesde boek, Tenzij de Vader te wijden aan de relatie tot haar vader (of de afwezigheid daarvan), overwoog ze dat taal misschien niet volledig recht zou doen aan zijn complexe verschijning. Dus nam ze het initiatief tot een documentaire, opgenomen terwijl ze de vader haar nog niet gepubliceerde boek voorleest.

Het resultaat, De Jacht op Mijn Vader (Het Uur van de Wolf/NTR), is heel bijzonder geworden: intens, intiem, fysiek, emotioneel, soms geestig. Met een kleine crew filmde regisseur Gülsah Dogan de sessies aan een tafel in de tuin, terwijl de wind soms de blaadjes papier meeneemt of een plotselinge onweersbui de broze verstandhouding metaforisch onder druk zet.

De vader is een legende in Suriname. Eric Lie, Indiaans-Chinees met een vleugje Creools, is een taekwondomeester, maar ook berucht jager op groot wild en alles wat een rok draagt. Toen ze een peuter was verliet haar Javaanse moeder hem en nam haar mee naar Nederland. Daar groeide ze op in relatieve armoede, met een alcoholistische stiefvader. Karin hoorde pas toen ze 11 was van het bestaan van haar echte vader, en ontmoette hem voor het eerst toen ze 22 was.

Alleen al naar de gezichten van vader en dochter kun je eindeloos kijken. Er is een grote afstand tussen beiden. De dochter noemt haar vader „u”, wat in Suriname gebruikelijk is. Maar je voelt er ook een bewuste keuze in van de dochter. Helemaal aan het einde zegt ze dat ze heel voorzichtig is met het woord liefde, want dat kan ertoe leiden dat je gekwetst wordt.

De dochter hoopt dat haar vader accepteert dat zij de waarheid over hem schrijft, dat ze respect kan afdwingen met haar moedige openhartigheid. Mocht hij er niet gelukkig mee zijn, dan heeft hij pech, want het boek is belangrijker dan persoonlijke verhoudingen.

De vader snapt niet waarom ze hem „schaamteloos” noemt. Ze vertelt over zijn activiteiten als bordeelhouder en betaalde minnaar van een oerlelijke, Hollandse vrouw. Ze vergelijkt hem met Narcissus, de jager die gestraft werd met de vloek van eigenliefde. De vader accepteert het, vindt het niet prettig, maar blijft zichzelf. Aan het slot ontdekt de dochter dat ze misschien wel meer op hem lijkt dan haar lief is, onverbeterlijk en compromisloos.

Zeker is dat de Surinamers meer van Eric houden dan van Karin. In de vele interviews naar aanleiding van de verschijning van het boek, een tijdje later, willen ze praten met de legende, een ondernemer en een held, en in veel mindere mate met die verhollandste dochter. Waar die mee bezig is, dat begrijpen ze niet helemaal.

Je ziet dat het charisma van de oude man, die door zijn dochter wordt omschreven als een kruising van Crocodile Dundee en Jackie Chan, nog onverminderd effect heeft op de aanwezigen. Hij wil ook een goede vader zijn, die met omhelzingen goedmaakt wat hij in het verleden heeft nagelaten. Van haar halfbroers en -zussen hoort Karin hetzelfde verhaal: heel erg zijn best om zijn nageslacht te leren kennen, heeft deze held nooit gedaan.

Dogan maakte eerder goede documentaires, die soms ook gingen over precaire familieverhoudingen en door migratiegeschiedenis verdiepte kloven, over nabijheid en afstand. Maar dit is misschien wel de mooiste.