Column

Als intellectuele stilstand een logische Haagse uitkomst wordt

Deze week: waarom zijn, met de lijsttrekkers, ineens alle bezorgde burgers uit beeld verdwenen? Ofwel: regeringsvorming nu verkiezingen steeds sneller vergeten worden.

Ik was een tijdje afwezig in Den Haag, en deze week, terwijl ik die politiek-bestuurlijke machinerie weer eens mocht bekijken, dacht ik telkens: je zou niet zeggen dat er laatst verkiezingen geweest zijn.

In oppositiepartijen die hadden verloren, of te weinig gewonnen, deden ze alsof er al tijden niets van belang was voorgevallen.

Ik zal niet zeggen dat ze in PvdA, SP en PVV de teleurstelling ontkenden, maar voor reflectie hadden ze duidelijk weinig belangstelling meer. De verkiezingen waren alweer best lang geleden.

Bij partijen die electoraal niets hadden gepresteerd, ik noem een GeenPeil (4.945 stemmen), deden ze alsof het überhaupt nooit 15 maart was geweest: vóór de verkiezingen een grote bek, na de verkiezingen dezelfde grote bek.

En in de Kamerfracties die intussen bij de formatie betrokken waren, alsmede op de ministeries (die allemaal bij de formatie betrokken waren), was het vergeven van de beoefenaren van de geoefende nietszeggendheid. Prachtig deden ze dat.

Maar van een afstandje was het een curieus geheel: iedereen speelde een rol, nogal opzichtig. en niemand keek er nog van op.

Dus mensen zoals ik, die denken dat ze er kijk op hebben, gingen maar zitten kletsen met andere mensen die denken dat ze er kijk op hebben. Ambtenaren, spindoctors, partijkopstukken, lobbyisten.

Wat het meest opviel: hoewel ik verwachtte dat de poging met GroenLinks niet erg ambitieus was, werd er nogal ijverig aan gewerkt.

In de binnenwereld van elke formatie heb je een paar mensen die zelden genoemd worden, maar cruciaal zijn. De zogenoemde secretarissen van de formatie. Ook in hun keuze lag een boodschap besloten.

Die secretarissen zijn hoge ambtenaren van Algemene Zaken die alle onderhandelingen bijwonen. Zij zetten afspraken op papier, en wisselen zogenoemde ‘technische vragen’ uit de onderhandelingen – ‘Wat is het effect op de staatsschuld als we twee jaar een tekort van een half procent accepteren?’ – uit met vakministeries.

Meestal heeft een formatie twee secretarissen. Dit zijn sowieso mensen om in de gaten te houden – later worden zij meestal gezichtsbepalende topambtenaren. Paul Huijts, nu als secretaris-generaal van Algemene Zaken de hoogste ambtenaar van Den Haag, was bij voorbeeld secretaris van de formaties van Balkenende I en II.

Deze keer heeft de formatie drie secretarissen. Routinier is Bart van Poelgeest, een verlegen man met een briljant brein die op Algemene Zaken al jaren Justitie en Binnenlandse Zaken doet, en daarbij plaatsvervangend secretaris-generaal is.

Dan heb je Michiel Stal, raadadviseur Sociale Zaken van Rutte. En Ben Geurts, Ruttes raadadviseur voor Duurzaamheid. Zowel Stal als Geurts begon ooit op Financiën. Met Van Poelgeest zijn zij in de formatie formeel uitgeleend aan de Kamer: bij alle onderhandelingen zijn twee van deze drie aanwezig.

Dat er geloof in een goede afloop is, blijkt ook uit het feit dat informateur Edith Schippers deze week op haar verzoek een extra vergadervertrek ter beschikking kreeg, naast de Stadhouderskamer waar de onderhandelaars nu al weken bijeenkomen. De extra kamer is bedoeld voor ondersteunende werkgroepen uit de fracties.

Zo worden de agenda’s voller, groeit het aantal betrokkenen bij de onderhandelingen en neemt de beduchtheid voor een mislukking af.

Het komt ook, liet ik me vertellen, door Klaver: hij wil op klimaat en energie scoren, maar accepteert dat hij op andere onderwerpen zijn zin niet krijgt.

De voornaamste handicap van deze formatieronde blijft dat voor het CDA amper is te rationaliseren waarom die partij met GroenLinks in zee zou gaan.

Voor de VVD zijn genoeg optische voordelen te bedenken. Het premierschap. Een coalitie met ruime meerderheden in beide Kamers. En vooruitgang ten opzichte van Rutte II, omdat CDA en D66 op de meeste terreinen dichterbij de VVD staan dan de PvdA.

Maar voor het CDA heeft regeren met GroenLinks alleen optische nadelen, zeker nu Buma in de campagne succes had met cultureel behoudende thema’s. Pieter Heerma, zijn co-onderhandelaar, bepleit in het blad van het Wetenschappelijk Instituut dat de partij zich als sociaal-conservatief profileert, haaks op het culturele optimisme dat zich in VVD, D66 en GroenLinks manifesteert.

Het moment dat Buma openlijk moet kiezen komt dichterbij. De Eerste Kamer behandelt over twee weken het aangepaste Oekraïneverdrag. In de Tweede Kamer stemde het CDA tegen; VVD, D66 en GroenLinks waren voor. De kans is groot dat in zijn senaatsfractie genoeg voorstemmers zitten om het verdrag te redden.

Een openbare testcase voor Buma’s leiderschap – en voor de houding van zijn partij tegenover de kandidaat-coalitiepartners.

Intussen is de beslotenheid van de formatie natuurlijk vooral voor media een gênante toestand. Vanuit de politiek begrijp je het nog wel: de ervaringen met openbaar onderhandelen zijn nu eenmaal niet best.

Maar het effect voor media is eigenlijk onverdedigbaar. Blijkbaar mochten die Groningers en andere bezorgde burgers in de campagne alleen op televisie en in de kranten omdat er verkiezingen aankwamen – niet omdat ze bezorgd waren.

Want nu die lijsttrekkers niet meer in beeld willen, zie je die bezorgde burgers óók nergens meer.

Democratie als instrument van stemmentrekkers, niet van stemmers. Media als hulpjes van lijsttrekkers: van politici in plaats van burgers.

En mij lijkt dat media dit, zeker tegenover linkse politici, niet meer kunnen volhouden.

Je hoorde eerder tot vervelens dat dit het jaar van de populistische machtsovername zou worden. Dit valt nogal mee: een veel groter verhaal lijkt me de onpeilbaar diepe val van traditioneel links, overal in Europa. Zie Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en ja: Nederland.

En het begint wel erg vreemd te worden dat, net als die boze burgers, ook de neergang van de SP en de PvdA sinds 15 maart als thema vrijwel uit de media is verdwenen.

De SP won haar laatste landelijke verkiezing in 2006. Roemer verloor in 2010 tien zetels; bleef in 2012 gelijk; en kromp dit jaar nog een zetel. De PvdA had dankzij Samsom in 2012 een opleving, maar verliest structureel sinds Wouter Bos in 2003 42 zetels haalde.

Dus media en die twee partijen kunnen onmogelijk blijven doen alsof er weinig aan de hand is. Ongebruikelijke stappen zijn geboden. Groot alarm. Desnoods zouden PvdA en SP samen het gesprek met de kiezer moeten openen: wat doen wij fout?

Niet langer lafjes afwachten, niet het zoveelste rapport van Wallage of Peper bestellen, maar een echt gesprek, echte belangstelling, voor echte kiezers: echte democratische gezindheid.

En ik maak me geen illusies, maar bij de PVV is zoiets natuurlijk ook hard nodig. Die doen nu fier dat ze tweede partij van het land zijn, maar vergeten dat ze in januari nog op 38 gepeilde zetels stonden, en gaan nu, uit angst voor een nieuwe opstand (en Thierry Baudet), in 2018 in zestig gemeenten meedoen.

Staat u hier even bij stil: dit betekent dat de tweede partij van het land, opgericht in 2005, haar kiezers in 340 gemeenten niet zal bedienen.

Officiële (!) reden: in die gemeenten heeft de partij niet veel kans de grootste te worden. Democratie in de PVV-definitie: als u, PVV-kiezer, in de verkeerde gemeente woont, kunt u helaas niet op ons rekenen.

Zo is twee maanden na de verkiezingen duidelijk dat democratie steeds meer een maniertje wordt om eigenbelang, in plaats van algemeen belang, na te jagen.

De winnaars mogen achter gesloten deuren een nieuwe regering vormen, en de rest, de verliezers en teleurgestelden, houden stilletjes vast aan het eigen gelijk.

Het is de intellectuele stilstand van de democratie: de intellectuele stilstand van Nederland.