Column

Voor de nikab had je al een baard en een kruis

‘Eindelijk!’ riepen mensen opgetogen op sociale media. Dat een nikabdraagster volgens de Centrale Raad voor Beroep terecht is gekort op haar bijstandsuitkering, werd daar ontvangen als het begin van een revolutie.

Ook in de kranten kreeg de vrouw, die volgens de Raad vanwege haar nikab geen kans maakte op een baan, veel aandacht; de Volkskrant noemde de uitspraak „uniek”. Zo zou je hem kunnen noemen, maar dat komt dan vooral doordat bijna niemand een nikab draagt. In de enige echt vergelijkbare zaak, met een boerkadraagster in 2007, werd inderdaad anders geoordeeld – maar dat kwam onder meer doordat de korting met 100 procent de rechter te ver ging.

Als je breder kijkt naar uitingen van religie op de werkvloer, vind je genoeg inperkingen van de vrijheid van godsdienst. Een tramconducteur die het vanwege zijn geloof essentieel vond een ketting met een groot gouden kruis te dragen werd daarom in 2009 ontslagen: het enige toegestane sieraad op het bedrijfsuniform was het GVB-jubilarisspeldje in de vorm van een tram. Het gerechtshof in Amsterdam vond dat het kruis ook best onder zijn uniform had gekund en stelde het GVB in het gelijk.

Om dichter bij de nikab te blijven: er zijn ook eerder mensen gekort op hun uitkering. In 2014 weigerde een islamitische werkzoekende een baan in de groenvoorziening, omdat hij zich daar niet ritueel kon wassen. Daarop werd hij gekort op zijn bijstandsuitkering. Volgens de raad, die de korting steunde, waren de toiletten bij de groenvoorziening prima toegerust voor een rituele wassing.

Of neem de islamitische man die in 2009 met 200 euro werd gekort op zijn bijstandsuitkering omdat hij weigerde zijn baard te kortwieken en vrouwen een hand te geven. Die baard was volgens de Dienst Werk en Inkomen een belemmering voor zijn potentiële baan als beveiliger: „Als iemand zijn baard zou vastgrijpen zou dat hem weerloos maken.” Banen bij de gemeente, parkeerbeheer en een verzorgingshuis gingen vervolgens aan zijn neus voorbij vanwege het handen weigeren. Volgens de rechtbank in Amsterdam was de man terecht gekort op zijn uitkering. De vrijheid van godsdienst „vindt zijn begrenzing op het moment dat dit leidt tot grote beperkingen in de toegang tot de arbeidsmarkt”, stelde de rechter – net als nu.

Het enige verschil tussen de nikabdraagster en de anderen is dat zij niet werd geweigerd bij een specifieke baan, omdat ze überhaupt niet werd toegelaten tot de werktraining van de gemeente – in tegenstelling tot de boerkadraagster uit 2007. Dat is een verandering, ja, maar geen revolutie.