Unilever blijft zaken doen met omstreden palmolieboer

Indonesië

In tegenstelling tot andere bedrijven stopt Unilever niet met palmolie kopen bij producent SSMS, dat regenwoud blijft kappen.

Een arbeider op een palmolieplantage in Ngabang, West Kalimantan Foto Bloomberg

Levensmiddelenfabrikant Unilever blijft in Indonesië handelen met een omstreden producent van palmolie, nadat andere grote inkopers het bedrijf hebben geschorst. Via een dochteronderneming doet Unilever zaken met Sawit Sumbermas Sarana (SSMS), een palmoliebedrijf op Kalimantan waarvan de eigenaar in het verleden in verband is gebracht met kidnapping en de illegale kap van tropisch bos, onder meer in Tanjung Puting National Park.

SSMS (185 miljoen euro omzet in 2016) bezit ruim 70.000 hectare aan palmolieplantages. Minstens een vijfde was voorheen tropisch regenwoud, berekende de Amerikaanse ngo Chain Reaction Research in 2015. Datzelfde jaar kondigde de palmboer aan opnieuw meer dan 10.000 hectare aan bos te willen kappen.

Het rapport van Chain Reaction Research, over SSMS:

Milieuorganisaties dienden daarop een klacht in bij een ronde tafel voor palmolieproducenten en ngo’s (een initiatief van Unilever, zelfs ’s werelds grootste afnemer van palmolie); de palmboer zou onjuiste informatie hebben verschaft over de aanwezigheid van stukken grond met een zogenoemde high conservation value; een beschermde status.

Pakanbaru, Indonesië: onbekenden hebben een stuk oerwoud in brand gestoken, vermoedelijk om ruimte te maken voor een palmolieplantage. Foto Bloomberg

Ook daarna ging het bedrijf door met het kappen van bos. De plantage erkent daarbij niet de duurzaamheidscode die binnen de palmolie-industrie met name door Unilever is aangejaagd. Die vereist onder andere van producenten dat voor de aanleg van plantages geen oerbos wordt gekapt of veengrond wordt ontgonnen en dat de rechten van werknemers en de lokale bevolking worden gerespecteerd. De drie grootste klanten van SSMS - waaronder Unilever-leverancier Wilmar International - stopten twee jaar geleden daarom met het kopen van palmolie bij de producent.

Gelijktijdig kreeg SSMS er een nieuwe klant bij, blijkt uit hun financiële verslagen: Unilever Oleochemical Indonesia (UOI). Dit dochterbedrijf opende in 2015 een eigen raffinaderij in Noord-Sumatra. Door zelf palmolie te verwerken wil de multinational minder afhankelijk worden van grote spelers als Wilmar. “Een belangrijke stap in de verduurzaming van onze keten”, noemde topman Paul Polman het bij de openingsceremonie. Een van de palmboeren waar UOI sindsdien direct bij inkoopt is SSMS. Hoeveel is niet duidelijk. Maar uit het laatste kwartaalverslag van SSMS blijkt dat het in maart nog omgerekend 3,9 miljoen euro van de Unilever-dochter moest ontvangen.

 
Uit satellietbeelden wordt duidelijk hoeveel regenwoud gekapt is voor palmolie, bij de plantage Sawit Abadi van SSMS, in Kalimantan

Gevraagd naar hun handel met SSMS laat een woordvoerder per mail weten dat Unilever “zeer bezorgd is” over de beschuldigingen van milieuorganisaties tegen SSMS. De multinational heeft SSMS een deadline gesteld om “een aantal zaken op te lossen”. Ze gaat niet in op de vraag waarom Unilever de handel tot die tijd voortzet.

Polman doet sinds zijn aantreden in 2008 zijn best de levensmiddelengigant duurzamer te maken. Zo beloofde hij de milieu-impact van Unilever te halveren en tegelijkertijd de omzet te verdubbelen. Maar recent onderzoek van journalistiek platform Investico laat zien dat de multinational zich regelmatig groener voordoet dan het daadwerkelijk is. Zo staat op de website van hun Indonesische dochter dat sinds 2012 alle palmolie die Unilever gebruikt van ‘duurzame bronnen’ komt. In de praktijk kwam in 2015 nog geen vijfde van Unilevers palmolie van gecertificeerde plantages.

Ook Wilmar International blijkt zijn aangescherpte duurzaamheidseisen nog lang niet altijd na te leven. Zo schreef Amnesty International in het najaar over uitbuiting en kinderarbeid op plantages van ’s werelds grootste palmoliebedrijf. Daarnaast kocht Wilmar (net als Nestlé) vorig jaar wel palmolie van een producent die in een sectorvergelijking nog slechter scoorde dan SSMS: deze palmboer op Sumatra ging in 2016 door met het ontginnen en herbeplanten van veen, ondanks een moratorium van de Indonesische president.