‘Uber moet zich aan vervoerswetten houden’

Uber is een innovatief concept maar behoort desondanks tot de vervoerssector en moet zich dus aan vervoerswetten houden, aldus een advies.

Foto Ritchie B. Tongo/EPA

Uber is niet alleen een elektronische bemiddelingsdienst, het taxiplatform behoort óók tot de vervoersbranche. Dat stelt de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie donderdag in een zaak die aangespannen was door Spaanse taxichauffeurs. Doordat Uber als een transportbedrijf wordt gezien, aldus het advies, kan het worden verplicht om te voldoen aan wetten voor de vervoerssector.

De zaak werd aangespannen door een Spaans taxibedrijf waarbij de vraag centraal staat: is Uber een techbedrijf of een taxibedrijf? De Spaanse taxibond had de overheid gevraagd Uber te weigeren, omdat het bedrijf oneerlijk zou concurreren. De zaak werd aanvankelijk aangespannen vanwege de dienst Uberpop, waarmee iedereen met een auto in kon loggen bij Uber en mensen kon ophalen en wegbrengen. Deze bestuurders beschikken niet over taxivergunningen.

Uberpop is al sinds zijn oprichting controversieel omdat de dienst chauffeurs zonder licentie toelaat, tot grote onvrede van traditionele taxichauffeurs. Die dienst is in veel landen, waaronder Nederland, verboden. In zeven landen is Uberpop nog wel actief: Estland, Polen, Tsjechië, Noorwegen, Finland en Zwitserland.

Verstrekkende gevolgen

Als de uitspraak van de advocaat-generaal wordt overgenomen door het Hof, kan het verstrekkende gevolgen voor Uber hebben. Het bedrijf wil zelf als internetdienst worden gezien, waardoor het zich niet hoeft te houden aan de regels die voor vervoersvergunninghouders gelden. Advocaat-generaal Maciej Szpunar was daar echter duidelijk over in zijn advies: Uber is een innovatief concept maar behoort desondanks tot de vervoerssector.

“Uber kan geen beroep doen op het beginsel van het vrij verrichten van diensten dat in het Unierecht wordt gewaarborgd voor de diensten van de informatiemaatschappij”.

Volgens Szpuna is Uber juridisch gezien een gemengde dienst. De dienstverlening valt uiteen in twee delen: het bij elkaar brengen van chauffeurs en passagiers en het vervoer van passagiers. Het vervoer zou van die twee de belangrijkste dienst zijn.

Uber stelt in een schriftelijke reactie dat het zichzelf ziet als een onlinedienst en niet als een taxibedrijf, en dat het de definitieve uitspraak van het Europees Hof afwacht. Volgens Uber verandert er niet veel aan de huidige situatie in de meeste landen als dit advies opgevolgd wordt.

Het wachten is nu op een uitspraak van het Europees Hof. Het advies van de advocaat-generaal is niet bindend. Vaak wordt zo’n advies wel overgenomen bij de uitspraak. De uitspraak wordt over enkele maanden verwacht.