Werkgevers geven verzet tegen langere WW-uitkering terecht op

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Het heeft even geduurd, maar de werkgeversorganisaties hebben deze week dan toch ingestemd met het laatste onderdeel van het sociaal akkoord dat in 2013 werd bereikt met vakbeweging en het kabinet. Hun jawoord betreft de mogelijkheid om de werkloosheidsuitkering voor ontslagen werknemers te verlengen van twee naar maximaal drie jaar. Een crisis in de Nederlandse overlegpolder is hiermee afgewend.

In het veelomvattende akkoord van vier jaar geleden, gesloten in een tijd dat Nederland nog volop zuchtte onder de economische crisis, stond dat de met publiek geld gefinancierde WW per 1 januari 2016 stapsgewijs zou worden teruggebracht. Hierdoor zou vanaf 2019 de door de overheid gefinancierde werkloosheidsuitkering nog maximaal twee jaar bedragen. Maar mochten de organisaties van werkgevers en werknemers onderling in CAO-overleg willen afspreken de WW ‘voor eigen rekening’ te verlengen naar drie jaar dan zou de overheid dat niet beletten.

Over dit punt ontstond bij de achterban van de werkgevers begrijpelijke ongerustheid. Bedrijven eisten de garantie dat de met de verlenging verbonden extra premielast niet voor hun rekening zou komen. Ook wilden zij niet opgezadeld worden met extra administratieve lasten. De duidelijkheid is er nu blijkbaar, waardoor zij alsnog akkoord zijn gegaan met de WW-afspraak. De gang van zaken roept de vraag op of de centrale ondernemersorganisaties in de opmaat naar het akkoord hun leden niet beter hadden kunnen consulteren.

Het sociaal akkoord was in 2013 een besluit met een beladen historie. Beheer en zeggenschap van de sociale zekerheid weerspiegelen nu eenmaal de identiteit van de Nederlandse naoorlogse verzorgingsstaat. Er zitten elementen in van de in christen-democratische kring gekoesterde soevereiniteit in eigen kring en de door socialisten omarmde staatsbemoeienis. Zodoende was er sprake van gespreide verantwoordelijkheden, neergelegd bij zowel sociale partners als de overheid.

Maar dit was tevens een constructie waarbij verantwoordelijkheden gemakkelijk konden zoekraken. Met als gevolg een oneigenlijke aanwending van de sociale zekerheidsgelden. In een parlementaire enquête zijn hierover in de jaren negentig van de vorige eeuw onthutsende constateringen gedaan. De fouten van toen mogen niet worden herhaald.

Belangrijke afspraken uit het sociaal akkoord zijn de afgelopen jaren al wel ingevoerd. De kerngedachte toen was werklozen zo snel mogelijk weer aan werk te helpen. Die opdracht staat nog steeds.