Interview

‘Dit is geen handleiding voor het maken van liedjes’

Mylou Frencken, zelf uitmuntend kleinkunstenaar, schreef een boek over liedjes schrijven. „Een lied kan je op een prettige manier aan het huilen maken.”

Mylou Frencken. Foto Bonnita Postma

„Nee, dit is geen handleiding voor het maken van liedjes. Dit is geen boek waarin staat hoe het moet. Ik heb ruim 25 kleinkunstenaars gevraagd hoe ze hun liedjes maken – de technische kant en de emoties erachter. Vorig jaar, op vakantie, dacht ik opeens: hé, ik word 50. Dan zit ik 25 jaar in het vak. En dan zou ik eigenlijk wel iets voor dat vak willen doen. Het kleinkunstlied op een positieve manier in het licht zetten. Want er komt veel te weinig publiek naar voorstellingen waarin vooral liedjes worden gezongen. Radio en televisie doen net alsof het niet bestaat. Terwijl we best trots zouden mogen zijn op de vele liedjes die in dit land worden gemaakt.”

Mylou Frencken schreef de vuistdikke bundel Leven in het lied, die vrijdagavond ten doop wordt gehouden met een gelijknamige voorstelling in de Kleine Komedie in Amsterdam, met grootheden als Brigitte Kaandorp en Hans Dorrestijn. In het boek ondervraagt ze haar vakgenoten, in leeftijd uiteenlopend van Paul van Vliet (81) tot het duo Yentl en De Boer (dertigers), over het hoe en waarom van hun liedjes en vooral over het lied dat hun het dierbaarst is. Zelf kiest Frencken uit eigen werk de tere ballade Wegwaaien – een terugblik op geluk, dat plotseling verdwenen was: „En niemand die wist dat het wegwaaien zou.”

Combinatie van inhoud en vorm

Het was lastig kiezen, beaamt Mylou Frencken uit al die collega’s wier werk ze waardeert. Ze staan er dan ook niet allemaal in: „Dat is mijn enige frustratie.” Zelfs de beperking dat het alleen over theaterliedjes moest gaan, leverde nog geen strakke begrenzing op. Er zijn, constateert ze, ook liedjes van Huub van der Lubbe, Stef Bos, Daniël Lohues en Tineke Schouten die het in het theater „heel goed” doen. Maar niet iedereen paste in het boek.

„Een goed lied bevat niet alleen poëzie – noem dat voor mijn part het literaire element – maar kan die inhoud, vooral door een mooie melodie, rechtstreeks naar je hart brengen. Die combinatie van inhoud en schoonheid in vorm maakt het kleinkunstlied uniek.”

Wie in dit gezelschap van gesprekspartners node wordt gemist, is Maarten van Roozendaal, de zanger van het hartverscheurende repertoire. Vier jaar geleden overleed hij. „Maar godzijdank wordt hij door de helft van de geïnterviewden genoemd als de grote inspirator van deze generatie. Hij heeft zo veel mensen beïnvloed, dat hij daardoor gelukkig toch in het boek staat.”

Genres als Nederlandstalige rap en pop vielen opzettelijk buiten haar selectie: „Rap is voor mij niet emotioneel genoeg. En ook qua muziek kan ik die nummers niet erg interessant vinden. Ik hou nu eenmaal van mooie melodieën en harmonieën. Met pop ligt het iets anders. Feitelijk staat het kleinkunstlied al half in de popmuziek. Je ziet die twee genres steeds meer naar elkaar toe groeien. Kiki Schippers, die laatst volkomen terecht de Annie M.G. Schmidtprijs won met het actuele Er spoelen mensen aan, is haar nummers al aan het ‘verpoppen’. En dat is ook wel een goeie ontwikkeling; aan veel kleinkunstliedjes kleeft, muzikaal gesproken, toch nog iets oubolligs. Daar moeten we langzamerhand van af.”

Ze verwijst naar een uitspraak van haar collega Dorine Wiersma: „Ik denk dat een theaterlied meer een verhaal vertelt, een verhaal dat een gevoel oproept, terwijl popliedjes eerder een sfeer oproepen.”

Zelf gaat Mylou Frencken dit najaar op tournee met een voorstelling over het kleinkunstlied, gebaseerd op haar boek, waarin ook elke avond een andere gast optreedt.

„Al op school vond ik het ontzettend leuk om te zingen. En door Verdomme Kees van Frans Halsema kwam ik tot de ontdekking dat een lied je op een prettige manier aan het huilen kan maken. Bovendien hadden we een muziekjuf die zelf liedjes maakte. Hé, dacht ik, je kunt zo’n lied dus ook zélf maken.”

Mylou Frencken: Leven in het lied. (Uitg. Luitingh-Sijthoff, €24,99). Publieke boekpresentatie met o.a. Brigitte Kaandorp en Hans Dorrestijn. Kleine Komedie, Amsterdam, 12/5.