Lieve Clarice,

Deze week richten auteurs zich tot hun 13-jarige zelf. „Die koppigheid zul je je hele leven houden”, schrijft Clarice Gargard in deel 4.

Je vindt het vaak moeilijk om in de spiegel te kijken. Dikke brillenglazen, een glanzend en hoog voorhoofd en dik ‘onhandelbaar’ haar. Maar weet dat over een jaar of vijf de modellen Iman en Tyra dat hoge voorhoofd populair maken. En over tien jaar zul je dol zijn op je locks. Al zal het wel een hele kunst zijn om de gretige vingers van anderen – die er graag in frunniken – elegant te ontwijken. Succes daarmee.

Ondanks je onzekerheden doe je geen concessies aan wie je bent. Ik weet nog goed hoe je in de brugklas met My Fair Lady tweede werd bij een playbackshow. ‘The Rain in Spain’ was je favoriete nummer van de Amerikaanse musical, thuis had je dat al duizenden keren nagespeeld. De andere brugpiepers deden popartiesten na, maar jij waande je, in de galajurk die je zus voor je had gemaakt, liever Audrey Hepburn. Je spillebeentjes verdwenen onder de lagen van de gele hoepelrok. Je begreep niet zo goed waarom je optreden op de lachspieren van je leeftijdgenoten werkte.

Binnen je vriendengroep ben jij het altijd die met een nieuwe kameraad komt aanzetten. Die moet dan van jou meteen in de groep worden opgenomen. Misschien ben je een beetje te veel een allemansvriend, maar dat geeft niks, het maken van vijanden komt later wel, als links gutmensch.

De behoefte om je over anderen te ontfermen komt wellicht voort uit je eigen gevoel van ontheemding. Dochter van gescheiden Liberiaanse ouders met een Amerikaanse familie en opgevoed in Nederland. Je weet dat een thuis niet voor iedereen vanzelfsprekend is en dat het niet voor iedereen vanzelfsprekend is om maar één thuis te hebben.

Je hele leven zul je last houden van je koppigheid, je zuigt je vast aan je eigen gelijk als een teek aan een vers stukje huid. Ik denk aan die keer toen je na talloze waarschuwingen van je zus om niet met kauwgom naar bed te gaan, dat toch deed – je zou heus geen kauwgom in je haar krijgen. Met behulp van pindakaas en een schaartje probeerde je de volgende ochtend ‘ongemerkt’ de kauwgom te verwijderen. Daarna liep je nonchalant rond met een gat in het midden van je afro.

Die koppigheid blijft dus. Maar je onbevangenheid en je grote hart dreig je op een dag te verliezen. De afwezigheid van je ouders, het vechten om te kunnen zijn wie je bent en een samenleving waarin het moeilijk is om samen te leven zijn daar debet aan.

Nu kan ik je in deze brief moed inspreken, of de maat nemen, maar liever herinner ik je eraan om op je bijna dertigste niet te vergeten wie je was, op je dertiende.