Column

In Oostenrijk begon de victorie helemaal niet

In de rij met dominosteentjes die uiteindelijk niet omvielen in de richting van het verkeerde populisme, dixit Mark Rutte, bleef Oostenrijk als eerste staan. Na de Brexit en de verkiezing van Donald Trump mocht dat als eerste Europese land naar de stembus voor presidentsverkiezingen. De uitgesproken linkse Alexander Van der Bellen won eind vorig jaar van de uitgesproken rechtse Norbert Hofer. Met een verschil van nog geen 8 procent niet echt een verpletterende zege. Toch ging er een zucht van verlichting door West-Europa.

De winst van Van der Bellen werd gezien als het bewijs dat de strijd tegen het rechts-populisme niet verloren was. Van der Bellen won, hoewel hij zijn solidariteitsdenken en pro-Europese houding niet onder stoelen of banken stak. Met verkiezingsjaar 2017 voor de boeg werd het gezien als een hoopgevend signaal.

De vraag is hoe terecht dat is. Om daar antwoord op te krijgen is het goed om terug te gaan naar het eerste dominosteentje dat overeind bleef staan. Spoiler: de winst van Van der Bellen heeft niks veranderd aan het politieke klimaat in Oostenrijk.

Eind dit jaar of begin volgend jaar, daar wordt nog over gesteggeld, mogen de Oostenrijkers weer naar de stembus. Het land is volgend jaar voorzitter van de Europese Unie, en er gaan stemmen op om daarom de parlementsverkiezingen te vervroegen.

De FPÖ van Hofer weet nog altijd het politieke discours te bepalen, vertelt Nina Horaczek aan de telefoon. Ze is politiek redacteur bij het wekelijkse nieuwsblad Falter in Wenen.

Dat de winst van Van der Bellen niks heeft veranderd komt volgens haar in de eerste plaats doordat de president in Oostenrijk een symbolische rol bekleedt. Hij bemoeit zich niet met de dagelijkse politiek. Maar er speelt nog iets. Horaczek beschrijft de situatie zoals we die in Nederland ook hebben gezien. In plaats van met een eigen programma te komen, schuiven centrum-linkse partijen op naar rechts om kiezers weg te lokken bij de grote, boze rechts- populist – door er langzaam maar zeker zelf in een te veranderen. Ook nu laten ze zich verleiden om mee te gaan in de discussie over de opvang van vluchtelingen, in plaats van zich te richten op de zorgen die volgens Horaczek meer leven bij de bevolking. Zoals werkgelegenheid en de woningmarkt die steeds duurder wordt.

Dat de president bewees dat een kandidaat met een eigen, linkse agenda kan winnen, blijkt wat dat betreft niks uit te maken.

Na de verkiezing kreeg Horaczek meermaals de vraag van collega-journalisten uit andere landen hoe het Oostenrijk was gelukt om het rechts-populisme te verslaan. Volgens haar is het een kwestie van geluk. Preciezer gezegd: het geluk voor Van der Bellen dat hij Hofer als tegenkandidaat had. Een deel van de kiezers die het vakje voor zijn naam aankruiste, was niet per se dolenthousiast over zijn linkse koers, maar voelde zich genoodzaakt om op hem te stemmen omdat ze vreesden dat het alternatief erger zou zijn. Hetzelfde gebeurde vorige week in Frankrijk; ruim 40 procent koos voor Emmanuel Macron om te voorkomen dat Marine Le Pen president zou worden. En ook in Nederland probeerde de VVD er nadrukkelijk een tweestrijd van te maken tussen Rutte en Wilders.

Horaczek sluit niet uit dat de Vrijheidspartij van Hofer flink wat zetels pakt in de komende parlementsverkiezingen. Als Oostenrijk ergens het bewijs van is, dan is het wel dat het verlies van een rechts-populistische kandidaat niet het verlies van het rechts-populisme betekent. Het links-populisme weet het namelijk goed in stand te houden.