Cultuur

Interview

Interview

Zangeres Jesca Hoop: „Romantiek is een tijdelijke bescherming.”

Foto Andreas Terlaak

‘Ik hou ervan om excentriek te zijn’

Jesca Hoop

Op het nieuwe album van zangeres Jesca Hoop klinken de zangpatronen hemelbestormend.

De Californische zangeres Jesca Hoop houdt zo van zingen dat ze er nauwelijks instrumenten bij nodig heeft. Bij studio-opnamen zingt ze zelf de eerste stem, de tweede stem, koorzang, de oohs, aahs en doo-wops. De in verschillende lagen opgenomen partijen groeien uit tot een uitbundige ode aan de menselijke expressie, die zich nu eens helder klaterend, dan weer stemmig sonoor, in grillige patronen uitstrekt. Hoop is verwant aan collega’s Joanna Newsom en Tune-Yards – juist omdat ze zich door haar virtuoze talent aan genres onttrekt.

Op haar pas verschenen, vierde album Memories Are Now hoor je een moderne versie van americana: met banjo en slide guitar, en met eigentijdse wendbaarheid. In het prachtige ‘The Lost Sky’ krijgt haar statige zangstem komisch tegenwicht van simpele, ‘droog’ klinkende basnoten. Titelnummer ‘Memories Are Now’ is een duet van Hoop met Hoop, sober in instrumentatie, maar hemelbestormend door het vlechtwerk van vocalen.

Hoop (1975, Santa Rosa, Amerika), een tengere vrouw met koordjes in het bruine haar noemt zichzelf „excentriek”. Aan tafel in een Amsterdams café vertelt Hoop – in haar stamboom zit een Nederlander – dat ze zich om die reden thuis voelt in Manchester, Engeland, waar ze woont met echtgenoot Tom Piper (manager van de Britse rockband Elbow). „Engelsen houden van buitenissigheid, het juist níét jezelf zijn”, zegt Hoop. „In Amerika staan muzikanten op het podium in een spijkerbroek en geblokt overhemd. Je mag niet opvallen. In Engeland wel.”

Hoop heeft getatoeëerde stippellijnen rond haar polsen, ze draagt een ingenieus, ‘bondage’-achtig vestje. Bij haar optredens wisselt haar kleding van geometrisch gevouwen jurken tot Indiase gewaden, mét hoge hakken.

Dat haar muziek met americana wordt geassocieerd, stoort haar. „Ik heb me de laatste jaren juist verdiept in Europese volksmuziek. Ik heb weinig affiniteit met de typisch Amerikaanse stijl van bijvoorbeeld The Carter Family.” Als bronnen noemt ze de oude Keltische muziek, en het ook door Kate Bush bewonderde vrouwenkoor Mystère des Voix Bulgares.

Hoops zangpatronen fluctueren als wiskundige figuren, uitdijend en weer krimpend. Hoe houdt ze overzicht op al die onderdelen? „Mijn nummers lijken op een mathematische opstelling, voor anderen. Voor mezelf is dat geen vraag. Bij het spelen op instrumenten heb ik assistentie nodig, maar bij de zangpartijen weet ik wat ik wil, en hoe ik het moet uitdenken.”

Dat vermogen is het gevolg van een levenslange training in muziek, zegt ze. „Ik zong altijd, met iedereen. Eerst kerkelijke liederen met mijn ouders, toen nummers van Talking Heads en Joni Mitchell met mijn middelbareschoolvriendinnen, en daarna van alles in mijn eentje, bij alles wat ik deed.”

Hoop werd geboren in een Mormoonse familie, maar nam rond haar zestiende afstand van het geloof, zoals ze bezingt in haar nieuwe liedje ‘The Coming’: ‘Cause there’s only enough room at his table/ For the souls that are saved/ But I don’t buy it/I refuse to think that my best friend’s going to Hell’.

Nanny bij Tom Waits

Tot een carrière als zangeres besloot Hoop pas rond haar dertigste. „Tot die tijd was ik natuurgids, en maakte maandenlange overlevingstochten door ruige streken. Ik woonde in een tent of onder een boom”, zegt ze. Daarna werkte ze op een boerderij, en bouwde een huis. „Ik begon steeds aan iets nieuws, maar niets leek te kloppen met het beeld dat ik er tevoren van had. Mijn verwachting was altijd mooier dan de werkelijkheid”, zegt Hoop. „Waarschijnlijk ben ik te romantisch.”

De ommekeer kwam bij haar volgende baan: Hoop werd nanny van de kinderen van Tom Waits en zijn vrouw Kathleen. Het echtpaar moedigde haar aan om serieus met zingen verder te gaan, en regelde contacten met een platenmaatschappij.

Hoop nam haar debuutalbum Kismet op in 2007, met onder meer Stewart Copeland (drummer van The Police), dat enthousiast werd ontvangen. Hoop raakte geliefd bij collega’s die haar bijzondere stem graag in hun muziek verwerkten, zoals Guy Garvey (Elbow) en Sam Beam, alias Iron & Wine.

Hoops muziek lijkt lieflijk, maar ze houdt van tegenstellingen. Dat blijkt uit het nummer ‘Cut Connection’: als een rotsblok van grote hoogte valt een rafelige gitaarpartij het frêle onderonsje binnen – op een manier die haar vroegere werkgever Tom Waits niet had misstaan. Ze lacht. „Muziek voor onder de gordel, noem ik dat. Ruw, zwaar. Daar houd ik van, het doet me denken aan aardse onderstromen, als tegenwicht tegen de verfijnde stijl.”

Behalve verfijnd, klinkt haar muziek ook romantisch, door de stormkracht aan emotie die in elke zanglijn wordt vertolkt. Hoop kijkt filosofisch. „Romantiek is een wolk die boven je hoofd hangt en dan weer verder drijft, zodat je in de brandende zon zit. Romantiek is een tijdelijke bescherming. In die zin mag mijn muziek romantisch zijn.” Ze benadrukt dat het leven van een zangeres niet altijd even romantisch is, maar wuift de nadelen („tegenvallende akoestiek”; „de business”) dan weg. „Ik heb voldoende ambachten uitgeprobeerd. Ondanks de moeilijke momenten geeft deze professie me de meeste voldoening. Ik doe nu eenmaal niets liever dan zingen, of het nu is op een ruig bergpad, of op een podium.”

Jesca Hoop: Memories Are Now. Live: 13 mei Bitterzoet, Amsterdam.