Geen directeur, maar ook geen vuilnisvrouw

Emancipatie

Volgens Peter Lloyd zijn vrouwen aan de top, maar óók aan de onderkant van de arbeidsmarkt in de minderheid. Bestaat die ‘glazen kelder’ wel?

Illustratie Jenna Arts

Feministen pleiten voor meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven, om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten. Maar je hoort nooit dat er óók quota zouden moeten komen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, „zodat er net zo veel vrouwen als mannen bij de vuilnisophaaldienst of de rioolreiniging werken”.

Daarover beklaagde de Britse journalist Peter Lloyd zich anderhalve week geleden in een interview met dagblad Trouw. Hij noemt dit fenomeen de ‘glazen kelder’: vrouwen breken aan de top niet door het glazen plafond, maar zouden aan de onderkant ook niet in de ‘glazen kelder’ belanden.

Na een tijdje bij een vrouwenmagazine te hebben gewerkt, besefte Lloyd: over vrouwen mag niks negatiefs gezegd worden, maar zeuren over de man is overal toegestaan. Oneerlijk, vond hij, waarop hij zijn ongenoegen besloot op te schrijven in het boek Stand by Your Manhood. Daarin beschrijft hij alle aspecten in de samenleving die de moderne westerse man een achtergestelde positie geven.

Zo ook de huidige arbeidsmarkt. Want mannen mogen dan wel de meeste topfuncties bekleden, zij zouden óók de „serieuze, gevaarlijke en levensbedreigende” baantjes voor hun rekening nemen. Lageropgeleide mannen, schrijft hij in zijn boek, kunnen slechts kiezen voor een baan in de supermarkt, of voor een aanstelling in het leger – met de mogelijkheid te sterven aan het front. Ondertussen kiezen vrouwen voor de „comfortabele” banen. Wat deze begrippen precies inhouden, wordt niet helemaal duidelijk in het boek, maar dat het voor een scheve verhouding tussen mannen en vrouwen zorgt, staat voor Lloyd vast.

Nu doelt Lloyd grotendeels op de Britse arbeidsmarkt. Maar ook hier is de vraag interessant: bestaat zo’n ‘glazen kelder’ in Nederland?

Het is maar wat je zwaar noemt

„Het is natuurlijk de vraag op welke banen Lloyd precies doelt, maar als we kijken naar het laagste beroepsniveau dan werken daarin nog altijd meer vrouwen dan mannen”, zegt Ans Merens van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Merens is een van de auteurs van de Emancipatiemonitor, waarin de positie van vrouwen op de Nederlandse arbeidsmarkt wordt bijgehouden. Tot het laagste beroepsniveau behoort ongeschoold en laaggeschoold werk, maar ook beroepen met routinematige taken, legt ze uit.

Mannen en vrouwen beoefenen hierbinnen wel andersoortige beroepen. Zo werken er bij de vuilnisophaaldiensten inderdaad meer mannen (75 procent), maar tegelijkertijd is 76 procent van de schoonmakers juist weer vrouw. „Het is dus maar net wat je zwaar noemt”, aldus Merens. Andere voorbeelden van typische vrouwenberoepen op het laagste niveau zijn volgens haar keukenhulp en bollenpeller. Mannen werken op dit niveau vaker als glazenwasser, vakkenvuller, of lader en losser.

„De verdeling tussen mannen- en vrouwenberoepen verandert maar weinig met de jaren”, zegt Merens. „Wel is de arbeidsdeelname van vrouwen in haar totaliteit groter geworden. En doordat het opleidingsniveau van vrouwen is gestegen, werken er meer vrouwen in hogere beroepsniveaus dan twintig jaar geleden.” Of de typische mannenberoepen aan de onderkant van de arbeidsmarkt zwaarder en vervelender zijn, vindt Merens een subjectieve vraag. Het is wel zo dat werknemers in bepaalde mannenberoepen, zoals bouwvakker, meer kans hebben op bedrijfsongevallen. Maar werknemers in de gezondheidszorg (94 procent vrouw) hebben zowel fysiek als emotioneel zwaar werk. Merens: „Dat is lastig tegen elkaar af te wegen.”

Ook Rob Witjes, die bij uitkeringsinstantie UWV de arbeidsmarktontwikkelingen volgt, vond geen bewijs dat mannen ongelukkiger zouden zijn dan vrouwen op de arbeidsmarkt. De arbeidsdeelname van vrouwen, vooral van het laagopgeleide deel, is nog altijd kleiner dan die van mannen. Ook is het werkloosheidspercentage onder vrouwen hoger, en hebben zij vaker een flexcontract.

Daarnaast ziet Witjes dat het gros van de ‘kansberoepen’ (beroepen met relatief veel moeilijk te vervullen vacatures) traditionele mannenberoepen zijn. Loodgieters, metselaars, hoveniers en vrachtwagenchauffeurs zitten bijvoorbeeld veilig de komende jaren, net als werknemers in de ICT. In slechts twee van de vijftien meest kansrijke beroepen (arts en verpleegkundige) zijn meer vrouwen dan mannen werkzaam.

In de beroepen die vooral door vrouwen worden uitgeoefend (administratief medewerker, receptionist, telefonist) zit daarnaast de meeste krimp. Digitalisering raakt de traditionele mannenberoepen minder, zegt Witjes. Hoewel robotisering de meer fysieke mannenberoepen weer raakt.

Blijven plakken aan de onderkant

„Dit is een heel oude boodschap vermomd in een nieuwe verpakking”, zegt Renée Römkens, directeur van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Mannen zijn de helden op het slagveld en beschermen de vrouwen: „Een gotspe om dat in 2017 nog te denken.” Het is volgens Römkens wel een interessant fenomeen dat er veel aandacht is voor Lloyds verhaal, terwijl de onderbouwing aan alle kanten rammelt. Dat komt volgens haar vooral door de manier waarop Lloyd het vertelt: „Dit is een typisch voorbeeld van hoe een tot de verbeelding sprekende boodschap veel aandacht genereert.”

Ook Merens van het SCP vindt de glazen kelder „geen overtuigend concept”. Het doet haar denken aan het ‘wij mannen zijn zielig, want vrouwen pakken de macht’-verhaal. „Sommige mannen voelen zich bij elke verbetering van de positie van de vrouw benadeeld. Maar kijk je naar de cijfers, dan zie je dat het hogere opleidingsniveau van vrouwen zich (nog) niet vertaalt in meer machtsfuncties.” In de hoogste top van het Nederlandse bedrijfsleven is slechts 11 procent van de leden van de raad van bestuur een vrouw.

Bovendien geldt: meer vrouwen aan de top betekent niet per definitie minder vrouwen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het concept van de sticky floor, dat een aantal jaar geleden opkwam, is een beter etiket voor de onderkant van onze arbeidsmarkt, vindt Merens: „Vrouwelijke werknemers op het laagste niveau blijven daar vaak hangen. Maar dat geldt ook voor mannen.”