Cultuur

Interview

Interview

Wetenschapshistoricus Ilja Nieuwland, voor het door Carnegie gefinancierde Vredespaleis in Den Haag: „De diplodocus was glamour.”

Foto Merlijn Doomernik

Dinosaurussen uitdelen als diplomatie

Wetenschapshistoricus Ilja Nieuwland

Grootindustrieel Carnegie paaide Europa door kopieën cadeau te doen van zijn diplodocus. Zo werd de dino hier een cultureel symbool.

De diplodocus. Wie op vakantie wel eens een natuurhistorisch museum heeft bezocht, heeft hem gezien. Een kolossale langnekdino van 28 meter lang, groter dan alle museumstukken om hem heen. Er staat zo’n diplodocus in Parijs, Berlijn, Londen, Madrid, Wenen, Bologna en Sint Petersburg.

Wat niet meteen opvalt: al die skeletten zijn hetzelfde. Het zijn stuk voor stuk kopieën van een Amerikaans skelet.

Deze ene diplodocus groeide honderd jaar geleden uit tot hét symbool van de dinosaurus in Europa. Dat is te danken aan één man: de Schots-Amerikaanse staalmagnaat en filantroop Andrew Carnegie, bekend van het Vredespaleis in Den Haag.

De bekendste diplodocussoort is naar hem vernoemd: Diplodocus carnegii. Carnegie bezat het originele skelet. En het was Carnegie die de afgietsels begin twintigste eeuw aan Europese machthebbers schonk, om internationale samenwerking te bevorderen. Carnegie’s ‘diplodocusdiplomatie’ was een vroege voorloper van de pandadiplomatie die China bedrijft. „Deze oerbeesten waren voor Europeanen de eerste kennismaking met een dinosaurus”, zegt wetenschapshistoricus Ilja Nieuwland.

Donderdag promoveerde Nieuwland bij de Rijksuniversiteit Groningen op zijn cultuurgeschiedenis van de gipsen skeletten. The Colossal Stranger is de titel van zijn proefschrift. Ilja Nieuwland lepelt met plezier diplodocusweetjes op. Op zijn kantoor in het Huygens Instituut in Amsterdam heeft hij zich in kleermakerszit op zijn bureaustoel gevouwen.

DiPLOdocus of DiploDOcus?

„Ik zeg meestal DiPLOdocus omdat Amerikanen dat ook doen en ik met name daar actief ben. Maar Britten zeggen vaak DiploDOcus.”

Hoe komt een historicus erbij om een dinoskelet te onderzoeken?

„Als kind had ik al een fascinatie voor dinosauriërs. Ik wilde altijd paleontoloog worden, maar dan had ik aan de Vrije Universiteit moeten gaan studeren. Ik was een jongen uit Boazum, een Fries. Amsterdam lag wel érg ver weg.” Nieuwland studeerde geschiedenis in Groningen. „Eind jaren 90 hoorde ik over de diplodocusskeletten van Carnegie. En hoe meer ik erover las, hoe meer ik erachter kwam dat het skelet ook een artistieke en politieke lading heeft.”

Hoe kwamen de gipsen afgietsels in Europese musea terecht?

„Het oorspronkelijke fossiel is in 1899 in Wyoming opgegraven tijdens een expeditie die gefinancierd werd door Carnegie. De Britse koning Edward VII hoorde dat en wilde ook wel zo’n skelet. De expeditieleider overtuigde Carnegie ervan dat het eenvoudiger was om gipsen afgietsels te maken.

„In 1905 werden de gipsen beenderen met een soort IKEA-bouwtekening en een paar werklui naar Londen gestuurd. De kopie stond er uiteindelijk eerder dan het origineel.”

Carnegie was kunstliefhebber en een filantroop. Waarom was hij dan zo bezig met een diplodocus?

„Carnegie interesseerde zich niet voor de diplodocus als wetenschappelijk object. Maar de diplodocus was glamour. De society-bladen stonden er vol mee als er een diplodocus kwam. Carnegie had zijn rijkdom zelf vergaard, hij was ‘nieuw geld’. Dat gaat toch vaak gepaard met een soort minderwaardigheidscomplex. Door zo’n imposant fossiel cadeau te doen, leek hij zelf ook machtiger.

„Daarnaast had Carnegie een politiek doel. Hij maakte deel uit van de arbitrage-beweging aan het begin van de twintigste eeuw die als doel had om oorlog te voorkomen door staatslieden te laten samenwerken. De diplodocus was het instrument dat Carnegie gebruikte om in het gevlei te komen bij koningen, keizers en presidenten.

„Twee zaken hield Carnegie daarom in het oog: hoe machtig was een land? En hoe vredelievend stelden ze zich op? Toen Brazilië oorlogstaal begon uit te slaan, ging de diplodocus aan hen voorbij.”

Heeft de diplodocus oorlogen voorkomen?

Nieuwland denkt even na. „Nee.”

Was de diplo-diplomatie van Carnegie te vergelijken met de pandadiplomatie van China?

„Die vergelijking mag je wel trekken. Carnegie verbond voorwaarden aan zijn gift. Het skelet mocht bijvoorbeeld alleen in een hoofdstad tentoongesteld worden – dat lukte niet altijd. En in de publiciteit moest benadrukt worden dat het staatshoofd Carnegie om een diplodocus had gevraagd, ook al was dat niet het geval. Museumdirecteuren zaten niet altijd op zo’n skelet te wachten. Soms hadden ze er geen ruimte voor.”

„De tweede overeenkomst is dat vooral de acquisitie een politieke lading heeft. Zodra de beesten er zijn, worden ze toegeëigend door de bevolking. De diplodocus werd zo al snel een vehikel voor nationale ideeën. Franse commentatoren vergeleken Duitsland bijvoorbeeld met een diplodocus. De diplodocus werd gezien als een beest dat groter was geworden dan goed voor hem was. Net als Duitsland.”

Het Natural History Museum in Londen heeft ‘Dippy’ uit de centrale hal verwijderd. Wat dacht je toen je dat hoorde?

„De directeur gebruikte als argumenten dat het skelet een fake is en just a copy. Dat is opportunistisch. Ik snap dat je als museum moet vernieuwen, maar de manier waarop het museum de cultuurhistorische waarde ontkent, steekt me wel.

„Overigens heb ik van mensen binnen het museum een ander verhaal gehoord: de ruimte die Dippy inneemt, zou te kostbaar zijn. Onder de walvis die straks aan het plafond hangt, kan het museum straks recepties met betalende gasten houden.”

Waar staat de mooiste diplodocus?

„De Russische en Italiaanse heb ik niet gezien. Van de overige is die in Parijs mijn favoriet. De staat al sinds 1908 min of meer onveranderd opgesteld, met een gekrulde staart. Dat kan niet anders, anders zou die staart in de rest van de collectie prikken.”

Naturalis heeft nu ook een topdinosaurus, Trix de T. rex.

Tell me about it. Ik woon in Leiden, Trix was overal. Voor Naturalis zal Trix ongetwijfeld een publiekstrekker zijn. Aan de andere kant zie ik paleontologen te makkelijk meegaan met ‘grote brul’-paleontologie, zonder voldoende duidelijk te maken wat het wetenschappelijke belang is.

„Wereldwijd staan er enkele tientallen skeletten van tyrannosauriërs opgesteld. Je kan ook zeggen: dat is genoeg. Als je een Mosasaurus uit Limburg had opgehangen, had je een dier gehad dat net zo groot en afschrikwekkend is als Trix én Nederlands.”

De diplodocus was ook een vreemdeling. Wordt Trix niet Nederlands?

„Die toe-eigening vindt inderdaad plaats. Over honderd jaar hebben we hier een heel ander gesprek over.”