Recensie

Nieuwe Maigret-reeks is vooral een feest voor het oog

Zap

NPO 1 zendt de nieuwe tv-films over de beroemde inspecteur Jules Maigret uit. Komiek Rowan Atkinson speelt de titelrol.

Rowan Atkinson als Maigret (‘Maigret Sets A Trap’)

Zwart Beertje 118, Maigret en de Maniak van Montmartre, was de vertaling van Maigret tend un piège (1955). Van de 75 romans en 28 korte verhalen van Georges Simenon over de Parijse hoofdinspecteur Jules Maigret is dit een van de meest verfilmde. Vooral de gelijknamige Franse film met Jean Gabin (1957) werd een klassieker.

In de nieuwste reeks Britse tv-films speelt komiek Rowan Atkinson (nu 62) verrassend de titelrol. Maigret Sets A Trap wijkt behoorlijk af van het beeld dat wij in film en op tv van de speurder hebben ontwikkeld. Het was vaak een wat driftige, maar vaderlijke figuur, ook al was het dochtertje van meneer en mevrouw Maigret al heel lang geleden gestorven. Denk aan Gabin, maar ook aan Michael Gambon, Bruno Cremer of op de Nederlandse tv Jan Teulings. Omdat de kijker de neiging zal hebben om bij Atkinson in eerste instantie aan Mr. Bean te denken, moest zijn Maigret geserreerd zijn, optimaal gebruikmakend van zijn stoïcijnse gezicht. Van de andere Maigrets die ik ken was alleen Kees Brusse eerder zo ingetogen.

In de detectives die KRO-NCRV vooral in de zomer pleegt uit te zenden, draait het doorgaans om de vraag wie de dader is, en ook wel om de psychologie van de personages. Maigret Sets A Trap (scenario: Stewart Harcourt, regie: Ashley Pearce) is eerder een stripverhaal, of liever een graphic novel. De personages zijn meer types dan mensen van vlees en bloed. Maar stilistisch is het een hoogstandje, dat in allerlei opzichten het naoorlogse Parijs probeert te vangen in expressionistische beelden, met veel schaduwen en de beeldtaal van de film noir. De stad herinnert zich de Gestapo en is nog volledig in de ban van het ongrijpbare kwaad.

Had de film met Gabin de handeling verplaatst naar de nette volkswijk Marais, Atkinson moet weer vuile handen maken in de stegen en krochten van Montmartre, waar een Jack the Ripper vrouwen vermoordt, alleen maar omdat ze ‘s nachts buiten lopen.

De toon is dus verre van realistisch, maar wel precies in het weergeven van een tijdsbeeld. In die periode werd Freud geadoreerd en moest de dader dus welhaast een man zijn die er een ingewikkelde relatie met zijn moeder op nahield, net als een paar jaar later Anthony Perkins in Hitchcocks Psycho.

De nieuwe Maigret-reeks (volgende week is de tweede film van anderhalf uur aan de beurt, deel drie en vier worden nu opgenomen) is vooral een feest voor het oog. Het gedroomde Parijs van de jaren 50, zoals het misschien wel nooit echt bestaan heeft, wordt hier breed uitgeserveerd, inclusief rokerige jazzclubs en schaars gekleden danseresjes.

Je moet er vooral niet te veel achter zoeken, het is gewoon een heerlijk bewegend koffietafelboek, waarin het humanistische engagement van Simenon wat minder tot zijn recht komt. Hoe Atkinson zijn pijp rookt, dat is wel een beeld om vast te houden. Maar in feite is hij een wat ongrijpbare, schimmige figuur geworden, een enigma, een schim.

Atkinsons Maigret deed mij nog het meest denken aan De Schaduw alias Charles C. M. Carlier, de eveneens Franse hoofdpersoon uit een andere serie Zwarte Beertjes, geschreven door Simenons Nederlandse tijdgenoot Havank, ofwel Hans van der Kallen (1904-1964): meer een constructie dan een gedetailleerde persoonlijkheid. Maar als je psychologie wilt, moet je misschien in een ander genre je heil zoeken.