Ajax kraakt, maar breekt net niet

Europa League

Ondanks de nederlaag van Ajax in Lyon (3-1) staat de ploeg van Peter Bosz voor het eerst sinds 1996 weer in een Europese finale.

Kasper Dolberg (midden) wordt gefeliciteerd door zijn ploeggenoten nadat hij Ajax in Lyon op een 1-0 voorsprong had gezet. Foto Olaf Kraak / ANP

Ajax heeft donderdag de finale van de Europa League bereikt, na een 3-1 nederlaag in de return van de halve finale die net aan genoeg was. Ajax boog, maar brak uiteindelijk niet onder het volle gewicht van een ontketend Olympique Lyon.

Het heeft te lang – een generatie - geduurd allemaal, maar Ajax staat weer in een Europese finale. Het is 21 jaar na de laatste Champions League-finale van Ajax, vijftien jaar na Feyenoords UEFA Cup-triomf. Een formidabele prestatie, een anachronisme. Het Nederlands voetbal, wie gaf er nog een stuiver voor? Maar de ploeg die dit seizoen onder leiding kwam van Peter Bosz heeft met kunst en vliegwerk donderdagavond gebroken met een jarenlange vruchteloze tocht door Europese velden.

Alles leek bezegeld toen Kasper Dolberg na een klein half uur de 1-0 maakte, maar de twee goals vlak voor rust van Olympique Lyon maakte van de tweede helft nog een hachelijke aangelegenheid. De 3-1 volgde tien minuten voor tijd, maar Ajax hield stand. Net aan.

Vanaf de aftrap maakte Olympique Lyon duidelijk waar het spel zich ging afspelen als het aan de thuisploeg lag. De bal werd vanaf de aftrap richting cornervlag getrapt, de intenties waren meteen duidelijk. Ajax kwam er niet aan te pas, die eerste tien minuten. Eigenlijk net als in de Arena, een week geleden, maar nu intenser. Hartstochtelijk werd Olympique gedragen door bijna 60.000 man in de voor het EK opgeleverde betonnen voetbaltempel net buiten Lyon.

De storm kwam als de mistral, razend door het Rhônedal. Het was allemaal te voorzien geweest, het zou de Amsterdammers niet in het bijzonder ontregeld moeten hebben. Dat zouden alleen goals doen. Snelle tegengoals. Niets van dat al gebeurde. Na tien minuten staakte het geraas. Ajax klapte de luiken open en maakte balans op: 0-0 nog steeds, de 4-1 uit Amsterdam nog in de tas.

Dolberg schiet Ajax op 0-1

De ploeg van Bosz nam het initiatief over, wonderlijk geruisloos ging dat. Meteen twee keer gevaarlijk, via Amin Younes en Bertrand Traoré. Hakim Ziyech, meester toch in het gilde van de aangevers, zag ploegmaten over het hoofd toen hij schuin voor het doel met buitenkant schoen de bal op doelman Anthony Lopes schoot.

Toen kwam het. Zelfde hoek, zelfde onmetelijk ruimte, nu voor Kasper Dolberg die zich na een combinatie met Younes helemaal vrij voor het doel vond. Zijn stiftje over Lopes was een reïncarnatie van zoveel moois uit de Ajax-geschiedenis. Cruijff, Bergkamp, Van Basten. Precies tergend traag maar snel genoeg. Ploeggenoten vielen euforisch om de schouders van de jonge Deen die zojuist de goal het gemaakt die, in principe toch, het pleit beslechtte. Klaar, leek het. Gedaan. Ajax deed wat het wilde daarna, heer en meester tegen een geslagen Franse topploeg. Hoog in de nok, uit duizenden kelen: ‘Negentig minuten lang, voor onze club uit Amsterdam.’

Feest. Bier. Boeken maar voor Stockholm, de finale. Of niet? Op slag van rust: de druistige ingreep van stopper Matthijs de Ligt waar je op wachten kon. Zo vaak zo goed, soms zo ongelukkig met dat grote lijf. Alexandre Lacazette naar de grond, penalty. Doelpunt: 1-1. In de luttele minuut die daarna nog te spelen voor rust was, klapte het zich onaantastbaar wanende Ajax in elkaar. Weg finaleroes, weg bravoure. Nick Viergever werkte de bal niet weg maar in de voeten van Nabil Fekir. Die trok voor, langs de mistastende Andre Onana, en Lacazatte hoefde zijn voet er maar tegen te zetten bij de tweede paal.

Hoe onnodig, zo vreselijk onnodig: 2-1 met rust. De finale nog 45 minuten weg. Geschiedenis schrijven makkelijk gezegd dan gedaan, zeker in een stadion waarin het geluid alweer overweldigend van de tribunes klonk. Fantastische akoestiek.

Het was vorige week woensdag in Amsterdam een clash geweest tussen aanvalswellustelingen. Een genot om te aanschouwen. Twee clubs die door de Europa League, de poor man’s Champions League, voldoende in hun eergevoel worden geprikkeld. Een prachtloting. Ajax weerstond toen, vraag niet hoe, het offensief en brak genadeloos door de bordkartonnen achterhoede van het curieuze Olympique Lyon: 4-1.

Minuten op het scorebord

Maar dat telde allemaal niet meer in die tweede helft, op deze onstuimige donderdagavond in Zuid-Oost Frankrijk. Natuurlijk gaf Lyon weer ruimtes weg, bulkend van het herwonnen vertrouwen in hun zoektocht naar de 3-1. Stortte Ajax finaal in? Dat niet. De tijd verstreek, geen Ajacied vond dat erg. Minuten op het scorebord als manna uit de hemel. Mogelijkheden waren voor Lyon, schoten meer dan dat het kansen waren. Ajax hield vol. De jonge Donny van de Beek verving dertiger Lasse Schöne. Kenny Tete de ervaren rot Joël Veltman. Iets meer veiligheid, iets meer controle wellicht.

Het doel van Lyon was al een tijd niet meer van dichtbij gezien, maar wat gaf het. Schutters van Lyon gleden uit voor de goal van Ajax. Met fortuin maar vooral vastberadenheid hield de ploeg lang stand. Magistraal uitverdedigen van Davinson Sànchez. Een grote kans voor Maciej Rybus, van vlakbij op Onana. Dan toch, tien minuten voor tijd, de 3-1 van Rachid Ghezzal. Nagelbijten tot het eind.

Rood nog voor Nick Viergever, na een forse tackle. Een bal voorlangs, van vlakbij. En nog eens. Niet te bevatten hoe dit nog goed zou komen. Het had geen minuut langer moeten duren.