WRR: zuinigheid ondermijnt NAVO

Defensie

De dreiging neemt toe. Juist een klein land als Nederland had daarom de uitgaven aan defensie op peil moeten houden, zegt de WRR.

Nederland zou vooral meer in de marine moeten investeren, luidt het advies. Foto Koen van Weel/ANP

Nederland heeft het onderlinge vertrouwen binnen de NAVO ondermijnd door jarenlang veel minder geld aan defensie te besteden dan was afgesproken. Dit schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een van de belangrijkste overheidsadviseurs, in een rapport dat woensdagavond werd aangeboden aan premier Rutte (VVD) en minister Hennis (Defensie, VVD).

Nederland heeft te maken met rechtstreekse dreiging „in en om het Europese huis” waardoor militaire missies zich niet langer zouden moeten richten op dreiging ver buiten Europa, maar op „concrete dreiging” dicht bij huis, vooral vanwege de toegenomen agressie en brutaliteit van Rusland, schrijft de WRR. Juist een klein land als Nederland had daarom de defensie-uitgaven op peil moeten houden.

Het is bovendien noodzakelijk, schrijft de WRR, om „strategische ongeletterdheid” in het internationale veiligheidsbeleid te repareren. Nederland is onvoldoende voorbereid op dreigingen zoals internationaal terrorisme. De WRR is bijvoorbeeld zeer kritisch op het feit dat de aanschaf van drones vanwege geldproblemen met zeven jaar is uitgesteld: „De kans neemt af dat de krijgsmacht op termijn over de nodige capaciteiten beschikt [...].”

Pleidooi tegen roep om sluiten grenzen

Het WRR-rapport leest als een krachtig pleidooi voor internationale samenwerking, en tegen nationalistische gevoelens of de roep om dichte landsgrenzen. Verschillende keren richt de WRR zich tot het nieuwe kabinet – waarover VVD, CDA, D66 en GroenLinks nu onderhandelen. Nederland, schrijft de WRR, moet zich verzetten tegen „de tendens” dat bij het veiligheidsbeleid nationale belangen voorop staan, en meer samenwerking zoeken met NAVO- en EU-landen: „Zonder deze banden is de positie van kleine landen uiterst onzeker.”

Lees ook: Militaire bevelhebbers van de NAVO zeggen meer troepen nodig te hebben in Afghanistan

Het rapport schetst een nieuwe internationale werkelijkheid, die grote invloed zal hebben op bijvoorbeeld de inzet van de krijgsmacht. Die is de laatste twintig jaar vooral gebruikt als „snel in te zetten interventiemacht” in conflictgebieden buiten Europa. Niet altijd met succes, schrijft de WRR, die verwijst naar de Nederlandse inzet in het Afghaanse Uruzgan. Daar was de grootste militaire operatie van de laatste jaren, waarbij 25 Nederlandse doden vielen. Na het Nederlandse vertrek rukten de Talibaan er weer op. De WRR schrijft over dit soort missies: „Dit beleid mist recentelijk steeds meer relevantie en overtuigingskracht, nu de omgeving in en om het Europese continent onverwacht turbulent is gebleken.”

Investeringen in de krijgsmacht zijn nodig volgens de WRR, maar ook in ontwikkelingssamenwerking en diplomatie. Specifiek pleit de adviseur voor extra investeringen in de marine en de marechaussee, omdat Nederland daarin een leidende positie zou moeten spelen.

Er is al langer kritiek op de Nederlandse defensie-uitgaven. Die bedragen 1,13 procent van het bbp, terwijl de afspraak is dat ieder land daaraan 2 procent uitgeeft. Veel meer Europese landen halen dat niet, het gemiddelde ligt op 1,43 procent. De NAVO zelf liet vorig jaar in een intern stuk al weten „bezorgd” te zijn over de Nederlandse defensie-uitgaven.