Commentaar

Rijke families blijven geven, terwijl de particulier steeds meer afhaakt

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

De vrijgevigheid onder particulieren neemt af, waarschijnlijk door afnemende sociale betrokkenheid. Tegelijkertijd blijken rijke families meer aan charitas te geven dan bekend was – dertig vermogende families gaven in 2015 bijna een kwart miljard euro weg, zo bleek uit NRC-onderzoek. Het gegeven over de particuliere donatiekrimp komt uit recent VU-onderzoek. De hoogte van het gegeven bedrag nam sinds 1999 toe, maar relatief – als percentage van het besteedbaar inkomen en het bbp – liep die terug. Maar 20 procent van alle huishoudens geeft inmiddels 80 procent van alle giften. Met het bedrijfsleven, kansspelen, fondsen en erfenissen meegerekend is het totaal 5,7 miljard.

Goededoelenorganisaties bereiken de huishoudens steeds minder - het vertrouwen bij de burger erin neemt af. Hoger opgeleiden, ouderen en kerkelijk geïnteresseerden vormen de vaste kern van de gevers. Ontkerkelijking en afnemende sociale cohesie brengen de goededoelensector derhalve langzaam in het nauw; die heeft daarop niet echt een antwoord.

De oorzaak is verontrustend. Nederlanders zijn de laatste twee decennia minder ‘pro sociaal’ geworden. Ze zijn in de woorden van het VU-onderzoek „minder opofferingsgezind, minder emotioneel betrokken bij anderen die het minder hebben, voelen zich minder verantwoordelijk voor de samenleving en hebben minder vertrouwen in medeburgers”. Dat sluit aan bij ander onderzoek over de stemming in het land. Daarin worden onvrede, onzekerheid, individualisering en zelfs ‘verhuftering’ genoemd. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelt inderdaad al geruime tijd pessimisme vast. Over de toekomst, de onbetrouwbare politiek, de ‘manier waarop we met elkaar omgaan’, in het bijzonder intolerantie en de ‘ik-cultuur’. De goede doelen krijgen de rekening. Teken aan de wand: Nederlanders besteden ook minder tijd aan vrijwilligerswerk.

Daarmee vormt de vrijgevigheid van de rijke families dus een welkom contrast. Kennelijk is het met hun sociale betrokkenheid (nog) goed gesteld. Ook al komt de fiscale controle op de grote schenkers voor verbetering in aanmerking, zeker gezien het half miljard dat de schatkist via aftrek en vrijstellingen erbij legt. Anderzijds worden die regels door de kleinere particuliere gevers nauwelijks benut. Er is volgens het VU-onderzoek ‘grote onbekendheid’ met mogelijkheden om fiscaal vriendelijk te kunnen schenken. Mogelijk worden deze regels dus tegelijk onderbenut door de ene groep én overtreden door de andere. De stand van het land dat zich traditioneel goede gevers waant is genuanceerd. Zorgelijk aan de basis – en positief voor de top.