Recensie

Vernietig de aliens, net als Sigourney Weaver

De nieuwe game Prey lijkt op de film Alien: je vecht tegen aliens, in een welkome doordenker in het simpele actiegenre.

Op sterven na dood zit ik klem in een laboratorium van ruimtestation Talos I. De uitweg wordt versperd door gevaarlijke aliens. Ik heb een pistool met nog drie kogels, te weinig om mijn vijanden mee uit te schakelen. Paniekerig zoek ik naar een ontsnapping. Boven me loopt een luchtschacht naar de volgende ruimte. Ik klauter erop en balanceer op de dunne buizen, onder me scharrelen de aliens. Ik sluip er langs, in ieder geval voor even weer veilig.

Dit soort situaties maken de nieuwe game Prey zo sterk. Voor elke benarde situatie is een oplossing, als je maar zoekt en nadenkt. Ontwikkelaar Arkane Studios maakte eerder de twee slimme Dishonored-games.

De trailer van Prey.

Prey speelt zich af in 2032. Jij bent een vrouw of man op ruimtestation Talos I, waar wordt geëxperimenteerd met het DNA van een alienras. Dan breken de aliens uit. Terwijl zij dood en verderf zaaien onder de bemanning krijg je via je oortje een opname van je eigen stem te horen (hoe dat zit blijft lang mysterieus). Deze opname maant je het station te vernietigen; je moet voorkomen dat de aliens de aarde bereiken. Terwijl jij je een weg baant door het ruimtestation neemt ook je broer, die het DNA-project leidde, contact op. Hij smeekt je om er alles aan te doen om zijn werk te redden. Het is één van de vele keuzes die je moet maken tijdens je queeste. Het hoofdverhaal kan je in 25 à 30 uur uitspelen, maar er zijn ook nog extra verhaallijnen.

Blijven nadenken

Veruit het sterkste aan Prey is het ontwerp van de levels; dat vereist intelligentie en creativiteit van de spelers. De game doet wat dat betreft denken aan de sterkste missie uit Arkane’s game Dishonored. Daar moest je een feest infiltreren. Er was zeker een handvol verschillende manieren om dat te doen, de game dwong er geen aan je op. Zo werkt Prey ook, alleen dan de hele game door.

Zo kwam ik voor een deur die ontgrendeld moest worden met een keycard. Eén van de bemanningsleden had deze keycard, maar waar hij was wist ik niet. Uren eerder had ik geleerd dat de computer op de medische afdeling bijhield waar alle bemanningsleden verbleven (en of ze nog in leven waren). Ik ging terug, zocht de naam op, vond de man en de keycard. Andere games nemen je in zo’n situatie aan het handje: je hoort simpelweg waar de keycard is.

Prey geeft de handvatten, maar verwacht daarna creativiteit. In het begin vind je een lijmpistool: zo kan je vijanden tijdelijk verlammen. De dikke klodders blijken ook handig om te klauteren. Verder krijg je de mogelijkheid het DNA van de aliens voor jezelf te gebruiken en hun kwaliteiten over te nemen. Nadeel: de beveiligingsrobots op het ruimtestation zullen je niet meer herkennen als mens en je aanvallen.

Prey roept de sfeer op van Ridley Scotts Alien (1979). Terwijl je net als actrice Sigourney Weaver in de film door de claustrofobische gangen van het ruimtestation loopt kunnen overal aliens opduiken. Er zijn de spinachtige mimics, die zich camoufleren als een doodgewone stoel of koffiemok om je vervolgens aan te vliegen als je nietsvermoedend in de buurt bent. Ook zijn er phantoms, mensachtige aliens die zich kunnen vermeerderen. Later in de game tref je nog grotere vijanden.

Voor elke benarde situatie is een oplossing, als je maar zoekt en nadenkt

Het uiterlijk van de aliens heeft veel weg van de wezens uit scifi-film Arrival (2016), alleen deze hebben geen enkele empathie, ze zijn uit op je vernietiging. Een minpuntje: het is jammer dat in een spel dat zo slim in elkaar zit de vijanden niet zo slim zijn. Als je je verstopt voor de aliens staken ze al snel de zoektocht, daarna lijken ze totaal te vergeten dat je er ooit was.

Wel zijn ze erg sterk. Af en toe is het wijs om confrontatie te ontlopen, zeker omdat wapens schaars zijn. Zo lokte ik één van de sterke phantoms naar een kantoor waar ik hem opsloot om het directe gevecht te ontlopen – ook die mogelijkheid biedt de game.