‘Vergeetrecht’ wordt op het web lang niet altijd toegekend

Privacy op internet

In de eerste drie jaar van het ‘vergeetrecht’ kreeg Google 32.600 verzoeken uit Nederland om zoekresultaten weg te halen. Rechters worstelen nog: wanneer heeft een veroordeelde crimineel een recht om vergeten te worden?

Illustratie Roland Blokhuizen

Er is veel wat mensen liever niet over zichzelf in de zoekresultaten van Google zien opduiken. Een studente rechten bralde dronken in de camera op een studiefeest en kreeg daar last van bij het zoeken naar een baan. Accountants die bij een bedrijf de boeken niet goed controleerden, baalden extra toen ze met naam en toenaam onderwerp werden van financiële nieuwssites.

Een Rotterdamse huisbaas kwam berichten over zichzelf tegen op obscure sites. Zijn voormalige huurder – die wegens wanbetaling via de rechter uit huis was gezet – spuwde daar zijn gal. De huisbaas zou schuldig zijn aan huisvredebreuk, verduistering en het doen van valse aangiftes. „Zoiets raakt je”, zegt de huisbaas die succesvol beroep deed op het vergeetrecht en daarom ook in NRC anoniem wil blijven. „Ik kon mij er niet tegen verweren.”

Over deze zaken en honderdduizenden andere heeft Google zich afgelopen drie jaar gebogen. Mensen doen daarbij een beroep op het ‘vergeetrecht’ bij zoekmachines, dat zaterdag drie jaar oud is. Google verwijderde iets minder dan de helft van de gevraagde links: 46 procent.

Het vergeetrecht is voor veel mensen een uitkomst. Toch is er ook een probleem ontstaan, zegt Frederik Zuiderveen Borgesius, privacy-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. „Criminelen krijgen een kans om via rechtbanken zoekresultaten over hun veroordeling uit te wissen. Rechters worstelen hoe daarmee om te gaan.”

Jarenlang achtervolgd

De oorsprong van het ‘vergeetrecht’ is te vinden bij de Spanjaard Mario Costeja González en een korte krantenadvertentie uit 1998. Daarin wordt het huis van González te koop aangeboden vanwege zijn geldproblemen. De advertentie achtervolgde hem jarenlang: het kwam steeds bovendrijven via Google. In Europa hebben burgers het recht om ‘vergeten te worden’ als persoonsgegevens irrelevant of bewezen onjuist zijn.

González klaagde de zoekmachine aan en werd zo niet vergeten, maar juist beroemd. Het Europese Hof van Justitie besloot dat Google een ‘gegevensverwerker’ is die zich aan Europese privacy-wetten moet houden. Europeanen kunnen met een formulier aan Google of concurrenten als Bing vragen bepaalde links weg te halen. Google kreeg in drie jaar ruim 700.000 van zulke verzoeken.

Uit Nederland kreeg de zoekgigant ruim 32.600 verzoeken om in totaal ruim honderdduizend links uit resultaten te halen.

„Google lijkt dit expres lastig te maken”, zegt Otto Volgenant, een advocaat van Boekx die veel privacy-zaken behandelt. De procedure is volgens hem nodeloos traag en ingewikkeld. „Google doet soms weken of maanden over het antwoorden en gebruikt als motivatie voor een afwijzing een standaardmail.” Willem van Lynden, die een website bijhoudt over het vergeetrecht en met zijn bedrijf Mediamaze mensen helpt met online reputatiemanagement, wijst erop dat er op het right-to-be-forgotten-formulier slechts ruimte is voor zo’n dertien zinnen om het verzoek te motiveren. „Probeer in zo’n kleine ruimte maar eens een juridisch steekhoudend verzoek in te dienen.”

Publieke figuur heeft minder kans

Bij zaken als internetpesten of wraakporno zal Google ongewenste links zonder morren weghalen. Mensen die een publiek figuur zijn – zoals politici – maken weer weinig kans dat negatief nieuws over hen van Google wordt geschrapt. De zoekmachine denkt vrij ruim over een publiek figuur: dat kan al iemand zijn die in het nieuws kwam – zoals een accountant.

De wettelijke basis die Google van het Hof kreeg om gegevens te verwerken, geldt niet voor ‘bijzondere persoonsgegevens’. Die gaan bijvoorbeeld over seksuele geaardheid, ras, etnische afkomst of geloof. Oók gegevens over strafrecht – zoals verdenkingen en veroordelingen – vallen daaronder, zegt Zuiderveen Borgesius. „Als je de letter van de wet volgt, mag Google zulke bijzondere persoongsgegevens alleen na toestemming van de betrokkene verwerken. Dat zou niet te doen zijn voor Google bij iedereen die wordt genoemd op websites waar Google naar verwijst.”

Google, de Autoriteit Persoonsgegevens en Nederlandse rechters losten dat probleem op door het deels te negeren, vertelt Zuiderveen Borgesius. Google zegt „meestal” links te verwijderen over verdenkingen die tot vrijspraak leiden. Dat wordt anders bij veroordelingen: toen een Franse priester vroeg of zijn straf voor het bezit van kinderporno uit de zoekmachine kon worden geschrapt, ging Google niet akkoord. Het gerechtshof in Amsterdam besloot bijvoorbeeld ook dat een veroordeelde crimineel zich niet op het vergeetrecht mocht beroepen.

Machete naar de disco

De trend werd vorig jaar gebroken door de rechtbank Rotterdam. Een advocaat die was gestraft voor verboden wapenbezit – hij had een machete meegenomen naar een nachtclub – wilde dat uit de zoekresultaten van Google wissen. De rechtbank gaf hem gelijk, puur omdat het om strafrechtelijke en dus bijzondere persoonsgegevens gaat. Hebben criminelen hier meer rechten? „Daar lijkt het nu wel op”, zegt Zuiderveen Borgesius, die de redenering van de rechtbank „problematisch” noemt.

Na deze uitspraak is het nog ten minste één keer voorgekomen dat een veroordeeld persoon bij de rechter slaagde met het bijzondere persoonsgegevens-argument. In januari kon een voor ontucht met een minderjarige bestrafte man, via de rechtbank Overijssel, Google opdragen links te verwijderen.

Het is nog niet zo dat veroordeelden massaal een sprintje trekken naar de rechtbank. „Mensen zijn bang om door een rechtszaak juist beroemd te worden, in plaats van onzichtbaar in Google”, zegt Volgenant.

Wat nu? Zuiderveen Borgesius hoopt dat „de volgende rechter een creatieve uitweg weet te vinden.”