Spullen van dode arts kunnen bewijzen dat hij 22 kinderen heeft

Vruchtbaarheidskliniek

Hij gebruikte in zijn kliniek mogelijk vele malen zijn eigen zaad, en niet dat van donoren. De arts is dood. Kinderen willen zekerheid.

Het pand van de Barendrechtse fertiliteitskliniek. Een deurwaarder heeft gebruiksvoorwerpen van de arts meegenomen waar mogelijk DNA-sporen op zitten. Foto Rien Zilvold

Donorkinderen noemen hun neus, of grote handen. Lijken die niet veel op die van Jan Karbaat? Vrijdag vragen 22 donorkinderen en ouders de rechtbank in Rotterdam toestemming om hun DNA te vergelijken met dat van de vorige maand overleden fertiliteitsarts.

Karbaat was directeur van Medisch Centrum Bijdorp in Barendrecht. De kliniek is in 2009 gesloten op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, omdat die niet voldeed aan de regels. Later gaf Karbaat toe dat hij zaad van verschillende mannen mengde om de kans op zwangerschap te vergroten.

Via donorkinderen en hun ouders kwamen meer misstanden naar buiten. Donorpaspoorten bleken niet te kloppen. Ook zijn er gevallen waarbij een vrouw kinderen kreeg van verschillende donoren. Het risico bestaat op erfelijke aandoeningen waar de kliniek niet van wist.

Ook wordt gevreesd dat Karbaat zijn eigen sperma heeft gebruikt bij behandelingen. Moeders stuurden hem naar eigen zeggen brieven omdat ze vonden dat hun kinderen op hem lijken. Enkele donorkinderen spraken in diverse media het vermoeden uit dat Karbaat hun biologische vader is.

Moniek Wassenaar, een van de donorkinderen, zegt dat de arts tegen haar heeft gezegd dat zij zijn kind zou kunnen zijn. Karbaat heeft in het openbaar altijd ontkend. „Krankzinnig”, zei hij in 2016 over de beschuldigingen in een interview met het Algemeen Dagblad. „Mijn prostaat is lang geleden verwijderd. Dus ik kan niet eens sperma doneren.”

De bedoeling van de zaak was om af te dwingen dat Karbaat DNA zou afstaan. Zijn overlijden op 89-jarige leeftijd, enkele weken voor de zitting, leidde tot ongeloof. De eisers richtten zich in een oproep tot verwanten van de arts om DNA af te staan. „Helaas heeft daar niemand op gereageerd”, zegt advocaat Tim Bueters, die de donorkinderen vertegenwoordigt.

Bezoek aan de woning

Bueters vroeg daarom de voorzieningenrechter om toestemming voor een bezoek aan de woning van de arts. Daar nam de deurwaarder volgens de advocaat vorige week dinsdag 27 gebruiksartikelen in beslag die mogelijk DNA bevatten.

Bueters zal de rechter vrijdag toestemming vragen om het DNA op de spullen te gebruiken. Lisette de Haan, advocaat van de weduwe van Jan Karbaat, wil geen commentaar geven in aanloop naar de zitting.

Voor de donorkinderen is de zaak van vrijdag de opmaat naar een schadevergoedingsprocedure. Bueters: „Voor die zaak hebben zich zes extra eisers gemeld. Tien mensen staan in de wachtstand. De zaak van vrijdag kan een vliegwieleffect hebben.”

De eisers willen met hun zaak ook aandacht vragen voor de situatie van donorkinderen die vermoedelijk nooit zullen weten wie hun vader is. Want tot 2004 gebeurde spermadonatie anoniem. Karbaat zei in het AD dat in Bijdorp zo’n 10.000 kinderen bij 6.000 vrouwen zijn verwekt. Zij moeten gissen naar hun afkomst.

Donorkinderen en donoren die op zoek zijn naar verwanten kunnen tegen betaling hun DNA laten opnemen in een databank van Fiom, de stichting voor ongewenste zwangerschap en afstammingsvragen. Dat hebben tot nu toe vijftien voormalige donoren van Bijdorp gedaan, zegt een woordvoerder van Fiom.

En zo zijn in meer voormalige klinieken de gebrekkige archieven een risico, zegt advocaat Bueters. „Donorkinderen kunnen erfelijke aandoeningen hebben waar ze niets van weten. Ook kunnen kinderen of kleinkinderen van dezelfde donor zonder het te weten een relatie met elkaar aangaan.”

Bueters vindt dat ook het toezicht op de klinieken onvoldoende is geweest. „Karbaat sprak met patiënten af dat zes kinderen per donor het maximum was. Nu zijn gevallen bekend van donoren met zestig of zeventig kinderen. Dan heeft ook de overheid steken laten vallen.”

Kinderrechtenorganisatie Defence for Children, ook eiser in de zaak, pleit voor betere voorwaarden voor donorkinderen. Nu geldt voor donorkinderen van Bijdorp die zich bij Fiom willen inschrijven een compensatie van 50 euro van het ministerie voor Volksgezondheid, tegenover het inschrijfgeld van 250 euro. Laura Bosch, juridisch adviseur, zou het „chic” vinden als inschrijving helemaal door de overheid wordt gefinancierd.